Wanneer je zelf zaden wilt overhouden, van peulen, erwten of kapucijners bijvoorbeeld, of later van bonen, dan laat je de peulen hiervan afrijpen aan de plant. De lekkerste oogst krijg je wanneer je de peulen plukt als ze nog groen zijn (of paars, bij kapucijners). Het beste zaadgoed rijpt af aan de plant en oogst je pas wanneer de peulen perkamentachtig gaan verdrogen en bruin kleuren. Je dopt ze pas wanneer de peulen volledig droog en hard zijn. Laat dus een paar peulen hangen om rustig af te rijpen.

Om wél de grond kunnen benutten voor een volgende teelt selecteer je het beste één gezonde plant die je een stokje geeft als steun. Als je vraat vermoedt van vogels of andere mee-eters, kan je er een stukje gaas, vliesdoek of vitrage omheen doen. Ergens na de zomervakantie, in september, oogst je de peulen, dopt ze en stopt ze een paar nachten in de vriezer om eventuele larven van de erwtenkever of de erwtenboorder uit te schakelen.

image1 (1)