Taco’s Stadsmoestuin: Nieuwe lente, oogst en avonturen

Taco's stadsmoestuin Radijs

Het is een soort oud & nieuw in de moestuin. Nog net wat veldsla, maar ook al nieuwe rucola. De compost is net gezeefd en de ton zit alweer halfvol. Een heerlijke maand waarin vrijwel alles gezaaid kan worden en anders binnen voorgezaaid. Ik kon weer buiten schrijven. Het is lente.

“Onder glas kan je eerder zaaien én worden je planten beschermd tegen plotselinge kou ”

Lekker & makkelijk

De voorgekiemde tuinbonen, peultjes, kapucijners en doperwten werden al een paar weken geleden uitgeplant en allerlei vroeg zaaigoed en de eerste uitgeplante sla zijn al echt ‘aan de groei’ in het kasje. Dit seizoen ga ik, op aandringen van de kids, voor lekker makkelijk. “Eigenlijk vinden we zoveel sperziebonen niet echt lekker.”

Ik kende dit verhaal wel als parodie op de ouderwetse moestuinier, die z’n gezin maar kroppen andijvie blijft voorzetten en kilo’s te grove bonen de vriezer in werkt. Dat ik met een paar vierkante meter zelf ook dit commentaar zou oogsten, dát had ik niet verwacht. ”We willen gewoon sla en komkommers, soms tomaat (kleintjes), heel veel aardbeien en suikermaïs en ’s winters veldsla, pompoen, peen en veel winterpostelein.” “Is dat alles?” “Ja, en van de broccoli, koolrabi, prei, knolvenkel, soms een klein beetje of in de soep.” Duidelijk dus..

Van kervel, dille en koriander wist ik wel dat ik het alleen voor mijn eigen geluk teelde, maar dit lot treft dus vrijwel alle blaadjes, tuinkruiden, courgettes en meer moois. Hoewel, één van de jongens proeft af en toe rucola, “omdat het stoer smaakt”.

Kindermenu

Ook binnen het ‘voorgeschreven’ tuinmenu is gelukkig nog wel ruimte voor wat avontuur. Ik heb zaden van hazelnoottomaatjes voorgezaaid, volgens zeggen erg productief en ziektevrij en ik ga de Poi of klimspinazie (Basella Alba) ook buiten proberen. Met een beetje warme zomer zou dit moeten kunnen. Ik heb trouwens volop eigen zaden van de Poi, omdat de plant die afgelopen winter boven de kachel stond, volop in bloei ging. Natuurlijk blijf ik ook mijn ‘all time favorites’ zetten: snijbiet, lente-ui en bosknoflook en een spitskooltje.

Ik ga nooit direct door met het zaaien, omdat ik daarvoor een ander houding nodig heb. Eerst de fijne grondbewerking en dan maak ik, met een kop koffie, een schetsje van wat ik wil voorzaaien en hoeveel. Hier is ervaring aan zet. Zonder dat krijgt mijn enthousiasme de overhand en heb ik uiteindelijk te weinig ruimte en te veel zaailingen. Daarna kan ik naar buiten met de zaden en m’n notitieboek.

Leg vast een glasplaats of een stuk doorzichtig plastic op je zaaibed om de grond op te warmen.

We kunnen heel wat zaaien: raapstelen, radijs, rucola, tuinkers, meiraapjes, snijbiet, wortelen, spinazie en rode biet direct op hun plek en spruitkool op een zaaibedje om later uit te planten, kapucijners, doperwten en peultjes. Na het zaaien kan je de grond wat aandrukken met een plankje en geef je voorzichtig water met een fijne broes, omdat de zaadjes anders wegspoelen. Maak een duidelijk schetsje en aantekeningen van je zaaiactie, zodat je straks het juiste uitplant.

Is de grond nog wat te koud, maar wil je toch echt al buiten zaaien? Leg dan een glasplaats of een stuk doorzichtig plastic op je zaaibed om de grond op te warmen. Grootschaliger tuinders dekken hun zaai- of plantgoed in het vroege voorjaar af met vliesdoek. Deze isolerende stof houd warmte onder het doek vast en wind buiten en laat net voldoende licht door voor deze vroegste teelten.

Zomerkoninkjes zonder naam

Vorig jaar nam ik in augustus al volop stevige stekken van verschillende aardbeien: reuzen, witte en de onvolprezen Corona. Bij collega’s en kennissen kneep ik hier en daar een stekje af, waarvan ik vervolgens, gewoontegetrouw, de naam niet opschreef en vergat en die dit jaar dus anoniem moeten tonen wat ze waard zijn. Het wordt een bonte verzameling zomerkoninkjes dus, waarbij ik op een beetje oogstspreiding hoop. Op de rand van de tuin staan een heleboel frambozen, die vanuit de tuin van de buren ruimte zoeken. Het zijn zeer welkome ‘indringers’ waar we de hele zomer van snoepen, iedere dag wel een handje.

Grond met een geschiedenis

Vorig jaar teelde ik voor het eerst in deze tuin. De vorige eigenaar had eenvoudig gras achter en bestrating voor. De nieuwe groentebedden kregen vorig jaar bemeste tuinaarde en dit voorjaar compost en er komt al meer ‘leven’ in. Grappig genoeg was het bij de vóórlaatste bewoner weer totaal anders, want Ruben Smit, een van de maker van de film De Nieuwe Wildernis, had hier een klein ecologisch paradijsje. Nu werk ik weer aan een gezonde bodem met voldoende voeding voor mijn sla, knolvenkel en rucola. In iedere tuin heb je te maken met wat je voorgangers deden. In een versteende tuin kan je al snel iets in potten of (verhoogde) bakken planten, maar als je de stenen en het zand eronder weg wilt halen, heb je een echte klus!

Voor het echte werk kan je toch het best de kleine bodembewoners inzetten

Natuurlijk moeten we zelf zorgen voor de aanvoer van voedingstoffen, compost en misschien wel goede tuinaarde, maar voor het echte werk kan je toch het best de kleine bodembewoners inzetten. Wormen woelen de aarde om, maken gangen waardoor lucht én plantenwortels zich makkelijk verplaatsen én verteren organisch materiaal tot prima voedingsstof voor je planten. Daar moeten we dus zuinig op zijn! Wormen zijn dol op vers organisch materiaal zoals gewasresten en bijvoorbeeld vers gemaaid gras. Zodra de grond weer wat is opgewarmd, kan je ze ‘bijvoeren’ door een dun laagje vers groen tussen je gewassen te strooien.

Opruiming in de keuken

Sinds ik zelf kruiden teel, ruim ik ieder jaar mijn keukenkastjes op zodra er buiten weer vers te oogsten is. Natuurlijk blijven de komijn, peper en andere specerijen, maar de gedroogde tijm, marjolein, rozemarijn en verveine worden vervangen door vers uit de tuin. Als ik dit niet uit de kastjes haal, dan ben ik soms te druk of lui om vier meter naar buiten te lopen en vers te plukken. Ik doe de droge tijm en rozemarijn, met wat peperkorrels in een fles olijfolie en bak daar dan de hele zomer mee. Wat ik dan nog over heb, gaat als ‘rookkruiden’ op de barbecue.

Vanaf nu geniet ik weer van de geur en smaak van kervel, dille, bieslook en koriander, kruiden die ik gedroogd niet echt lekker vind. Tijm, munt en verveine gaan ook vers in de thee. De laatste knoflookteentjes die nog in de keuken zwerven, plant ik nog gauw in de tuin. Het worden geen bollen meer, dan hadden ze al in oktober geplant moeten worden, maar geven straks wel hun heerlijke blad en stengel.

Piepers

In de groentelade van de koelkast bewaarde ik een selectie van verschillende pootaardappeltjes. Eind maart legde ik ze in de schuur op een lichte plek, zonder direct zonlicht, om te kiemen. Voorkiemen geeft ze een snellere start, maar als je hier niet aan toekomt, dan kunnen ze ook zo de grond in. Geef ze dan een plek waar de aarde lekker opwarmt. Ik heb vroege en middel-vroege rassen door elkaar en ik plant ze allemaal in de eerste helft van april.

Aardappels worden geteeld in rijen, die tijdens de groei worden opgehoogd tot ruggen. Dit bevordert de ondergrondse stengelgroei en ontwikkeling van knollen. Wegens ruimtegebrek doe ik dit een beetje na in potten. Dit gaat ook prima, mits de aarde voldoende vochtig blijft. Ik plant de aardappels in een pot halfvol aarde. Terwijl de plant groeit, vul ik de potten bij, totdat het loof zo rijk groeit dat ik er niet meer bij kan.

Een groene puzzel

Het blijft een puzzel die nooit af is in de tuin. Er staat een klimtoren met een glijbaan van de kids. Echt veel spelen ze er niet op, maar soms is de klimtoren ineens weer het bruisende centrum van een zomermiddag. Ik vlas op de vierkante meters rond de glijbaan, maar zolang ze er nog af en toe afvallen of springen, is dit niet echt een plek voor groenten. Om de bessenstruiken in potten toch uit te planten, pik ik wél een stukje speelgras in. Ik teel ze aan draad, waardoor ze maar weinig ruimte innemen en ik toch een betere bessenoogst kan verwachten.

Nu de kans op nachtvorst snel afneemt, is de cavia, die ’s winters in het hoge kasje scharrelt, verdreven uit zijn luxe verblijf. We ruimen het stro op en daaronder wacht prachtig bemeste aarde voor de komkommer en tomaten. Ik zeef de compost, zodat dit op de bedden en in de potten kan en dan gaat het stro onderin de lege ton. Alles krijgt per seizoen een andere plek en een ander nut, en zo maken we prima gebruik van alles wat we hebben!

Stadstuinieren 2015-02 – Tekst: Taco IJzerman