Het mooie moestuinleven van madame Zsazsa

“als je alles in overvloed zou hebben, geniet je niet meer van iets nieuws”

Zsazsa2Wat doe je met gier in de moestuin? En wat is het nut van een mulchlaag rondom je planten? Kim Leysen alias madame Zsazsa weet er alles over. Met een eigen pagina op Wikipedia, een prijswinnend blog en twee boeken op haar naam is Kim Leysen zeker in België al aardig beroemd. Dit voorjaar verscheen haar vier centimeter dikke boek ‘De moestuin van mme Zsazsa’. Hoogste tijd voor Stadstuinieren om haar op te zoeken in haar jaloersmakende moestuin in de Belgisch Kempen.

Alles eten wat de plant jou geeft
De interesse van Kim in biologische en vergeten groenten begon zo’n tien jaar geleden: “Ik las een recept waar pastinaak in moest. Maar toen ik bij de groenteman ernaar vroeg, keek hij mij onwetend aan. Hij had er nog nooit van gehoord.” Inmiddels heeft ze een moestuin van 1500 vierkante meter op poten gezet. Omdat haar grootouders een moestuin hadden, was ze er als kind al bekend mee. Kim eet bijna het hele jaar uit haar tuin: “Door de zachte winter hebben we nog lang snijbiet en kool kunnen eten. Van bladkool eten we eerst het blad, daarna laat ik de plant doorschieten. Want wist je dat je ook de bloemknoppen van boerenkool kunt eten? Dat is het mooie van je eigen groenten telen: je kunt alles eten wat de plant jou geeft, je gooit niets weg.”

Dat er in het vroege voorjaar nog weinig nieuwe oogst is, vindt Kim geen probleem: “Het is ook goed om schaarste te ervaren. Als je alles in overvloed zou hebben, geniet je niet meer van iets nieuws.” Als de oogst op is, koopt Kim biologische groente van het seizoen. Verder vindt ze dat je door zelf je groente te verbouwen, meer keuze hebt: “Je kunt groenterassen uitproberen die je niet in de winkel vindt. In België kennen we bijvoorbeeld geen kapucijners. Ik weet niet waar je ze bij eet, maar ik ga ze vast een keer zaaien.”

Haar grote voorbeeld is de Britse Alys Fowler, bekend van het programma Gardeners World. Net als Fowler probeert Kim zoveel mogelijk zelfvoorzienend te zijn, met naast haar moestuin een schare kippen, ganzen, eenden en twee aandoenlijk ogende varkens. Vlees eet ze overigens niet, daar is ze jaren geleden mee gestopt. “Met een moestuin ga je vanzelf meer groente en fruit eten. Je hoeft de tuin maar in te lopen en je kunt eten. Het geeft mij een gevoel van onafhankelijkheid. In de zomervakantie hoeven wij de deur niet uit, we komen dan nauwelijks in de supermarkt. Mijn kinderen zitten wel eens te mopperen aan tafel, maar wie kookt, bepaalt wat er op tafel komt”, zegt Kim stellig. Met kleine kinderen in de moestuin werken, vindt Kim niet zo’n goed idee. “Voordat je het door hebt, lopen ze door het zaaibed heen en kun je opnieuw beginnen.”

Elke week koken en proeven
Vorig jaar begon ze aan het samenstellen van haar boek. Samen met vriendinnen Dorien Knockaert en Els Menten ging ze elke week oogsten, koken en proeven. “Dorien maakte op zo’n dag drie hoofdgerechten”, vertelt Kim. “Samen eten was zó gezellig, dat mis ik nu het boek af is.” Om het boek te schrijven, nam ze even vrij van haar moestuin: “Maandenlang deed ik niets in de tuin. Als de kinderen naar school waren, begon ik met schrijven.” Het resultaat is indrukwekkend. Vooral de hoofdstukken over zaaien, composteren en mulchen lezen als een trein en bieden een schat aan tips, die je in elke moestuin toe kunt passen.

Inmiddels is Kim bezig om de achterstand in haar moestuin in te halen. Dat betekent veel onkruid wieden, maar dat gaat niet achteloos de container in. Sowieso maakt ze haar eigen compost, maar ze laat ook een grote emmer gier zien. Opvallend genoeg stinkt het helemaal niet. “Alle onkruiden gaan in een emmer met water, die je een paar weken laat staan. Ik zou er wel wat vaker in moeten roeren, zodat er meer zuurstof bij komt. Je stopt er het beste veel verschillende planten in, zodat je veel variatie aan voedingsstoffen in de gier krijgt”, legt Kim geduldig uit. “Vooral tomatenplanten doen het hier goed op, maar eigenlijk kun je het wel bij alle planten kwijt. Ook compost is geweldig. En terwijl de meeste mensen denken dat je er heel veel van nodig hebt, is dat juist niet waar. Eén emmer compost per vierkante meter is ruim voldoende. Bij de meeste planten kun je zelfs met minder toe en bij uien doe je juist geen compost. De kans bestaat dan namelijk dat ze sneller gaan rotten.”

Kims favoriete seizoen is de zomer: “Dan hoef je eigenlijk niets meer te doen en kun je genieten. Als je het onkruid in toom houdt en rond alle planten een mulchlaag legt, heb je bijna geen werk. Met een uurtje per dag houd ik de moestuin bij. Ik zorg ervoor dat mijn grond altijd bedekt is met bijvoorbeeld gras, houtsnippers en bladeren. En ik zaai veel groenbemesters, zoals phacelia en komkommerkruid”, wijst Kim aan. “Na enige tijd knip ik die gewoon af en laat ik de planten liggen.” Het is duidelijk dat haar hart ligt bij het ecologische tuinieren. Bestrijdingsmiddelen gebruikt Kim nooit en ze beschermt haar planten ook niet met netten. Last van vogels die de planten vernielen, heeft ze gelukkig niet. “Het komt misschien doordat ik hier meer in het open land zit, waar vogels altijd wel wat te eten hebben. In de stad zal het vast anders zijn.”

Zaaiplannen en vruchtwisseling
Stadstuinieren heeft ze nog nooit gedaan, maar haar vriendin Dorien heeft een stadstuin in Antwerpen. “Ze kweekt er ook heel wat groenten”, aldus Kim. “Maar dat zaaien in potten zie ik niet zo zitten. Het lijkt mij een heel gedoe als je steeds water moet geven. In de volle grond gaat het allemaal toch wat gemakkelijker.” Het lijkt wel een droomplaatje, die moestuin van mme Zsazsa. Gaat er dan helemaal nooit iets mis? Komt alles op? “Nee, hoor”, lacht Kim. “Vorig jaar ging het verkeerd met de broccoli. Ik denk dat er de koolgalmug in zat. Ik heb hem in de winter laten staan en later liep hij toch nog uit.” Met deze laissez-faire stijl lukt het Kim om een omvangrijke moestuin te onderhouden, maar schijn bedriegt. Zo maakt zij een indrukwekkende serie zaaiplannen en legt zij zaadje per zaadje nauwkeurig in de grond, zodat je de plantjes niet uit hoeft te dunnen. “Vruchtwisseling is heel belangrijk”, legt Kim uit. “Ik heb vier groepen met perken, waarbinnen de groenten rouleren. Uien en prei mogen bijvoorbeeld niet na elkaar op dezelfde grond staan, daar moet zes jaar tussen zitten.” Heeft Kim alweer nieuwe plannen, nu haar boek in de winkel ligt? “De komende maanden doe ik rustig aan”, lacht Kim, want haar derde kindje is onderweg. “Maar met een moestuin heb je altijd een hobbykamer waar je direct aan de slag kunt. Klompen aan en je kunt beginnen!”

Stadstuinieren 2014-04 – Tekst: Susan Lambeck, Fotografie: Els Menten