Permacultuur in de moestuin: Spitten

“Door tuinieren te zien als een samenwerking met de natuur, kun je in de zomer drie weken op vakantie gaan”

Permacultuur in de moestuin: Spitten

Moestuinieren wordt vaak gezien als een leuke maar arbeidsintensieve bezigheid die zwaar is voor je rug. Een traditionele moestuinier spit in het voorjaar zwoegend zijn lapje grond om en heeft het hele moestuinseizoen zijn handen vol aan wieden, schoffelen en watergeven. Even op vakantie gaan heeft al gauw desastreuze gevolgen, want in afwezigheid van de ijzeren hand die de natuur in bedwang houdt wint onkruid het snel van de groente.

Wat is permacultuur?

Door tuinieren, volgens de principes van de permacultuur, niet als een strijd tegen de natuur te zien maar als een samenwerking, kun je ook met aanzienlijk minder inspanning veel uit je moestuin oogsten. Zelfs als je in de zomer drie weken op vakantie gaat.

De drie belangrijkste beginselen van permacultuur moestuinieren zijn: rust voor de bodem (ofwel: niet spitten), de grond beschermen door hem bedekt te houden met mulch, en diversiteit. In dit artikel over de permacultuur moestuin kun je lezen waarom je beter niet kunt spitten.

Niet spitten in de moestuin

Het spitten is in onze cultuur zo met de moestuin verbonden dat de tuinier zelden stopt om zich af te vragen waarom het eigenlijk nodig is. De redenen die meestal aangedragen worden zijn vooral het losmaken van de grond, onderwerken van meststoffen en onderspitten van onkruid. Maar eigenlijk veroorzaakt het spitten meer problemen dan dat het oplost.

De grond zit vol levende organismes die allemaal een rol in het geheel hebben. Denk aan de grote schepsels die we met blote ogen kunnen zien zoals wormen en insecten, en aan de microscopische organismen als schimmels, bacteriën en nematoden. Elke keer dat je de spade in de grond zet, verstoor je het ingewikkelde web van het bodemleven. Organismes die dieper in de grond leven worden blootgesteld aan te grote hoeveelheden zuurstof en organismes die dichtbij de oppervlakte leven worden begraven. Je doodt zo telkens veel van je helpers en het duurt even voordat de bodem zich weer herstelt. Dat is ook de reden waarom de groentes in ongespitte grond in het voorjaar sneller groeien dan in grond die aan het begin van het seizoen is omgespit.

Spitten tegen onkruid?

Wat onkruid betreft heeft het spitten meestal juist het omgekeerde effect. Het is beperkt succesvol als het eenjarig onkruid betreft, maar vaste wortelonkruiden zoals kweekgras en zevenblad laten zich er niet door tegenhouden. Bij het omspitten hak je hun wortels in stukken – en uit elk stukje wortel zal een nieuwe plant groeien. Feitelijk ben je dus het onkruid aan het vermeerderen. Daarnaast zijn er in de grond altijd onkruidzaden aanwezig die door het omspitten een lichtflits krijgen en dat is een signaal om te gaan ontkiemen. Een betere methode om het onkruid te lijf te gaan is afdekken met karton

“Elke keer dat je de spade in de grond zet, verstoor je het ingewikkelde web van het bodemleven”

Onderspitten meststoffen?

Ook het onderspitten van meststoffen is niet per se nodig – als je compost of stalmest in een laag aanbrengt zal het vanzelf geleidelijk in de bodem opgenomen worden. Zo gaat het in de natuur immers ook. ‘Losmaken’ van de grond wordt overbodig als de grond niet compact wordt en het wordt niet compact als je er niet overheen loopt. Dat betekent dat in plaats van groente in lange rijen te telen, de tuin beter in vaste bedden kan worden verdeeld.

Stadstuinieren 2017-01 – Tekst: Vera Greutink | Fotografie: Vera Greutink en Remco Greutink