De kunst van tuinieren: Rachel Ruysch en Maria van Oosterwijck

“De weelderige arrangementen in hun schilderijen zijn tuinen op zich”

De economische crisis en de toenemende mogelijkheden op Internet hebben ertoe bijgedragen dat kleinschalige creatieve ondernemingen nu als paddenstoelen uit de grond schieten. Je hoeft immers geen winkelpand meer te huren om een winkel te runnen en ook het plaatsen van dure advertenties in kranten en tijdschriften is niet meer nodig om je product aan de man te brengen. Op websites zoals “Etsy” en Social Media App “Instagram” worden vanuit huiskamers, keukens en ateliers wereldwijd de meest bijzondere handgemaakte dingen aangeboden. Van eetbare traktaties zoals zelfgemaakte bonbons, tot ingelijste zeefdrukken en aquarellen om de kinderkamer mee op te fleuren.

Hoe anders was dat in de 17e eeuw! Toen moest je een opleiding hebben gevolgd of bij iemand in de leer zijn geweest om serieus genomen te worden als kunstenaar, ambachtsman of deskundige. Bovendien moest je van het mannelijke geslacht zijn! Vrouwen hadden in die tijd lang niet zoveel rechten en mogelijkheden als nu en ook de kunstwereld was een echte mannenwereld. Toch is het de Amsterdamse Rachel Ruysch (1664-1750) en de Nootdorpse Maria van Oosterwijck (1630-1693) gelukt om hun bloemstillevens aan verschillende Europese koningshuizen en adellijke families te verkopen. Rachel verkocht haar schilderijen bijvoorbeeld voor bedragen tussen de 750 en 1200 Gulden per stuk, terwijl Rembrandt tijdens zijn leven zelden meer dan 500 Gulden kreeg voor een werk. Met uitzondering van “De Nachtwacht” natuurlijk, waarvoor hij 1600 Gulden ontving.

Hoe hebben deze vrouwen dat voor elkaar gekregen? De afkomst van Rachel heeft haar zeker een duwtje in de goede richting gegeven. Haar vader was een gerespecteerd anatoom en botanicus in de Hortus Botanicus van Amsterdam en had een grote verzameling flora en fauna. Hierdoor leerde Rachel de meest bijzondere bloemen, planten en insecten kennen, die ze al op jonge leeftijd begon te tekenen. Dat deed ze zo graag en goed dat haar vader haar op haar 15e in de leer stuurde bij Willem van Aelst. Hij was een van de bekendste Amsterdamse schilders op dat moment en had zich gespecialiseerd in bloem- en jachtstillevens. Maria van Oosterwijck – dochter van een predikant – heeft ook veel van deze man geleerd. Van Aelst had zelfs een oogje op haar en wilde met haar trouwen, maar Maria wees zijn aanzoek af. Ze bleven wel bevriend en op een gegeven moment verkochten Maria’s schilderijen zo goed dat ze een pand tegenover het atelier van Van Aelst kon kopen aan de Keizersgracht.

Rachel en Maria waren duidelijk slimme zakenvrouwen… en handige multitaskers! Rachel trouwde met een portretschilder en werd moeder van 10 kinderen en Maria bleef weliswaar alleen, maar voedde de zoon van haar overleden zus op. En dat alles in een tijd dat er nog geen wasmachines, auto’s of mobiele telefoons bestonden! Ik neem mijn petje af voor deze dames en vind hun werk ongelofelijk mooi en inspirerend. Of ze nog tijd over hadden om te tuinieren, betwijfel ik, maar de weelderige arrangementen in hun schilderijen zijn tuinen op zich.

 

Stadstuinieren 2016-01 Tekst: Stella Faber