Boxtel: Verrassend veelzijdig voedsellandschap

“De bedenkers beseffen dat de Boxtelse plannen in Nederland met belangstelling worden gevolgd”

Het bruist in Boxtel van initiatieven die het dorp een plek in de voedselatlas van Nederland bezorgen die naar verhouding van hetzelfde kaliber is als die je in een grote stad mag verwachten. We hebben het dan niet over boeren die hun opwachting maken op de plaatselijke markt, niet over De Kleine Aarde, jarenlang een kenniscentrum voor duurzaam leven en tuinieren, niet over De 12 Ambachten die als milieucentrum een dieptekas ontwikkelde, niet over De Schoffel, een biologische boerderij die een begrip is in de regio. Het gaat niet om professionals maar om gewone burgers die zich betrokken voelen bij het eten dat ze dagelijks op hun bord krijgen. Waar het vandaan komt, wat de samenstelling is en hoe het wordt geproduceerd zijn vragen die overal in Nederland worden gesteld. Daarin is Boxtel niet uniek. Er loopt een ‘groene draad’ door veel projecten die voedsel, gezondheid, sociale contacten en zich welbevinden aan elkaar koppelt. Het schepje dat Boxtel er bovenop doet ligt besloten in de hierna genoemde initiatieven

HERENBOEREN BOXTEL

Heren of boeren, that is the question. Ook al is ‘herenboer’ een begrip van vroeger, het was in ieder geval tot voor kort een onbekend fenomeen in Nederland: burgers die plannen maken om te gaan boeren. We kennen wel de situatie dat streekboeren hun gezicht naar de stad keren, een deal sluiten met burgers of zelfs in stadswijken tussen burgers gaan boeren die er hun producten afnemen. In de wijk Zuidlanden in Leeuwarden is Gosse Haarsma in 2012 een stadstuinderij gestart en kunnen wijkbewoners er hun groenten komen oogsten. In Amersfoort zijn Jacob Beeker en Folle Nooitgedacht stadsboeren die braakliggende gronden in de wijk Vathorst bewerken. Het meest bekende en aansprekende voorbeeld komt uit Rotterdam waar in 2012 drie lokale ondernemers op een voormalig rangeerterrein stadsboerderij ‘Uit Je Eigen Stad’ letterlijk uit de grond stampten.

Deze drie voorbeelden zijn niet te vergelijken met de unieke situatie in Boxtel waar de rollen zijn omgekeerd. Hier komt de vraag uit de burgerij voort naar eerlijk, duurzaam en seizoensgericht geproduceerd voedsel. Dus geen aanbod van een boer die zijn werkgebied verlegt. Überhaupt geen marktwerking in een basaal product als voedsel. De wereld wordt er compleet op zijn kop gezet: een groep inwoners wil niet meer afhankelijk zijn van het anonieme voedsel uit de supermarkt en denkt door het verkorten van de lijn van boer tot bord winst te kunnen maken voor zowel boer als burger. Tussenschakels verdwijnen immers in hun plannen. Boxtelnaar Geert van de Veer besprak anderhalf jaar geleden met vrienden dit voedseldilemma om te achterhalen of er een draagvlak was voor een ommekeer in denken èn handelen. Want maak je dromen maar eens concreet! De groep is snel aan de slag gegaan en is het realiseren van een eigen boerderij als plan gaan uitwerken. Het moet een boerderij zijn waarvan inwoners van Boxtel eigenaar zijn, waar graan en groenten worden verbouwd en waar er met kippen, varkens en koeien een biodiverse onderneming van wordt gemaakt die vroeger zo kenmerkend was in de eigen omgeving en toen gewoon gemengd bedrijf heette. Een bedrijf waarin niet de eisen van de markt bepalend zijn voor het gebruik van lang houdbare producten. Geen bedrijf dat met gebruikmaking van kunstmeststoffen en bestrijdingsmiddelen tot een steeds kortere productietijd moet leiden. Nee, de droom gaat over dierenwelzijn, over betrokkenheid, over samen delen, over eerlijke en heerlijke producten die tijd krijgen om te rijpen.

Tot zover de dromen. In maart 2014 presenteerde de groep haar plannen en zocht gelijkgezinden die als aandeelhouder mede-eigenaar zouden willen worden van de voedselcoöperatie. Zowel HAS Den Bosch als LEI-Wageningen (onderdeel van WUR) rekenden de plannen door en waren unaniem van oordeel dat het plan potentie heeft als 200 personen een aandeel ter waarde van € 2.000,00 nemen en er voor € 25,00 per week producten (groente, fruit, vlees, eieren en melk(producten) kopen. In dat geval is er voldoende draagvlak om 20 ha. grond te pachten, een boerderij te bouwen en het salaris voor een boer te betalen die in dienst zal komen van de op te richten voedselcoöperatie. Begin 2015 zijn er ca. 100 “Herenboeren-in-spe”, zoals de deelnemende burgers genoemd worden. Er is inmiddels bijna een intentieovereenkomst met een grondeigenaar en aspirant-boeren melden zich spontaan.

De bedenkers van het burgerinitiatief beseffen dat de Boxtelse plannen in Nederland met belangstelling worden gevolgd. Sterker nog: op diverse plaatsen vindt thans ook planvoorbereiding plaats naar het model van Boxtel. Dat geldt in ieder geval voor plaatsen als Haaren, Ede-Wageningen en Amsterdam. Het heeft de oprichter van Herenboeren doen besluiten om landelijk adviserend en coördinerend op te treden zodat niet iedereen opnieuw het wiel hoeft uit te vinden. Draagvlakverbreding betekent tevens dat landelijk ondersteunende instellingen, bedrijven, hogeschool en universiteit hierin een rol willen vervullen.

HERENBOEREN NEDERLAND: www.herenboeren.nl

 

Boxtel2VOEDSELBOS BOXTEL

Menigeen zal de wenkbrauwen fronsen. Voedselbos Boxtel? Nooit van gehoord. Alle permacultuurliefhebbers rennen achter elkaar aan naar Food Forest Ketelbroek in Groesbeek, naar de permacultuurtuinen van Park Makeblijde in Houten, of ze bezoeken de demotuin in Amsterdam-Noord. Maar om je uit de droom te helpen. Boxtel kent geen voedselbos op basis van permacultuur. René Fraaije, de eigenaar van het Oertijdmuseum in Boxtel is 15 jaar geleden begonnen met de aanplant van (eetbare) bomen, struiken en planten op een 2 ha. groot terrein rondom zijn als Groene Poort functionerende visitekaartje van Boxtel. 15 jaar geleden was men in Nederland nog niet vertrouwd met het begrip ‘voedselbos’ en René Fraaije had destijds een fraaie tuin op het oog die zou aansluiten op de geschiedenis van miljoenen jaren versteend landschap. Hij zocht en vond planten die ons historisch besef te boven gaan. Niet enkel de prints van varens en coniferen zijn duidelijk herkenbaar teruggevonden. Ook over wat de eerste mensen in de natuur aan eetbare vruchten vonden zijn ‘harde’ bewijzen gevonden. Prints en harde bewijzen zijn namelijk de fossielen die de natuur ons heeft geschonken. Er is een schat aan bomen geplant die in een historische fruittuin niet zouden misstaan. Sterker nog: in Boxtel ligt een unieke prehistorische tuin! Terwijl deze planten nog overal in de wereld groeien zijn ze in de Oertijdtuin als een collectie verzameld en prikkelen ze onze nieuwsgierigheid. Voorbeelden? Er staan 15 soorten vlierstruiken, 6 soorten kiwi’s (o.a. een oranje en een rode), 5 soorten kaki-fruit, sharonvruchten, mispelsoorten, een druifstruik, een citroenboompje, een doornenkers, een Japanse abrikoos, een granaatappelboom, een aardbeiboom, een rozijnenboom, een papiermoerbeiboom, een pecannotenboom, diverse walnoten waaronder de Chinese walnoot, de Orang-oetanwalnoot en de Kanonskogelnoot. Laatstgenoemde walnoten zijn supergroot. Merkwaardig is de augurkenstruik die na de gele bloei paarse, eetbare bonen draagt. De kiespijnboom draagt vruchten waarvan door het kauwen op het velletje om de zaadjes een toestand van verdoving optreedt die wel een half uur kan duren.

Waarom hij geen promotie maakt voor een bezoek aan zijn voedselbos? “Och, het duurt wel een aantal jaren voordat bomen een redelijke omvang hebben en fruit dragen. Ik denk dat ik er nog een paar jaar mee wacht”. Toch heeft René Fraaije nu al van diverse fruitsoorten gesnoept. En wie zijn museumtuin bezoekt kan al vast kennis maken met veel vreemdsoortige planten. De naambordjes staan erbij.

Voedselbos Boxtel: www.oertijdmuseum.nl/oertijdtuin/

 

Boxtel3ZADOTHEEK BOXTEL

De zadotheek is een spontaan ontstaan initiatief. Met het in Frankrijk ontwikkelde concept als voorbeeld werkte Pauline van de Braak vorig jaar september het idee uit tot een praktisch uitvoerbaar plan. Wat is een zadotheek eigenlijk en wie is Pauline van de Braak? Pauline is activiteitencoördinator bij het Natuur en Milieu Educatiecentrum ‘Kinderboerderij Boxtel’. Rondom dit centrum liggen meerdere moestuinen (kindermoestuin, vrijwilligersmoestuin, moestuin voor cliënten met een zorgvraag en een generatiemoestuin). Al deze gebruikers hebben moestuinzaden nodig en ze houden na de oogst veel zaden over die met anderen worden gedeeld. Toen het Franse initiatief langs kwam viel het kwartje. Waarom delen we ons overschot aan voedsel wel met elkaar en niet de zaden die we voor de teelt ervan nodig hebben? Er werd vervolgens overleg gevoerd met Eetbaar Boxtel en al heel snel werden groentetelende bewoners enthousiast gemaakt om hun overschot aan moestuinzaden in te leveren ten behoeve van een zadenbank waaruit iedereen zaden kan ‘lenen’. Dat ‘lenen’ is niet letterlijk op te vatten, dat zou niet eens kunnen. Het is de bedoeling dat je na de oogst van je meegenomen zaden een zakje met zaden terugbrengt dat dan weer door anderen gebruikt kan worden. Een zadenkringloop zou je het ook kunnen noemen. De zadotheek is nauwelijks uit de startblokken en er liggen al ca. 100 zakjes zaden van groenten en eenjarige bloemen op ‘leners’ te wachten. Een ‘zadenbib’ zegt men in België waar het verschijnsel al wat langer bestaat. Daar ga je ervoor naar de bibliotheek en snuffelt er in de aanwezige zadenbakken. In Boxtel houdt men de uitleen liefst zo simpel mogelijk: het aanbod aan zaden ligt in kleine zakjes in uitleenbakken. De namen van de ‘kleine leveranciers’ staan er niet op, of de zaden zaadecht zijn, is niet bekend, instructies zijn tot een minimum beperkt en er is geen ‘harde verplichting’ tot retourneren van zaden. Het initiatief ligt bij de gebruiker. Je staat niet als ‘lener’ geregistreerd en er zijn geen contributieverplichtingen. Op deze manier is de drempel laag en hoeven ook geen bemiddelingskosten gerekend te worden.

ZADOTHEEK Boxtel:www.kinderboerderijboxtel.nl

 

 

Stadstuinieren 2015-01 Tekst: Hans van Eekelen