Het zaaien van tuinbonen
De tuinboon (Vicia faba) is slechts heel ver verwant aan onze populaire prinsessenboon (Phaseolus vulgaris), en dat merk je ook meteen in de tuin. Waar we voor de klassieke groene boontjes geduldig moeten wachten tot half mei voor we de zaden aan de grond mogen toevertrouwen, kunnen we met tuinbonen eind februari al aan de slag.
Tuinbonen zaai je vanaf eind februari. Zaai ze twee tot drie centimeter diep en op een onderlinge afstand van 10 tot 15 cm uit elkaar. De tuinbonen kunnen in mei geoogst worden.
Vanaf midden maart verschijnen de planten met hun dikke groene gepunte bladeren bovengronds. Na een forse nachtvorst liggen de planten s’ochtends wel eens helemaal plat op de grond, maar een paar uur later staan ze opnieuw helemaal rechtop. Eind maart zitten de planten al flink in de groei, eind april krijg je bloei om in mei te kunnen oogsten. Je mag natuurlijk ook een stuk later zaaien, eind maart begin april lukt ook nog, maar hou er rekening mee dat tuinbonen koele temperaturen verkiezen om vlot te groeien en een probleemloze oogst te geven. Later zaaien dan begin april maakt dat de typische aantasting door zwarte bladluis een veel voorkomend probleem kan worden.

Veel cultuurmaatregelen komen er bij de teelt van de tuinboon niet aan te pas. Door de vroege teelt vormt onkruid meestal nog geen probleem. Door de planten regelmatig een beetje aan te aarden hou je dat onder controle en geef je de planten meteen wat extra steun. Tuinbonen groeien 25 tot 95 cm hoog en op winderige plaatsen kunnen de hoge rassen wel een beetje steun van enkele stokken en draden verdragen. Om de aantasting van bladluis te voorkomen worden de jonge toppen uit de planten gehaald wanneer de planten volledig in bloei staan. Deze maatregel zorgt tegelijk voor een snellere en betere vruchtzetting.
“De bloemen hebben een fijne zoete geur die vroeg in het voorjaar de hele moestuin kan vullen”

De tuinboon is een van de oudste cultuurgewassen. De eerste referenties dateren van 6000 jaar voor onze tijdsrekening en zoiets zorgt natuurlijk voor een ruime diversiteit. Hun origine ligt in het Midden-Oosten maar in de hele mediterrane regio zijn tuinbonen erg populair. Hun voorkeur voor koele groeiomstandigheden en hun weerstand tegen late nachtvorst maakt hen zeer geschikt voor teelt hier bij ons in het noorden.
“De dikke gedopte en gedroogde bonen kunnen wit, zacht groen, diepgroen, geel tot roze, rood, paars en zwart zijn”

Wat kwaliteit betreft is er een onderscheid tussen de kleinzadige ‘veldbonen of paardebonen’ die gebruikt worden als groenbemester en als diervoeder. De grootzadige selecties kennen we voor de meer culinaire toepassingen. Tuinbonen hebben typische wit met zwart geaderde bloemen, maar er zijn ook zuiver witbloeiende en rood- en volledig zwartbloeiende variëteiten. De bloemen hebben een fijne zoete geur die vroeg in het voorjaar de hele moestuin kan vullen. Er zijn lage en hoge rassen. Lage rassen vertakken stevig onderaan en hebben geen steun nodig. De allerlaagste selecties zoals ‘Alexander’ groeien niet hoger dan 25 of 30 cm en zijn ideaal voor teelt in pot en bakken of minimoestuin.

De meest opvallende variatie vormt de kleur van de bonen. De dikke gedopte en gedroogde bonen kunnen wit, zacht groen, diepgroen, geel tot roze, rood, paars en zwart zijn. Oude rassen behoren meestal tot de bruinkokende types en hebben de uitgesproken licht bittere tuinbonensmaak. Moderne variëteiten zijn meestal ‘witkokend’ en passen perfect bij moderne bewaarmethodes zoals invriezen, maar missen wel de opvallende karakteristieke smaak.
Het wordt dus moeilijk kiezen. ‘Driemaal wit’ heeft zuiver witte bloemen en bleekgroene bonen en is witkokend. ‘Red Epicure’ heeft opvallende rode bonen terwijl roodbloeiende tuinbonen een opvallende rode bloei combineren met groene bonen. ‘Violette’ heeft dieppaarse bonen en bij de Zuidamerikaanse ‘Yellow Aztec’ vindt je zachtgeel binnenin. ‘Alexander’ is de allerkleinste als plant en ‘Black Russian‘ groeit tot 1 meter hoog en is flink productief.

Voor wie de smaak en structuur van de tuinboon iets te ruw uitvalt, kan beslissen om dubbel te doppen. Je dopt eerst de tuinboon, kookt de gedopte bonen en dopt de bonen opnieuw alvorens te serveren. Zo verwijder je de ruwe schil van elke gedopte boon en hou je na al dat geduldig extra werk, superfijn smakende primeurboontjes over.
De belangrijkste manier om de tuinboon opnieuw populair te maken bestaat erin om de culinaire veelzijdigheid van de planten te benadrukken. De klassieke ‘oogst’ bestaat uit de jonge net volgroeide jonge dopbonen. Daarvoor wacht je geduldig tot de peulen mooi dik aanvoelen om ze vervolgens te doppen voor de jonge groene verse boontjes binnenin. Die gedopte oogst kun je een tiental minuten koken en zo verwerken in roerbakgerechten, soepen of groenteschotels.
Maar je kunt ook nog sneller de bijzondere smaak van tuinbonen oogsten. De teelttechniek van het verwijderen van de bladtoppen tijdens de groei, zorgt voor een mooie oogst aan jong en sappig blad extra vroeg in het voorjaar. In culinair Italië vormen deze tuinboontoppen een populaire voorjaarsgroente. Even aangebakken met een beetje knoflook en de onvermijdelijke olijfolie vormt het een snel en vooral hartig en opvallend gerecht.

Het is ook niet echt nodig om geduldig te wachten tot de jonge bonen volgroeid zijn. Wil je tuinbonen ‘franse stijl’ proeven, pluk dan een deel van de jonge boontjes amper 5 tot 7 cm groot en kook ze in hun geheel als ‘mangetout’. Deze jonge boontjes in primeur-vorm zitten vol intens tuinbonen aroma.
En natuurlijk kun je van tuinbonen jaarrond genieten. Daarvoor laat je de bonen mooi dik worden, de peulen volledig uitgroeien en vervolgens drogen aan de planten. Zo haal je in augustus je gedroogde oogst van het land. Het doppen vraagt een beetje geduld maar wat je oogst is jarenlang houdbaar. Wil je gedroogde tuinbonen opnieuw eten dan moet je ze vooraf een hele nacht in water laten weken. De volgende dag vragen ze nog een uurtje koken op een matig vuur om helemaal zacht te worden. Ze kunnen dan mooi verwerkt worden in hummus of deel uitmaken van een voedzame wintersoep.
Hummus van tuinbonen
Erwten, peulen en tuinbonen voorzaaien – Vlog
Tuinbonen tabouleh
Zaaien in februari: Erwten, peulen, kapucijners en tuinbonen
Abonneer je vandaag nog op Stadstuinieren. Het leukste tijdschrift met 100 pagina’s bomvol tips voor de urban gardener. Indoor, balkon, dakterras of moestuin.
Meld je ook aan voor een maandelijkse inspiratienieuwsbrief in je mailbox!