Kalebassen: smakelijk en decoratief
Ze groeien uit tot de gekste modellen, zijn volgens de meeste mensen behoorlijk tropisch en in elk geval niet eetbaar. Een hele reeks vooroordelen die maken dat kalebassen niet of nauwelijks geteeld worden… behalve door tuinders die wel beter weten. Hoog tijd om een reeks misverstanden uit de wereld te helpen.
Kalebassen of Lagenaria siceraria zijn eenjarige planten die net als de pompoenen en courgettes deel uitmaken van de plantenfamilie van de Cucurbitacea.
Kalebassen zijn het bekendst in hun gedroogde vorm als siervoorwerpen en ze komen voor in een grote verscheidenheid aan vormen en modellen. De planten vragen voor hun groei wat meer warmte dan de meer vertrouwde pompoenen, maar op een beschutte plaats in de moestuin of tegen een muur in een stadstuin lukt het prima. Zo oogsten wij al vele jaren met succes kalebassen uit eigen tuin
Net als bij de pompoen start je eind april, begin mei met zaaien op een warme plaats op de vensterbank. Het kiemen duurt, afhankelijk van de temperatuur, 7 tot 14 dagen. Zorg vooral voor een lekkere warme plek van minstens 20°C ‘s, ook nachts, zodat het kiemproces dag en nacht doorgaat.
Stop een zaadje in een pot van zo’n 9 centimeter doorsnee. Vanuit die grote zaden ontwikkelen zich de sterke stevige jonge planten. Wacht geduldig tot eind mei op echt warm weer om de planten in de tuin uit te zetten. Kies een warme, beschutte plaats op het zuiden tegen een muur of schutting en geef de planten een stevige basis met een flinke emmer rijke compost.
Kalebassen vormen net als pompoenen meterslange ranken. Je kunt ze over de grond laten kruipen, maar opbinden langs stokken of draden tegen een muur maakt dat ze vaak meer warmte kunnen vangen. Bovendien zullen de vruchten gaan hangen, waardoor ze een mooie langgerekte vorm krijgen. Er vormen zich snel volop hechtranken om goed te kunnen klimmen. Nog wat later verschijnen de eerste opvallende witte zachtgeurende eetbare bloemen.
Kalebassen zijn perfect eetbaar en hebben een smaak die een beetje aan courgette doen denken.
Opnieuw net als bij de verwante pompoen zijn er mannelijke en vrouwelijke vruchten, de laatsten met de jonge vrucht vlak achter de bloem, klaar om na de bestuiving te ontwikkelen tot een vrucht.
Met steun, ranken en een beetje hulp kun je ze metershoog langs stokken of als bedekking van een complete muur laten uitgroeien. Ze zijn ideaal om langs een pergola te leiden, waarbij de vruchten vaak elegant naar beneden hangen. Zet je meerdere planten, dan komen die op één meter uit elkaar. Verder is er geen werk aan en kun je rustig observeren hoe ze groeien en bloeien. Midden augustus worden de eerste vruchten gevormd die supersnel uitgroeien tot de verschillende modellen.

Kalebassen zijn perfect eetbaar en hebben een smaak die een beetje aan courgette doet denken. Je oogst bij voorkeur jonge of halfvolgroeide vruchten voor culinaire toepassingen. Ze zijn bruikbaar als basis voor soep, ideaal om te stoven of als ingrediënten voor exotische curryschotels. Eenmaal volgroeid gaat de smaak en de structuur achteruit en kun je ze beter laten hangen voor decoratieve doeleinden.
Wil je én eten én volgroeide vruchten oogsten om te drogen, laat dan de eerste vruchten hangen en volledig uitgroeien voor de decoratieve oogst, en gebruik de tweede golf van vruchten om jong te oogsten en te gebruiken in de keuken. Je kunt meestal oogsten tot de eerste nachtvorst.
De rijpe, volgroeide vruchten moet je net voor de vorst voorzichtig oogsten, want ze zijn op dat moment zwaar én breekbaar. Je kunt ze in de huiskamer op een goed geventileerde plaats laten drogen. Dat droogproces duurt 3 tot 5 maanden, waarbij de schil heel hard wordt en de vruchten binnenin bijna volledig hol worden. Tijdens het drogen krijg je vaak witte schimmels op de schil. Dit is normaal en beïnvloedt het drogen niet. De vruchten verkleuren van frisgroen tot een mooie bruine tint. Zijn ze eenmaal volledig bruin en voelen ze heel licht aan, dan zijn ze klaar en kan je ze gewoon onder de kraan afwassen.
Kalebassen kun je als object jarenlang bewaren of je kunt ze opensnijden, uithollen en gebruiken als fles of schaal. Je maakt de droge vruchten waterdicht door ze enkele keren in te smeren met olie en vervolgens boven het vuur even te warmen. Ze kunnen zelfs met verf of schoensmeer gekleurd worden.
Cucuzzi
De Cucuzzi is de langgerekte basisvorm. De vruchten kunnen tot meer dan 1 meter lang uitgroeien en hebben dan een dikte van zo’n 10 centimeter. Door de eenvoudige vorm zijn ze ideaal om jong te oogsten en te verwerken in de keuken. Op zoek naar een recept met cucuzzi kalebas? Check dan eens dit recept voor een Oosterse curryschotel.
Maranka
De Maranka-kalebas tenslotte is de meest bizarre uit de reeks. De lange hals en de verdikking onderaan zitten vol met vreemde verhoogde randen, wat de vruchten letterlijk een ‘knotsgek’ uiterlijk geeft. Zaden, planten en vruchten van deze variant worden vaak aangeboden als dinosaurus-kalebas. Verder zijn er nog allerlei tussenvormen, brede platte modellen en volledig ronde vormen. Keuze genoeg dus voor elk model gebruiksvoorwerp.
Fleskalebas
De Fleskalebas is de bekendste uit de reeks. De typische vorm met een kleine kop, een dunne hals en dan een brede buik maakt de vruchten ideaal om eenmaal gedroogd en waterdicht gemaakt, te gebruiken om een vloeistof in te bewaren.
Minifles kalebas
De ’gewone’ fleskalebas vormt vruchten van 30 tot 40 centimeter hoog. Er is ook een Miniflesvorm die een veel groter aantal kleine vruchten vormt, zo’n 10 centimeter per stuk groot. Die zijn bruikbaar als originele kerstdecoratie.
Dipper
Dipper kalebas is een model met een zeer langgerekte smalle hals en onderaan een brede bol. Sommige van deze vruchten groeien tot bijna een meter lang.
Zwanenhals
De Zwanenhals kalebas vormt bovenaan een verdikte kop, daaronder een smalle hals en onderaan een brede basis. Wanneer de vruchten tot op de grond zakken, krijgen ze een elegante gebogen hals. Deze vorm geeft donkergroen-lichtgroen gevlekte vruchten.
Op zoek naar meer moestuininspiratie? Bezoek ons YouTube-kanaal voor talloze handige video’s over tuinieren, van zaaien tot oogsten!
Stadstuinieren 2016-04 | Tekst en fotografie: Peter Bauwens
Abonneer je vandaag nog op Stadstuinieren. Het leukste tijdschrift met 100 pagina’s bomvol tips voor de urban gardener. Indoor, balkon, dakterras of moestuin.
Meld je ook aan voor een maandelijkse inspiratienieuwsbrief in je mailbox!