IJs uit eigen tuin

Met de zomer komt de warmte. En bij warmte heb je meteen zin in koel. Bijvoorbeeld in de vorm van een lekker ijsje. Vooral kinderen zijn er dol op en lusten wel elke dag een ijsje. En waarom ook niet?
Wanneer we spreken over ijs lukt dat meestal niet zonder een beetje schuldgevoel. Niet zonder reden: het meeste consumptie-ijs bevat teveel vet, zit boordevol suiker en dan hebben we het nog niet over een heel gamma aan kleur-, geur- en smaakstoffen. Maar het kan ook anders. Een stuk ‘natuurlijker’, gewoon met de tuin als inspiratie.

“Voor kleur kun je bij aardbeien, aalbessen, frambozen, bramen maar ook bij een hele reeks kruiden en bloemen terecht”

IJs-basis

Het ‘oorspronkelijke’ ijs werd gemaakt door een mengsel van fijngemaakte vruchten langdurig te mengen in een kom die in een bak met ijs geplaatst werd. Dat kan ook nu nog, alleen gebruik je daarvoor een ijsmachine. Zo’n apparaat kun je in de meeste winkels voor huishoudapparaten kopen en kost tussen de 25 en 50 euro. Het is een investering die zeker de moeite waard is, omdat je daarmee op een eenvoudige wijze het lekkerste en bovendien erg persoonlijk en eigenzinnige ijs kunt samenstellen. Bovendien weet je zo precies wat er in elk ijsje zit. Een ijsmachine bestaat uit een koelelement dat je in de diepvries plaatst, een kom voor de ijsbereiding en een kleine elektrische motor die een spatel aandrijft. Heel eenvoudig, heel simpel. Het koelelement hoort vooraf 24 uur in de diepvries en daarmee kun je in een half uur ijs bereiden. Stop het element na gebruik opnieuw in de diepvries zodat het in de zomermaanden altijd klaar is voor gebruik.

Minder vet

Vet in ijs in de vorm van room of boter is noodzakelijk om het ijs zijn zachte structuur te geven en schepbaar te maken. Versgemaakt ijs heeft dat niet nodig, want vers ijs is altijd soepel, zacht en schepbaar. Je zelfbereide ijs invriezen en later opnieuw eten wordt wel iets moeilijker, omdat ijs zonder extra vet hard bevriest. Vers maken en alles opeten is dus de boodschap.

Voor de structuur van consumptie-ijs gebruikt men eieren of zetmeel. Als alternatief daarvoor gebruik je in je eigen ijs gewoon vruchtenpuree of neem je yoghurt of kwark als basis.

Minder zoet

IJs wordt te vaak gelijkgesteld met zoet. Zoveel zoet dat je meestal niet meer proeft wat er precies in zit. Minder zoet staat meteen gelijk met meer smaak, en wie een ijsje lust als dorstlesser zit ook meteen goed. Gebruik de natuurlijke zoetstoffen die in de vruchten aanwezig zijn, combineer zoete met minder zoete vruchten of gebruik geconcentreerd vruchtensap. Zoetstoffen zoals honing en ahornsiroop kunnen in een bescheiden hoeveelheid voor lekker en smaakvol ijs zorgen.

Meer kleur, geur en smaak

Zoals bij alles wat we eten is kleur en geur bijna even belangrijk als smaak. En precies de tuin biedt een onbegrensde bron aan inspiratie. Voor kleur kun je bij aardbeien, aalbessen, frambozen, bramen maar ook bij een hele reeks kruiden en bloemen terecht. Dieprood frambozenijs, paars bramenijs of verrassend ‘groen’ ijs op basis van citroenmelisse en verveine zijn maar enkele voorbeelden. Pureer de vruchten rauw. Lijkt je resultaat teveel op sap, voeg dan appel of banaan, yoghurt of kwark toe voor meer structuur en een fris-zoete smaak.

Bloemenijs

Bloemenijs is altijd een succes. Je kunt de bereiding maken op basis van yoghurt, kwark of sojapudding, licht gezoet met ahornsiroop. Naargelang het seizoen is er een ruime keuze in bloemen: van blauwe maartse viooltjes, bernagie of korenbloemen naar roomwit en fijn geurend in vlierbloesem, paars van lavendel of salie, oranje of geel van goudsbloem, rood en roze van rozenblaadjes. Bloemenijs vraagt het nodige geduld om eerst de bloemen te plukken, de bloemblaadjes te oogsten (de steeltjes zijn niet bruikbaar) en zo een handvol kleur en geur te verzamelen. Maar met een heel bijzonder ijsje in het verschiet is iedereen bereid om te helpen. Wie extra zoet ijs wil, kan fijngesneden blaadjes van Roomse kervel of stevia toevoegen.

Meng alles intensief en proef even van je vruchten- of yoghurtbereiding of alles fris-zoet en herkenbaar smaakt. Houd er rekening mee dat het vriezen een deel van de zoete smaak zal wegnemen. Giet de bereiding in de ijsmachine en volg de instructies, om een half uur later heerlijk vers ijs te ‘oogsten’.
Serveer het ijs met enkele verse bloemblaadjes of versgesnipperde kruiden erop. Op die wijze wordt een ijsje eten niet alleen proeven, maar tegelijk ook ruiken en visueel genieten. En dit keer zonder schuldgevoel, want ijs uit de tuin is gewoon puur sap, kleur en fruit. En kun je dus gewoon ‘dagelijks’ serveren.


Bloemenijs

Meng 200 gram kwark met een eetlepel neutrale vloeibare bloemenhoning. Giet alles in de ijsmachine en laat deze ongeveer 15 minuten draaaien. Versnipper de gemengde bloemblaadjes en voeg die toe. Laat 10 tot 15 minuten in het mengsel invriezen.


Bramenijs

Gebruik 200 gram verse zoete bramen en een grote zoete appel. Spoel de bramen af en snijd de appel in stukjes. Maak alles fijn in de keukenmachine of met een staafmixer tot een mooie vruchtenpuree. Giet alles in de ijsmachine en serveer met enkele verse bramen bovenop.


Trosbessensorbet

Pluk 500 gram van de zoetste bessen (de zachtroze ‘Pink Champagne’ is de mooiste én de lekkerste). Maak alles even fijn met de staafmixer en zeef de bessen tot een mooi sap. Proef en voeg indien nodig een eetlepel agavesiroop toe. Giet het sap in de ijsmachine en laat een halfuurtje vriezen tot een zachtroze sorbet. Serveer met verse bessen, citroenmelisse en bernagie.


Frambozenijs

Neem 200 gram versgeplukte frambozen en maak die met de staafmixer eventjes fijn. Vermeng ze met eenzelfde hoeveelheid yoghurt. Voeg eventueel nog een beetje extra zoetigheid toe en giet alles in de ijsmachine. Serveer dit dieprode ijs met wat verse blaadjes citroenmelisse.


Stadstuinieren 2016-04 – Tekst en fotografie: Peter Bauwens