Taco’s Stadsmoestuin: juni en juli (2)

Taco's stadsmoestuin Radijs

Rond midzomer, de langste dag van het jaar op 21 juni, lopen twee seizoenen in elkaar over. Tot nu toe hadden we vooral oogst van de vroegste gewassen, die al in de kou gezaaid konden worden. Vanaf nu komen ook de koudegevoelige planten, zoals komkommer, courgette en tomaat, lekker aan de groei. Na de eerste oogst komen er ook al wat stukjes grond vrij in de tuin. Juni is een maand waarin alles tegelijk moet en kan: oogsten, planten en zaaien.

“Paarse boerenkool is alleen voor de ‘looks’ al een plekje waard”

Spinazie, peultjes, raapsteel, sla, rucola, lente-uitjes en misschien zelfs worteltjes en de vroegste aardappels zijn geoogst en laten weer wat ruimte voor een volgend gewas. Nu zijn de omstandigheden optimaal. Vriendelijke nachttemperaturen en een vochtige grond geven een uitstekende groei.

Het is gunstig wanneer je de nazomer-gewassen begin juli al ‘lekker aan de groei’ hebt. Je kan allerlei nazomerteelten (voor)zaaien zoals andijvie en Chinese kool. Ik zaai in juni ook nog wat stamboontjes en courgettes, zodat ik opvolging heb, wanneer de planten waar ik nu van oogst in gezondheid en productie achteruit gaan.

Het is dringen om ruimte..

In je kolenvak kunnen nu Chinese kool en koolrabi worden uitgeplant en daar kan je mee doorgaan tot in augustus. Zaai steeds een paar zaadjes voor en plant ze uit zodra je ruimte hebt. Het is helemaal niet nodig om je groenten pas te oogsten wanneer ze een winkelformaat hebben. Ook klein geoogst, gewoon omdat je ruimte nodig had, smaken ze prima! In mijn kolenbed zaai ik vrijwel doorlopend rucola en bladmosterd, dat ik oogst zodra ik trek heb. Boerenkool kan je nu ook zaaien en dan uitplanten. Paarse boerenkool is alleen voor de ‘looks’ al een plekje waard, maar maakt wel grauwe stamppot straks.. Vanaf eind juni kan je ook rammenas zaaien, een soort turboradijs, die heel gezond en spannend scherp is.
Het bedje met bladgewassen verandert continue van beeld. Ik oogstte al spinazie en verschillende soorten sla en andijvie. Na midzomer kan je hier vrijwel alles telen: slasoorten, andijvie, radicchio, groenlof en Nieuw-Zeelandse spinazie. Met gewone spinazie wacht je beter tot augustus, omdat het zomers te snel in bloei schiet. Het bladvak is bij mij altijd te klein voor wat ik wil telen.
Ook in het peulvruchtenvak is het vaak dringen. Kapucijner en Co raken vaak pas in juli uit productie, terwijl je de allerlaatste bonen er half juli wel in moet hebben liggen. Ik loste dat op door eenvoudig alléén heel vroege peultjes, tuinbonen, doperwt en kapucijners te oogsten en deze eind juni op te volgen met voorgezaaide sperziebonen. Zo heb ik voldoende plek én heb ik tot ver in het najaar een mooie bonenoogst.
Wanneer de vroege aardappels zijn geoogst uit hun vak of uit hun potten, zoals hier, kunnen er prima wat kroppen sla of ook nog wat lage sperziebonen in. Ik zaaide de boontjes voor, maar ook direct in de grond kunnen ze nu nog voor een prima najaarsoogst zorgen.
Nu de lente-uitjes inmiddels vrijwel op zijn, zaai ik in het wortel-ui-vak nog wat bietjes en knolvenkel. Ook worteltjes en zelfs pastinaak zouden nog kunnen. De knolvenkel groeit vanaf nu minder hard, maar heeft niet meer de neiging om te gaan schieten, waardoor ze rustig zwaar en smakelijk kan worden.

Pluk de vruchten!

Natuurlijk is iedere primeur geweldig lekker, maar van aardbeien krijgen wij hier de breedste glimlach. Ik heb, gewoontegetrouw.., niet goed opgeschreven welke rassen ik nu waar zette en moet nu dus weer proevend mijn voorkeur bepalen. Ik heb onder andere Corona, de witte aardbei, Maxim, Elvira en Lambada en wil van alle soorten weer wat uitlopers laten bewortelen voor volgend jaar. In juni kweek ik een tweede keer courgetteplanten op, zodat ik in augustus een nieuw en groeikrachtig gewas heb en weer volop oogst.
Tomaten teel ik alleen in een kasje of onder een afdakje. Met een bescherming erboven heb je veel minder kans op phytophtera. De sporen van deze schimmel verspreiden zich namelijk door de lucht en regenen dan op je planten. Je moet ze onder een afdakje natuurlijk wel zélf voldoende water geven.

Vergeet je kruiden niet

Kruiden zijn erg lekker en het staat ook zo ‘lekker echt’, een kruidentuintje of kruiden in potten. Soms ‘bijna zonde om te gebruiken’, maar vooral houtige kruiden zoals tijm, rozemarijn en oregano blijven het best wanneer je ze regelmatig knipt. Door dit snoeien blijven ze compact en mooi groen. Wanneer je deze kruiden niet allemaal direct gebruikt, droog ze dan voor later, in een winterse stoofpot. De stelen en takken droog je en verkruimel je daarna om te gebruiken op de BBQ, het geeft een heerlijke Provençaalse geur aan je vuur en je gerecht.
De tere kruiden – ‘fines herbes’ zoals kervel, venkel, dille, maar ook koriander en rucola, zaai je het beste regelmatig opnieuw. De jonge blaadjes zijn het makkelijkst te oogsten en oudere planten gaan op een gegeven moment bloeien. Bij koriander levert dit zaadjes op (ketoembar) die je kan eten en later ook weer zaaien. Van de dille gebruik ik de bloemschermpjes graag in kruidenkwark, met wat tijmbloempjes en Oost-Indische kers en de witte bloemetjes van knoflook-bieslook. Erg lekker en kleurig, met groen, lila, oranje en geel in de witte kwark.

Schoffelen is 2x gieten

Houd je moestuin, ondanks alle zaai-, plant- en oogstwerk, netjes onkruidvrij. Wieden of schoffelen met droog en zonnig weer werkt het beste, omdat ontworteld onkruid dan direct verdroogt. Mijn favoriete gereedschap is een kleine drietand, waarmee je de grond tussen de plantjes makkelijk ‘rul’ maakt, en onkruid ontwortelt, zonder de groenten te beschadigen. Wanneer je onkruid weghaalt heeft dat meerdere voordelen. Er is meer lucht en licht tussen de planten, dus minder kans op schimmels en een betere benutting van zonlicht. Daarnaast hoeven je groenten voeding en vocht niet te delen met het onkruid. Je schoffelt of ‘rakelt’ het beste wanneer het onkruid nog maar heel klein is of zelfs nog nauwelijks zichtbaar. Een rulle grond, verdampt ook nog eens minder vocht, dus hoef je minder water te geven.
Het kan in juni en juli plotseling een poos flink warm en droog zijn. Veel gewassen groeien het beste wanneer de grond niet uitdroogt maar constant vochtig is. Bij een te droge en warme grond gaan sommige gewassen uit nood ‘schieten’ (bloeien) of verdorren en blijven daarna minder vitaal. Voor zaailingen en pas verplante gewassen is het extra belangrijk om vochtige grond rond hun wortels te hebben. Controleer daarom na het sproeien of gieten even of het water wel daar komt waar de plant het kan benutten. Soms lijkt de grond nat, maar is dit alleen het oppervlak. Voorzichtig gieten vlakbij de wortel is dan vaak de snelste optie. Als je in zo’n droge periode wil (ver)planten, dan doe je dit het beste in een goed nat gemaakt geultje of plantgat.

Bijen en vlinders
Om de tuin levendig te maken en ook voor ander leven interessant, staan er allerlei bloemen in hoekjes en op onverwachte plekken: tegen de palen van de schommel, naast een tegel waar een hoek vanaf is, strak tegen de compostton en tegen de schutting staan lavendel, leeuwenbekjes, buddleja, moederkruid, gele toorts, klaproos, goudsbloem, rode zonnehoed, bloeiende oregano en tijm, stokroos en vingerhoedskruid en nog veel meer. Ik vind het mooi, er is net genoeg plek voor en ze leveren voer voor vlinders, hommels, zweefvliegen en solitaire bijen. Deze vliegende brigade zorgt dan weer voor de bestuiving van mijn vruchtgewassen.

Stadstuinieren 2015-03 – Tekst: Taco IJzerman