Stella’s Wereld: Het verhaal van de bloemetjes en de bijtjes

“Mijn pompoen produceert enkel mannetjesbloemen”

Het verhaal van de bloemetjes en de bijtjes
(en wat te doen als dat wat minder sprookjesachtig verloopt).

 

Het begon allemaal met een tomatenplant die eindeloos veel bloemen produceerde, maar deze ook weer net zo snel afstootte en voor een tapijt aan levenloze potentiële vruchtjes op de grond zorgde. Wat was er mis gegaan? De plant stond toch in de zon? Zag er toch gezond uit? Zat toch lekker in het blad? Er klopte iets niet. Ik trok mijn beste tuinboeken uit de kast, maar helaas… aan het onderwerp ‘bevruchting’ wordt over het algemeen weinig tot geen aandacht besteed. Gelukkig is er dan altijd nog internet en bleek al gauw dat ik niet de enige ben die met dit tomatenprobleem tobt.

De oplossing was om dagelijks te tikken tegen de takken om de wind na te bootsen en de planten in beweging te krijgen. Tomaten zijn in principe zelfbestuivend. De meeldraden en de stamper bevinden zich in dezelfde bloem. Als tomatenplanten buiten staan, helpt de wind ze om het stuifmeel los te schudden uit de meeldraden. Heb je ze echter in een windstille kas of achter het raam staan, dan moet je ze een beetje helpen.

Behalve de tomaten hadden ook de paprika’s, aubergines en maisplanten wat hulp nodig. En vooral m’n pompoen! De pompoen wordt omschreven als een van de makkelijkste groenten om te kweken. Op één plant ontwikkelen zich zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen die elkaar (met een beetje lekker weer en wat bijtjes in de buurt) makkelijk zouden moeten kunnen vinden. Maar dat geldt niet voor de pompoen op mijn Amsterdamse balkon. “Verwen ze niet teveel met water”, “knip de groeischeuten regelmatig af”… ik heb me aan alle adviezen gehouden. Mooi is de plant zeker. Hij zit dik in het groen en vol gezonde knoppen, waarvan er bijna iedere dag eentje open gaat en voor een prachtige saffraangele bloem zorgt. Elke ochtend ga ik vol verwachting naar buiten om te kijken wat het is geworden; een mannetje of een vrouwtje? Helaas, mijn pompoen produceert tot dusver enkel mannetjesbloemen. En hoe oogverblindend deze mannetjes er ook uit zien, met enkel en alleen mannetjes kan ik een leuke oogst vergeten!

Gelukkig zitten er nog steeds behoorlijk wat knoppen aan de plant, dus wie weet… ik geef de hoop op een vrouwtje in ieder geval nog niet op. Al is het er maar eentje. Tot die tijd gaan de mannetjes na het uitslaan van hun vleugels snel onder het mes en verzamel ik hun stuifmeel met een penseel op een stuk papier. De mannetjes leven namelijk niet veel langer dan een dag en tegen de tijd dat er eindelijk een vrouwtje ten tonele verschijnt, zijn er misschien geen mannen meer in de buurt om haar te bevruchten!

Het werk van een tuinier is in ieder geval alles behalve saai. Waar ik vroeger dacht dat het enkel over spitten, onkruid wieden en snoeien ging, ontdek ik nu dat je af en toe zelfs voor ‘bevruchtingsdeskundige’ en ‘koppelaar’ moet spelen. En dat is best leuk. Liefdesperikelen zijn kennelijk niet alleen van alle tijden, maar ook realiteit voor alles wat leeft. Of je nou mens, dier of plant bent!

Cashew Stadstuinieren 2014-05 Tekst en fotografie: Stella Faber