Cashew way of life: Véél bloemen in de tuin van Mariëlle van de Kerkhof

Geert Groffen

Toen er na achttien jaar een einde kwam aan een jarenlange ziekte die haar in alles beperkte, ging er voor de Helmondse Mariëlle een nieuwe wereld open. Ze aarzelde geen moment en besloot zich in te schrijven bij een volkstuincomplex. Tuinieren wilde ze; verse bloemen en groenten om haar heen. En lekker met de handen in de aarde!

“‘Ik ben dol op bloemen, dus daarvan zie je er veel in de tuin”

De tuin van: Mariëlle van de Kerkhof (40)
Functie: Facilitair projectassistent bij Gemeentemuseum Helmond
Woont: alleen
Woont in: Helmond
Sinds: maart 2014
Oppervlakte moestuin: 105 m2

“Ik heb tuinieren altijd leuk gevonden, als kind al”, vertelt Mariëlle terwijl ze trots door haar winterse tuin loopt. “Ik mocht van mijn ouders op een klein stukje grond in de tuin planten wat ik zelf wilde. En dat is precies wat ik ook nu weer doe, op iets grotere schaal.” Mariëlle begon met een moestuin van 52 vierkante meter, toen zij in maart 2014 na zeven maanden wachten een stuk grond toegewezen kreeg. Inmiddels heeft ze er wat meters bijgekregen en bedraagt haar tuin ruim 100 vierkante meter. “Ik twijfelde nog of ik een tuinhuisje wilde of een kas, maar in een tuinhuisje kun je niks laten groeien, dus het werd een kas. Met tegels die ik van mensen uit de buurt kreeg, heb ik een fundering gemaakt. Vervolgens ben ik paden gaan aanleggen. Ik ben dol op bloemen, dus daarvan zie je er veel in de tuin. De phacelia is mijn favoriet, en verder ben ik gek op rozen, tulpen, hortensia’s, zonnebloemen, stokrozen en de malva en bekermalva. Maar ook het Tübingermengsel van Bolster is geweldig. Daar trek ik bijen mee aan, en dat is weer goed voor de tuin en voor de bijenstand waarmee het momenteel niet zo best gesteld is. In de zomer zie je hier echt een zee van bloemen. Ik heb niet echt een vastomlijnd plan voor de tuin, maar vind het wel belangrijk hoe hij eruitziet en dat ik blij word op het moment dat ik de tuin inloop.”

Geen peil op te trekken

Naast bloemen verbouwt Mariëlle ook de nodige groenten. Niet heel veel soorten, vooral alles wat ze lekker vindt. Courgettes, snackkomkommers en tomaten bijvoorbeeld. “Pompoenen had ik het eerste jaar ook; toen groeiden ze als een dolle, maar afgelopen jaar was het ineens niks. Hetzelfde gebeurde met de pronkbonen. Ook die waren het eerste jaar prachtig en het tweede jaar zijn er maar twee opgekomen. Ik vermoed dat de pompoenplanten volledig zijn opgegeten. Ik heb geprobeerd iets tegen de slakken te doen, zoals het strooien van eierschalen, maar het haalde niets uit. Afgelopen voorjaar werden mijn jonge courgetteplantjes opgegeten voordat ze de kans kregen om vrucht te dragen, daar baalde ik enorm van. Ik heb het iets later in het jaar gewoon nog een keer geprobeerd en toen bleven de slakken er wel af. Er valt geen peil op te trekken! Mijn tomaten deden het dit jaar fantastisch. Ik heb ze buiten onder een afdakje geplaatst, omdat ze in de kas veel te hard groeiden – vooral hun bladeren. Toen ik dit stuk grond overnam stond er al een prachtige appelboom op. Op de smaak van de appels ben ik niet zo dol, maar de bloesem in het voorjaar is echt schitterend! Ook heb ik frambozen- en bramenstruiken en heel veel aardbeien. Bij mijn groenten doe ik aan wisselteelt; het fijne van deze fruitstruiken is dat ik ze niet jaarlijks hoef te verplaatsen.”

Intens genieten

Dat Mariëlle ooit nog zo zelfstandig en actief zou zijn, had ze een paar jaar geleden niet kunnen bedenken. Op haar zeventiende kreeg ze de chronische ziekte ME, een progressieve ziekte die haar leven steeds meer ging beïnvloeden. “Ik was 25 en lag voornamelijk op de bank bij mijn ouders thuis, waar ik toen nog woonde. Zodra ik me even beter voelde, ging ik meteen zóveel doen dat ik er daarna dagenlang van moest bijkomen. Ik stuitte op een gegeven moment bij toeval op een revalidatieprogramma dat ontwikkeld is door Ashok Gupta, die zelf ME heeft gehad, en dit heeft ervoor gezorgd dat mijn leven een paar jaar geleden drastisch veranderde. Ik leerde op een nieuwe manier met mijn situatie, lijf en gevoel omgaan en stukje bij beetje heb ik mijn leven teruggekregen. Ik ben wel wat sneller vatbaar voor ziektes en helaas is vorig jaar gebleken dat ik allergisch astma heb. Dit jaar ben ik vijf keer gestoken door een wesp in mijn tuin, dat was wel even een gedoe vanwege de allergische reactie. Misschien kan ik mijn bloemenveld beter verplaatsen naar het einde van de tuin, achter de sloot. Maar het tuinieren gaat goed; ik geniet er intens van en houd het wel anderhalf uur vol als ik maar een beetje afwissel. Ik kom hier zo’n twee à drie keer per week. In het voor- en najaar neem ik er lekker de tijd voor, in de zomer – als wespen, dazen, en muggen hoogtij vieren – zijn mijn bezoekjes kort en praktisch. Ik vind het heerlijk om ook even lekker in de tuin te zitten en een kopje thee te doen met vrienden hier op het volkstuincomplex. Voorheen ging ik naar de sportschool voor mijn revalidatie, maar vanwege mijn allergieën was dat niet prettig. Voor mij is tuinieren een nieuwe manier van sporten; ik ben lekker fysiek bezig – en dat op een heel fijne plek in de buitenlucht.”

300 bloembollen

Plannen voor haar tuin heeft Mariëlle te over. “Het is grappig dat iedereen hier op het volkstuincomplex me waarschuwde dat je elk jaar weer zult zeggen dat je het volgens jaar hélemáál anders gaat doen. ‘Ik niet hoor’, dacht ik nog. Maar ze hadden gelijk, volgend jaar wil ik toch weer van alles anders dan afgelopen jaar. Ik heb nu tweehonderd van in totaal driehonderd bloembollen geplant; in het voorjaar verwacht ik hier een hele verzameling tulpen in wit, roze en paarstinten, allium, krokussen en narcissen in verschillende soorten. Verder ben ik bezig met het uitbreiden van mijn kruidentuin. Op dit moment heb ik lavendel, munt, citroenmelisse, peterselie, selderij, basilicum, dille en bieslook in de tuin; die laatste twee vooral vanwege de mooie bloemen. Ik wil er graag nog oregano, citroentijm, rozemarijn bij – en wat ik verder nog voor leuks tegenkom in het tuincentrum. Ook wil ik komend jaar heel graag weer pompoenen, dus die uitdaging ga ik toch weer aan. Het is niet voor niets dat ik de spreuk: ‘A garden is a thing of beauty and a job forever’ in mijn kantoortje heb hangen”, grinnikt Mariëlle, “daar is geen woord van gelogen!”

Mariëlle van de Kerkhof werkt sinds 2013 vanuit een re-integratietraject bij Gemeentemuseum Helmond. Ze begon er als baliemedewerkster, maar werkt tegenwoordig op kantoor als facilitair projectassistent. Op dit moment houdt ze zich onder andere veel bezig met fondsenwerving. Tijdens haar ziekte schreef ze het boek ‘Verhalen uit het leven van mevrouw Van der Valk’, over haar 97-jarige vriendin. Dat schrijven beviel haar zo goed dat ze daarna de ook nog de boeken ‘Kleine juweeltjes’ en ‘Geluk op twee wielen’ schreef.

Cashew Stadstuinieren 2016-01. Tekst: Marike Ooms | Fotografie: Mariëlle van de Kerkhof, Kim Verheijen