Groen op de stoep: Pleidooi voor een bankje en een geveltuin

Geert Groffen

Pleidooi voor een bankje en een geveltuin voor de deur

De stoep is niet alleen een plek om te lopen. Wie een bankje voor de deur zet en een geveltuin aanlegt, maakt de stad niet alleen mooier maar ook socialer.
Weelderige klimmers langs de gevel of keurige struikjes in een randje weggehaalde stoeptegels voor het huis. Geveltuinen en bloembakken zijn niet weg te denken uit de stad.

En gelukkig maar want stedelijk groen, hoe klein ook, kan een bijdrage leveren aan het opvangen van regenwater en het tegengaan van het zogenoemde hitte eiland effect. De bladeren van planten en bomen zorgen voor verdamping en daarmee verkoeling. Op warme dagen zorgt al dat groen voor een iets aangenamere temperatuur in de stenige stad.
Geveltuinen en bloembakken helpen ook mee de biodiversiteit op peil te houden. Insecten en vogels kunnen er op zoek naar voedsel, net als bijen die op de nectar van bloemen afkomen. Door veel plekken te hebben waar deze dieren terecht kunnen, maakt hun overlevingskansen een stuk groter. Bovendien kunnen geveltuinen gezamenlijk een bescheiden bijdrage leveren aan een betere luchtkwaliteit.

Tussen woning en straat

Naast positieve effecten voor het milieu, hebben geveltuinen ook nog andere functies. Dat blijkt uit de publicatie De Stoep. Ontmoetingen tussen huis en straat van Eric van Ulden, Daniel Heussen en Sander van der Ham. Hun onderzoek richt zich niet in eerste instantie op geveltuinen, maar zoals de titel ook al aangeeft op de stoep. Volgens de auteurs is de stoep een interessante zone tussen straat en woning, waar van alles kan gebeuren en waar volgens de onderzoekers nog veel meer gebruik van gemaakt kan worden. Interessant om te lezen is dat de stoep zoals wij die nu kennen, eigenlijk nog helemaal niet zo oud is. Zo’n vijfhonderd jaar geleden bedachten heren van stand dat het toch wel zo prettig zou zijn als er enige afstand zou zijn tussen voorbijrijdende rijtuigen en de woning. Aanvankelijk behoorde de stoep dan ook toe aan de eigenaar van de woning die er achter lag. En dat terwijl wij tegenwoordig de stoep toch zien als publiek domein, als een deel van stad of dorp dat van iedereen is. Die openbare functie is pas later ontstaan, net als de verkeersfunctie. De stoep is immers ook een manier om van A naar B te lopen.
Maar trottoirs zijn ook nu niet alleen verkeersruimten. Mensen vinden het prettig aan de voorkant van hun woning te kunnen zitten en om het voorportaal naar eigen smaak een beetje aan te kleden. Daar bestaan excentrieke en uitbundige voorbeelden van, tot kabouters aan toe, maar in de stad zijn het vooral bankjes en groen die mensen voor hun de deur plaatsen.

De sociale geveltuin

Volgens de auteurs is het motief voor mensen om de voorkant van hun huis aangenamer te maken niet alleen vanwege het milieu of omdat ze dat zo mooi vinden. Het in gebruik nemen van een stukje openbare ruimte zorgt ook voor een buffer tussen de buitenwereld en het privédomein. Het helpt kortom om afstand te houden en buitenstaanders niet al te dicht bij de eigen woning te laten komen. Dat lijkt niet erg sociaal, maar dat is ook weer niet helemaal terecht. Zo hebben de auteurs ook aan eigenaren van geveltuinen en bankjes voor de deur gevraagd of de contacten met de omgeving zijn toegenomen sindsdien zij een eigen plekje voor de deur gecreëerd hebben. En dat blijkt inderdaad het geval. Voor ouders biedt een bankje voor de deur een manier om spelende kinderen in de gaten te houden en om een praatje met de buren te maken. Wie goed verzorgd groen voor de deur heeft, laat bovendien zien verantwoordelijkheid te nemen voor zijn omgeving door aandacht te besteden aan de straat waarin hij woont. Daarnaast zegt de diversiteit van de manier waarop de stoep voor de deur inclusief geveltuinen wordt ingericht volgens de auteurs ook iets over de identiteit van de bewoners. Door een persoonlijke touch te geven, laat iemand zien wat hij of zij mooi vindt. En misschien een beetje wie hij of zij is.

Hulp bij geveltuinen

Een geveltuin aanleggen betekent extra groen en verantwoordelijkheid nemen voor de omgeving. Daarom leggen veel gemeenten op verzoek de straat een stukje open zodat die door de bewoners naar eigen inzicht ingericht kunnen worden. De gemeente Rotterdam startte enkele jaren geleden bijvoorbeeld de campagne ‘Tegel eruit, groen erin’, waarin bewoners tot maximaal anderhalve stoeptegel vanaf de gevel konden gebruiken voor een geveltuintje. Ook andere gemeenten bieden hulp aan bij het inrichten van groen voor de deur. Het kan daarbij gaan om de aanleg van een betonnen rand tot een plantenpakket voor de tuin. De gemeente Den Haag geeft bijvoorbeeld in een brochure advies over het soort planten dat, afhankelijk van de ligging van de minituin, het beste gebruikt kan worden.

Tussenruimte ontwerpen

Toch is er nog een wereld te winnen in het ontwerp van straten om de betrokkenheid van bewoners met de wereld om hen heen te vergroten. De stoep is volgens de auteurs van De Stoep nog al te vaak een lacune tussen de praktijk van de stedenbouwkundige die zich met het grotere geheel bezighoudt en de architect die vooral naar de woning kijkt. Meer aandacht voor de stoep zou de natuur en de sociale interactie in de stad kunnen verbeteren. Daar zijn overigens ook goede voorbeelden van. Zo wordt in de hele Vinexwijk IJburg het toe-eigenen van een stukje straat voor de deur gestimuleerd. Op subtiele wijze is de bestrating vlak voor de woningen net even anders dan de rest, waardoor als vanzelf een onderscheid ontstaat tussen publieke ruimte en de tussenruimte. Bewoners blijken daar gretig gebruik van te maken.
De auteurs van De Stoep zouden dat op veel meer plekken terug willen zien, ook al leent niet iedere straat zich om prettig voor de deur te vertoeven. Zo missen portiekflats de onmisbare directe toegang naar de straat. De straat mag ook niet als een grote vlakte aanvoelen wat gebeurt als die breder is dan de aangrenzende gebouwen hoog zijn. En uit gesprekken met ervaringsdeskundigen blijkt dat zowel te veel als te weinig groen mensen afschrikt met hun eigen plantjes voor de deur te gaan zitten. De auteurs komen ook uit op een ideale maat van een stoep om toe te eigenen: tussen een en twee meter. Wordt niet aan die eisen voldaan, dan is de kans groot dat bewoners zich ver achter de geraniums verschansen.

In Antwerpen bloeit de geveltuin op

In het boek De Stoep mag dan gesproken worden over de typische Hollandse stoep, ook aansprekende voorbeelden van buiten Nederland komen aan de orde. Zo ontbreekt het in België volgens de auteurs aan een traditie om de ruimte tussen huis en straat vorm te geven. Ook al komt daar verandering in. In Antwerpen bijvoorbeeld is de geveltuin aan een echte opmars bezig. Opsinjoren, een instelling van de stad Antwerpen die bewonersinitiatieven ondersteunt, is daar de drijvende kracht. Zo schijnt het uitdelen van bloembakken niet alleen een groot succes te zijn, het heeft ook geleid tot samenwerking met het EcoHuis, een adviescentrum voor duurzaamheid. Het EcoHuis biedt via Opsinjoren een totaalpakket aan om een geveltuin aan te leggen en zorgt desgevraagd voor begeleiding. Via de ‘groendienst’ kunnen bewoners gratis planten krijgen. Binnen enkele jaren hoopt het EcoHuis het straatbeeld van Antwerpse straten een groene make-over te geven.

In steeds meer steden mag je zonder vergunning een geveltuin aan te leggen. Soms kom je zelfs in aanmerking voor een financiële tegemoetkoming. Informeer bij jouw gemeente was de mogelijkheden zijn.

De gezonde stad: Aanvragen geveltuin Amsterdam
Antwerpen: Geveltuin aan leggen met de buren

Groen balkon: Tuinieren op vier hoog
Natuur op je muur

Stadstuinieren 2015-06 Tekst: Joost Zonneveld