Romke van de Kaa: Maretak

In December liggen de takken van de mistletoe weer bij de bloemist, maar waarom zou je mistletoe zeggen als we een mooie Nederlandse naam hebben: maretak. Tegen Kerstmis, zijn de witte bessen van de maretak rijp. Dan worden ze in de natuur door vogels gegeten, meestal door de grote lijster, een lijster met een gespikkelde borst, die wel wat op een zanglijster lijkt.

“De bessen van de maretak zijn bij uitstek geschikt voor guerrilla gardening”

Het eten van de bessen is geen kunst, maar met het kwijtraken van de zaden hebben de vogels meer moeite doordat de kleverige zaden aan hun bevederde achterwerk blijven plakken. Alleen door met hun kont langs een boomtak te schuren raken de grote lijsters de zaden kwijt. Na verloop van tijd ontwikkelt zich een minuscuul kiemplantje, dat zich met een worteltje door de schors van de gastboom boort. Een jaar later groeit de wortel het spinthout in, zodat het voor de kiemplant van de maretak mogelijk wordt om de sapstroom van zijn gastheer af te tappen. De plant is dus een parasiet, maar omdat de maretak groen blad heeft, en daarmee een eigen fotosynthese, wordt hij vergoelijkend “halfparasiet” genoemd. Op plaatsen waar de maretak in het wild groeit, komt hij vaak op populieren en fruitbomen voor, waardoor men lang gedacht heeft dat de plant een voorkeur voor die bomen heeft. Maar het is niet de maretak die liever op de ene boom groeit dan op de andere, maar de grote lijster die liever in boomgaarden of in populieren zit. Wie graag een maretak in zijn eigen tuin heeft, hoeft niet anders te doen dan een tak met bessen bij de bloemist te kopen, de bessen fijn te knijpen en daarna de kleverige zaden aan een boomtak te smeren. Een grote lijster is hier niet bij nodig. Wel is het zaak om te bedenken dat het kleine kiemworteltje van de maretak de bast van een jonge boom gemakkelijker doorboort dan de dikke, doorgroefde schors van een volwassen boom. De bessen van de maretak zijn bij uitstek geschikt voor guerrilla gardening. Je kunt ze ongezien aan bomen en struiken vastplakken en het resultaat is pas na een paar jaar zichtbaar. Want in zijn eerste jaar is de kiemplant van de maretak niet groter dan een speldenknop. De meeste loofbomen zijn geschikt als gastboom; fruitbomen en populieren zie je niet veel in de stad, maar ook treurwilgen, lindebomen, iepen en zelfs eiken zijn geschikt. Smeer de zaden aan de onderkant van een tak; daar spoelen ze bij regen minder snel weg.

Stadstuinieren 2015-06  –  Tekst: Romke van de Kaa