Romke van de Kaa: Woekerlook

Alle alliums zijn eetbaar, zo ook Allium triquetrum. Naast eetbaar is het ook een van de verleidelijkste onkruiden die er zijn. Allium triquetrum heeft geen wervende Nederlandse naam – driekantig look – maar in het Engels wordt de plant vleiend Snowbell genoemd, vooral in Devon en Cornwall, waar de ui uit tuinen is ontsnapt en zich in bermen en bossen zo thuisvoelt dat hij tot de inheemse flora is gaan horen. De naam woekerlook zou beter passen.

“Vier jaar lang hebben we consequent gewied, maar de Allium liet zich niet kisten”

Allium triquetrum is een prachtige plant, met geplooid, aan de punten omkrullend blad en een stevige driekante bloemstengel waaraan een stuk of tien bevallige klokjes bengelen.
Die klokjes zijn wit, met ragfijne groene streepjes en nog sierlijker van model dan de klokjes van een boshyacint. In bossen waarin Allium triquetrum verwilderd is lijkt het als de plant bloeit vanuit de verte alsof het gesneeuwd heeft. De bloei duurt maandenlang en wie deze ui ziet bloeien heeft maar één wens: om zelf een schaduwtuin aan te leggen waarin Allium triquetrum naar hartelust kan verwilderen. En dat is te regelen want de bolletjes zijn voor weinig geld te koop.

Woekerlook

Ik heb een haat-liefde verhouding met deze ui: pluspunten zijn de sierlijke bloemen en de lange bloei. Minpunten zijn de stinkende massa waarin het loof na de bloei afsterft en de hopeloze neiging tot woekeren. Dat woekeren wordt beeldend beschreven in een mailtje dat ik onlangs kreeg:“Al jarenlang vechten we tegen Allium triquetrum; in onze tuin is het ongemak uitgegroeid tot een Bijbelse plaag. Op een kwade dag kwamen we er achter dat de ui zich ook gevestigd had in ons irisbed. Na drie jaar tevergeefs geprobeerd te hebben om de Allium weg te wieden, hebben we alle irissen opgerooid en ze ergens anders in schone grond geplant. De grond waarin Allium triquetrum voorkwam hebben we door een keukenzeef gewreven. Dat hielp niet; waarschijnlijk hield de zeef wel de bolletjes, maar niet de zaden tegen. Daarna hebben we de grond in metselkuipen met water gegooid. Na stevig roeren kwamen de bolletjes bovendrijven; de schone modder gooiden we terug in de tuin. Maar de Allium bleef terugkomen. Vier jaar lang hebben we consequent gewied, op onze knieën, maar Allium triquetrum liet zich niet kisten. Tenslotte hebben we – tegen onze principles – een chemisch bestrijdingsmiddel gebruikt. Na drie keer gespoten te hebben was de ui verdwenen. We haalden opgelucht adem. Voor even, want in het voorjaar kwam die verdoemde ui weer op als gras.

Stadstuinieren 2017-02  –  Tekst: Romke van de Kaa