Groene geheimen: ‘UFO’ pattisons

Cucurbita pepo

“Door alleen de vrucht te eten loop je in wezen 2/3 van de oogst mis”

Pattisons maken deel uit van de komkommerfamlie (Cucurbitaceae) waar de courgette, pompoen, meloen en (natuurlijk) komkommer zelf ook deel van uitmaken.

Dit is een echt ‘oer’ gewas. Bewijs van domesticatie gaat tot 10000 jaar terug. Ze werden van origine in de Andes en Mesoamerica gecultiveerd. Christopher Columbus bracht ze mee naar Europa na zijn ontdekking van de Nieuwe Wereld in 1492.

Ze zijn verkrijgbaar in verschillende tinten met creatieve benamingen, als Pattypan, Sunburst, Scallopini en Schwoughksie, maar bij Stadstuinieren noemen wij ze graag de UFO Pattison.

Pattison planten zijn erg sterk en productief. Per plant nemen ze wel wat ruimte in beslag (ongeveer een halve m2), maar één plant levert al voldoende op voor meerdere maaltijden.

Zaaien & verzorgen van Pattisons

Pattisons zijn verzot op warmte en het is dus het beste van april tot eind juni te zaaien. Zaai de zaadjes 2cm diep (liggend op hun kant) in een pot en plaats deze in een zonnige vensterbank. Plant eind mei uit en geef regelmatig water en extra voeding. Houd de bodem vochtig door een goede laag mulch rond de stam te leggen.

Pattison planten zijn gevoelig voor ‘Echte Meeldauw’, dat de bladeren bedekt met een wit schimmel. Gebruik hiertegen een huisgemaakte melkspray (Gewone melk? Inderdaad). Meng de melk 1:1 met water en spuit dit om de week aan beide zijden van de bladeren. Dit werkt het beste preventief en wanneer de zon er op schijnt.

Oogsten & toepassen

Door alleen de vrucht te eten loop je in wezen 2/3 van de oogst mis. De bloemen worden steeds populairder in chique restaurants, vaak gevuld met zachte kaas of gefrituurd. De bladeren en jonge scheuten zijn ook eetbaar en worden internationaal op verschillende manieren bereid. In Afrika worden de bladeren gebakken met knoflook en ui en in Thailand gestoofd in kokosmelk.

UFO Pattison is ook 1 van de 3 gewassen die verbouwd wordt in een Aztekentuin.

Stadstuinieren 2015-04 – Tekst en fotografie: Natassia Doets