Moestuinmoeder: Bonen in de moestuin

Een moestuin is niet compleet zonder bonen. Ieder jaar krijgen ze een paar vierkante meter toegewezen in mijn volkstuin. Vroeg in het voorjaar begin ik met de tuinbonen: heerlijk in een salade met komijn en rode ui. Na de tuinbonen zijn de sperzieboontjes aan de beurt.

Sperzieboontjes oogsten blijft  altijd een beetje spannend, want als de eerste kleine boontjes verschijnen, gaan wij meestal een paar weken op vakantie. Ik hoop altijd dat ik al een paar Franse haricots verts kan oogsten voor ons vertrek. Ook plant ik ieder jaar een paar stevige pronkbonen tegen lange bamboestokken aan. Pronkbonen laat ik tot in de late herfst hangen, tot ze droog uit de peulen vallen.

“Pronkbonen laat ik tot in de late herfst hangen, tot ze droog uit de peulen vallen”

Pronken met yin-yangboontjes

Het pronkstuk van de tuin moesten dit jaar echter de zwart-witte yin-yangboontjes worden! Vorig jaar kreeg ik een zak vol met deze schattige bonen in mijn handen gedrukt. De twee tegengestelde krachten Yin en Yang bewegen voortdurend en zouden in staat moeten zijn om zich aan alle omstandigheden aan te passen, zo las ik op internet. Dat vond ik wel aardig klinken en ik hoopte op een flinke oogst, in weer en wind.

Een hele rij stopte ik ervan in de grond, ik gaf ze water en wachtte. Hoe ik ook naar de grond staarde, geen enkel groen sprietje durfde zich te vertonen. Wat was er gebeurd? Waren de bonen misschien door een teveel aan regen weggerot? Hadden de vogels ze gevonden en ervan gesmuld? Voorzichtig peuterde ik wat in de grond, maar mijn handen bleven zwart en leeg. Nergens meer een boon te bekennen. Iets was er in ieder geval niet in balans!

Zaaien in zaaitray

Dit voorjaar had ik een beter idee voor mijn geliefde boontjes: ik legde ze in een grote zaaitray met stekgrond. In de kas zouden ze dan netjes voor kunnen kiemen, buiten het bereik van de vogels. En zo geschiedde: de bonen liepen uit en groeiden de nauwe gaatjes uit. Ik kan je nu vertellen dat je zo’n zaaitray niet op de aarde moet zetten. Of je moet ‘m regelmatig optillen en verplaatsen. Mijn bonenwortels hadden zich inmiddels een weg gebaand in de grond van mijn kas. De hele zaaitray zat stevig vastgegroeid. Net zoiets als mijn borduurwerkje van vroeger, toen ik erachter kwam dat ik op schoot mijn hele borduurlap aan mijn pyama had vastgenaaid!

Voorzichtig bevrijdde ik de bonenplanten uit hun gaatjes, maar enige schade liepen ze wel op. In de nog veel te koude meimaand kregen ze een plekje in de volkstuin. Er verschenen tere witte bloemen. En peulen! Zouden de bonenplanten toch hun balans weer terug hebben gevonden? Ik kreeg er weer vertrouwen in. Tot ik in het begin van de zomer een van de peulen openmaakte. Niks zwart en wit. Ze waren gewoon groen. Zo zie je, dat moestuinieren blijft ieder jaar weer een grote verrassing.

Stadstuinieren 2016-05 – Tekst en fotografie: Susan Lambeck