Wat? Bonte was, witte was, doorwas? Nee, geen vuile was, maar ‘was’ van gewas, de wassende maan, tot wasdom komen. Groeien dus.

Als je tot nu toe dacht, toen het loof van de aardappels verdorde en verdween: “Ach, laat (ze) nog maar even zitten”, dan heb je nu kans op nieuw fris loof boven de grond. Doorwas betekent namelijk doorgroeien. De aardappels beginnen als het ware aan een tweede seizoen en lopen weer uit. Met het winterseizoen voor de boeg is dit een hopeloze onderneming. Het loof zal afsterven bij vorst en de knollen groeien niet bij kou. Snel rooien dus, de uitlopers afbreken en daarna echt koel bewaren. Als de knol groen van kleur geworden is, dan ben je te laat, deze delen zijn niet meer eetbaar.

Los van het verlies van je oogst is het sowieso goed om al je aardappels uit de grond te halen. Want als er in een milde winter knollen overleven, dan lopen deze volgend jaar weer uit. De overwintering en uitbreiding van aardappelziekten en plagen (zoals de Coloradokever) wordt dan makkelijker.

Niet wassen, maar rooien dus!

doorwasdoorwas.jpg