Aardpeer kweken en oogsten

Als er één tuinplant goed bij mij past dan is het de aardpeer! Ik zal je vertellen waarom. Als eerste en de belangrijkste reden: de smaak is voortreffelijk, nootachtig en in de verte lijkt het op artisjok. Zalig! En dan bijna het belangrijkste: je hoeft er helemaal niets voor te doen. Echt waar.

“Als dit niet het braafste plantje in de moestuin is, dan weet ik het ook niet meer”

Je stopt de knollen in de winter of het voorjaar in de grond en dan begin je in de herfst met oogsten. Tussendoor heb je nog kunnen genieten van de kleine, gele zonnebloemachtige bloemetjes. En het is ook nog eens vaste plant! Als dit niet het braafste plantje in de moestuin is, dan weet ik het ook niet meer. Het is een wonder dat je de aardpeer zo weinig tegenkomt. Nu heb ik wel een vermoeden wat daarvan de oorzaak is. Het verteren van aardperen is niet voor iedereen even prettig. Ze beïnvloeden je stoelgang op een wat luidruchtige wijze. Maar ik neem dat op de koop toe. Overigens eet ik altijd kleine porties om de mensen in mijn omgeving nog enigszins te vriend te houden.

Tips

Aardperen zijn vanaf november te koop als groente bij de grotere supermarkt of op de boerenmarkten in de grote steden. Je kunt ze meteen in de keuken gebruiken of uitplanten in de tuin. De knollen van de aardpeer zijn beperkt houdbaar en bewaren gaat eigenlijk het beste in de grond.
Aardperen kunnen wel 2 meter hoog worden, daarom is een plek aan de rand van je moestuin ideaal. Ze woekeren wel een beetje. Ik steek in het voorjaar na de laatste oogst, een groot deel weg, zodat de planten niet mijn hele moestuin overnemen.

Aardperen in pot

Omdat aardperen erg kunnen woekeren kun je er ook voor kiezen ze in pot te kweken. Zo kun je haar wat meer onder controle houden. Kies wel voor een ruime pot, zodat de knollen goed kunnen groeien. Een speciekuip is hier bjvoorbeeld erg geschikt voor.

 

Enthousiast over het recept van Marleen? Bestel hier haar mooie boek:

Marleen van Es: Eten en koken met de seizoenen

Stadstuinieren 2016-01 Tekst en Fotografie: Marleen van Es