Groene Portretten: Artisjokken

Soms zijn de dingen net even anders dan je denkt. Zo heb ik altijd gedacht dat de tomaat uit Italië kwam. Vraag me niet waarom, misschien wel door de Bertolli reclames! Dat de geschiedenis van deze groente echter veel verder terug gaat in de tijd en zelfs naar een ander continent leidt had ik niet kunnen vermoeden. Ook mais en artisjokken hebben zo hun verhaal. Niet dat de smaak van deze groenten er nou anders op wordt, maar het is toch leuk om hun achtergrond te weten!

“Oogst de knoppen als ze zo groot mogelijk zijn maar nog wel gesloten”

De artisjok (Cynara Scolymus) is officieel bijvoorbeeld helemaal geen groente maar een distel waarvan we de bloemknoppen zijn gaan eten. In Noord-Afrika groeit de plant tot op de dag van vandaag nog in het wild en hier ligt dan ook z’n oorsprong. De Grieken en de Romeinen ontdekten hem echter al snel en beschouwden de eetbare distel als een luxueuze lustopwekker.

De artisjok is een meerjarige plant. Je kunt hem op een balkon of (dak)terras zetten, maar dan moet je hem wel een flinke bak geven. De plant kan ruim 1,5 meter hoog worden en dijt behoorlijk uit in de breedte met grote, gekartelde bladeren. Het zijn levenslustige planten die vrij makkelijk van zaad groot te trekken zijn. Ze houden alleen niet van strenge winters of eindeloze regen, dan kun je ze het beste beschermen met stro, vliesdoek of een tijdelijk dakje. Het zaaien van artisjokken doe je in februari of maart in de vensterbank. Als je de zaailingen vervolgens in mei uitplant heb je grote kans dat je nog diezelfde zomer kunt oogsten. Geef ze wel regelmatig wat extra voeding in de vorm van plantengier of wormenthee en aan het begin van de lente een flinke portie compost of koemest. En met het oog op hun oorspronkelijk habitat spreekt een plekje in de volle zon natuurlijk voor zich! Oogst de knoppen als ze zo groot mogelijk zijn maar nog wel gesloten. Zodra de bloemen open gaan wordt de smaak namelijk een stuk taaier. Denk vooral niet dat het beter is de bloemknoppen het eerste jaar te laten staan. Het kost de plant namelijk behoorlijk wat energie om de knoppen om te zetten in bloemen en die energie kan de plant beter investeren in stevig wortelen.


Zomerse delicatesse: Artisjok

De traditionele, Mediterrane manier van artisjok bereiden vind ik zelf nog altijd de lekkerste. Je legt hiervoor de bloemknoppen in een grote pan water waar wat citroensap aan is toegevoegd om te voorkomen dat ze al te bruin worden. Breng het water vervolgens aan de kook en laat de knoppen (afhankelijk van de grootte) zo’n 35 tot 45 minuten koken. Ze zijn gaar wanneer je de blaadjes makkelijk los kunt trekken. Serveer de knoppen met een vinaigrette van olijfolie, citroensap of azijn en mosterd (of je eigen favoriete vinaigrette) en dip de blaadjes daar stuk voor stuk in. Het vruchtvlees zit onderaan en trek je er met je tanden af. Als je alle blaadjes op hebt blijft het hart van de artisjok over: een zomerse delicatesse! Pluk er alleen wel eerst de haartjes af…


Stadstuinieren 2014-04 – Tekst en fotografie: Stella Faber