Romke van de Kaa: Stadskat

Gaat het pad van de stadsboer louter over rozen? Je zou haast denken van wel. In alle glossy tijdschriften en in iedere weekendbijlage van de krant kijkt de stadsboer je stralend aan. Hij plukt zijn eigen peterselie op zijn eigen balkon of oogst een paar mud heerlijke aardappelen in het omgespitte stadsplantsoen. Tuinieren in de stad is een hot item, dus aan publiciteit geen gebrek. En alles is bazuingeschal, zonder één enkele wanklank.

“Want laten we eerlijk zijn: wie lust er een kropje sla, als dat door Boy of Bonzo is bepist?”

Dat wekt wantrouwen, want waarom hoor ik de stadsboer nooit over probleem nummer één: de katten- en hondenoverlast? Ik heb wel een vermoeden: de kans is groot dat de stadsboer zelf baasje is van zo’n beest dat je alle lust in tuinieren doet vergaan. Want laten we eerlijk zijn: wie lust er een kropje sla, als dat door Boy of Bonzo is bepist? En wie beleeft er plezier aan zijn moestuin als hij om de haverklap met zijn vingers in de kattendrek graait? Het verbouwen van groente in de stad heeft zeker toekomst, maar pas nadat we een blijvende oplossing bedacht hebben voor het katten- en hondenprobleem.
Het hondenprobleem is oplosbaar. Weliswaar hebben mannelijke honden de nare gewoonte om overal hun poot op te lichten, maar met wat hekwerk – desnoods onder zwakstroom – valt het probleem te beheersen.
Flinke boetes en sociale druk kunnen ervoor zorgen dat de eigenaar van de hond de excrementen van zijn dier opruimt.
In veel landen, bijvoorbeeld in Frankrijk, zijn stadsparken voor honden verboden. Dat voorkomt veel leed wanneer je je picknickkleedje in het gras spreidt, of als je kleuters onbekommerd door het gras wilt laten hollen. Iets voor ons, ter navolging?
Het kattenprobleem is van een heel andere dimensie. Om te beginnen maakt de kat het tuinieren zonder bestrijdingsmiddelen praktisch onmogelijk, omdat Moortje de natuurlijke vijanden van de plaaginsekten systematisch vermoordt. Katten vangen insekteneters, zoals spitsmuizen en vogels. Hoe wil je rupsen en bladluizen bestrijden als de katten ieder jaar astronomische aantallen mezen en andere insektenetende vogels om zeep helpen? Hoe kan de zanglijster op zijn gemak een huisjesslak stuktimmeren, als hij zijn leven nergens zeker is?
De huiskat is niet alleen een moordenaar, maar zorgt indirekt voor de verstoring van het weinige natuurlijke evenwicht waar je in een stad op kunt rekenen. Daarnaast heeft de kat de onhebbelijke gewoonte om zich te onlasten in de tuin van een ander. Het beest houdt vooral van vers omgespitte grond. Die vind je in overvloed in de zaaibedden van de stadsboer. Je zou misschien nog kunnen zeggen dat de kat de grond bemest, maar hij maakt het werken in die grond wel erg onaangenaam.
Zijn er oplossingen? Natuurlijk zijn die er. De techniek is zo langzamerhand zo ver gevorderd dat we de kat de baas kunnen. Er zijn systemen waarbij er een ultrasoon geluid wordt verspreid zodra er een kat in de buurt komt. Voor onze oren is het geluid niet waarneembaar. Maar zouden de vogels daar ook geen last van hebben?
Misschien is het beter om een afweersysteem aan te leggen waarbij de kat door een lichtgevoelige cel wordt gedetecteerd, waarna er automatisch een serie sproeiers worden geactiveerd. Katten hebben een bloedhekel aan water, dat is bekend. Het kost geld, zo’n sproei- en spuitsysteem, dat wel, maar het voorkomt een hoop onvrede. En op warme zomerdagen kun je er zelf ook lol aan beleven.
Goedkoper is de niet-automatische afweer, met behulp van de supersoaker, zo’n reusachtig plastic waterpistool, waarmee je met een welgerichte waterstraal de kat de stuipen op het lijf jaagt. Het helpt probaat, zonder veel kosten. Wel arbeidsintensief, maar een beetje stadboerderij heeft wel een stagiaire die je het waterpistool in handen kunt geven.

Stadstuinieren 2014-01  –  Tekst: Romke van de Kaa