Polycultuur van vaste groenten en kruiden

Polycultuur van vaste eetbare planten

In de vorige post Polycultuur in grote potten kon je lezen over een polycultuur van eenjarige groentes en in dit artikel wil ik graag een andere eetbare beplanting voor een grote pot voorstellen, bestaande uit een combinatie van vaste groentes en kruiden.

“Omdat het allemaal vaste planten zijn, kan de beplanting, mits goed verzorgd, meerdere jaren meegaan”

Om het geheel visueel aantrekkelijk te maken, benader ik de beplanting zoals je een sierbeplanting zou benaderen: hoge planten achteraan, de lagere voorop en langs de rand zet ik graag een plant met bodembedekkende groeiwijze die een beetje over de rand kan hangen. De gebruikte planten hebben een bescheiden bloeiwijze, dus het draait hier vooral om het spelen met contrasterende bladvormen en verschillende bladtinten. Door de rechtop groeiende pijplook tussen de rozetvormige weegbree met paars getint blad en de tere blaadjes van komkommerkruid te zetten, met schildvormige Franse zuring voorop, creëer je een beplanting die er mooi uitziet maar waarvan je ook over een hele lange periode kunt plukken. Alle onderstaande groentes en kruiden kunnen uit zaad worden opgekweekt, maar sommige, zoals citroenmelisse, kleine pimpernel en bloedzuring, zijn hier en daar ook als plant beschikbaar. Omdat het allemaal vaste planten zijn, kan de beplanting, mits goed verzorgd, meerdere jaren meegaan.

Brave hendrik (Chenopodium Bonus-Henricus)

Brave hendrik zou je kunnen zien als een vaste variant op de spinazie waaraan deze vaste bladgroente verwant is. De bladeren van brave hendrik zijn wel wat stugger en rauw smaken ze licht bitter, maar als je ze stooft verdwijnt de bitterheid. Hele jonge blaadjes gebruik ik overigens wel graag rauw in gemengde salades. In het voorjaar kun je de scheuten eventueel bleken waardoor ze ook een stuk zachter zullen smaken.

Pijplook (Allium fistulosum)

Van de meerjarige uien is pijplook, die ook toepasselijk snijui genoemd wordt, misschien wel de meest bruikbare. Vanuit de basis komen al vroeg in het voorjaar scheuten die naar wens afgesneden kunnen worden en als bos- of lenteui worden gebruikt. Later in het jaar bloeit de plant met mooie grijze bollen. Het fijne uiengroen kan in salades, soepen en roerbakgerechten gebruikt worden.

Zuring (Rumex spp)

Zuring kennen de meeste tuinders als een vervelend, diepwortelend onkruid, maar naast de lastige ridderzuring bestaan ook andere soorten, die door hun betere smaak wel een plekje in de eetbare tuin verdienen. In deze teil plantte ik mijn twee favorieten, bloedzuring (Rumex sanguineus) met roodgenerfde bladeren en de kruipende Franse zuring (Rumex scutatus). De laatste heeft malse blaadjes en een prettige citrussmaak, waardoor het mijn favoriet is voor vers gebruik.

Kleine pimpernel (Sanquisorba minor)

Pimpernel vormt een rozet van zo’n 30 cm breed en de getande kleine blaadjes smaken enigszins naar komkommer. Ze zijn lekker in salade, in een voorjaarssoep of bij aardappels.

Citroenmelisse (Melissa officinalis)

Met zijn prettige citrusgeur en de aantrekkingskracht die hij op bijen uitoefent, is melisse een kruid dat wat mij betreft in geen enkele tuin mag ontbreken. Als geneeskruid is melisse bekend om haar rustgevende werking en melissethee is daarom een uitstekend slaapmutsje.

Paarse weegbree (Plantago spp.)

Zowel de grote weegbree (Plantago major) als de smalle weegbree (P. lanceolata) zijn eetbaar en hun vitamine- en mineraalrijk blad vormt een voedzame toevoeging aan salades. Voor mijn beplanting koos ik vanwege de meer opvallende kleur paarse weegbree (Plantago major rubrifolia).