Als je het nog niet hebt gedaan, is het nu (tussen half juni en half juli) tijd om je appels te dunnen. Vooral voor jonge bomen is het vaak gezonder om niet alle appels ‘groot te hoeven brengen’. Door te dunnen heb je meer kans op grote, gave en smaakvolle appels. De boom heeft daarnaast minder kans op takscheuren en er is door de ontstane ruimte rond de blijvende vruchten, minder kans op schimmel. Misschien is er al wat spontane juni-rui geweest, waarbij de boom zelf al wat ‘kansloze’ vruchten heeft afgeworpen. Kijk goed naar welke appel beschadigd is, achterblijft in de groei of aangevreten is. Op de foto zie je een op het eerste gezicht mooie appel, maar als je beter kijkt zie je bruine of zwarte ‘prut’ bij de kelk (of oog) van de appel. De appel is aangevreten de larve van de fruitmot, een nachtvlinder die je bijna nooit ziet. De larve zit nu in de appel en geniet van het vruchtvlees en de zaden. Het dunnen is een goed moment om alle aangevreten appels weg te halen, ten gunste van de nog gave exemplaren. Laat de gedunde appels niet onder de boom liggen. Bij een tros van drie gave en gezonde appels, de je de middelste weg.
Vind je het onnatuurlijk om te dunnen, omdat dat in het wild ook niet gebeurt? Bedenk dan dat onze appelbomen en rassen door de mens ‘gemaakt’, geselecteerd en vermeerderd zijn. Wilde appels hangen vol met kleine vruchtjes, die kleiner, zuurder en wranger blijven. Wanneer je dunt, blijft het gewicht van je oogst zo’n beetje gelijk, maar is het verdeeld over minder – dus grotere – appels, die makkelijker en mooier rijp worden.

wormstekige-appel-1.JPGgedunde-appel-0.JPG