Transition Towns: Lokaal de wereld verbeteren

Een betere wereld begint bij jezelf is een oude slogan die heel goed van toepassing is op de mensen die vinden dat we voedsel en energie veel meer lokaal moeten produceren. Tientallen transition towns in Nederland brengen dat ook in praktijk.

“We hebben een 12 kilometer lang bijenlint uitgezet in de stad”

De tuin ligt op een oud bedrijventerrein aan de rand van de wijk Boschveld. De panden zijn voor een deel verlaten en staan vol met graffiti. Het veld dat aan de tuin grenst is al lang niet gemaaid. Dus al met al is de weg er naartoe wat desolaat. Maar dan valt het oog op de Boschveldtuin. Een en al vrolijkheid komt je tegemoet. Fleurige borden wijzen de weg, slingers wapperen vrolijk in de wind en een kleurrijke totempaal torent boven het geheel uit.

Over de milieuproblemen waar de mens voor staat, daar was Paul Hendriksen uit Deventer al langer mee bezig. “Maar hoezeer die verbonden waren met het energievraagstuk, dat had ik mij eerder niet zo gerealiseerd. Ons hele idee over economische groei is gebaseerd op afhankelijkheid van energie. Dat is iets wat Rob Hopkins mij duidelijk heeft gemaakt.” Dat besef kwam in 2007 toen Hendriksen in Engeland kennis maakte met Hopkins, die doorgaat voor de grondlegger van de transitiebeweging. Hendriksen: “Ik merkte dat ik mij heel erg kon vinden in zijn verhaal, vooral ook omdat hij een alternatief biedt: het is veel beter om zowel ons voedsel als onze energie zoveel mogelijk lokaal te produceren.” Hendriksen ging in Deventer aan de slag en was ook een van de initiatiefnemers voor een Nederlandse afdeling van Transition Towns. “Toen we in Deventer documentaires over voedsel, energie en klimaat gingen vertonen om daar met geïnteresseerden over te praten, bleek dat veel meer mensen zich zorgen maken en naar alternatieven zoeken.” In Deventer ging een werkgroep direct aan de slag met het stimuleren van zonnepanelen. Hendriksen: “Dat was toen nog redelijk nieuw en de provincie Overijssel had nog geen subsidie voor burgers. Dat is er door de inzet van Transition Town wel gekomen.” Ook op een ander vlak wist de Transition Town-groep de overheid mee te krijgen. “We hebben een 12 kilometer lang bijenlint uitgezet in de stad. Honderd kilo zaad is door mensen op 3000 verschillende adressen verspreid, zonder dat we daar toestemming voor hadden. Maar tot onze verbazing heeft de gemeente dat gelukkig volledig omarmd.” En ook op het gebied van moestuinieren laat Transition Town Deventer zich niet onbetuigd. Zo is de werkgroep Eetbaar Deventer opgericht die niet alleen in ieder seizoen pluktochten organiseert, maar ook op braakliggende terreinen buurttuinen heeft opgezet. “Dat zijn plekken geworden waar we ook vaak cursusavonden organiseren om mensen te vertellen hoe ze het beste hun gewassen kunnen telen en welke voordelen lokale productie voor het milieu heeft.” Hendriksen heeft een enthousiaste groep bij zijn Transition Town weten te betrekken. Hij hoopt echter dat zich nog meer mensen aansluiten. “We hebben met z´n allen weinig tijd want er zal op afzienbare tijd een alternatief voor onze huidige economie nodig zijn. De klimaatproblemen worden anders te groot en de belangrijkste energiebron van onze huidige economie droogt op. Maar om iedereen daarin mee te krijgen, kost ook gewoon tijd.”

Hendriksen is momenteel bezig met een nieuw project binnen Transition Town, waarbij hij lokale ondernemers wil verleiden om lokaal en duurzaam in te kopen. “Als er een netwerk ontstaat van lokale ondernemers die producten van elkaar afnemen met een alternatieve lokale munt, dan kan dat de economische positie van bedrijven versterken en is dat tegelijkertijd pure winst voor het milieu.”

Van Boxtel tot Zaanstad

In Nederland zijn inmiddels in tientallen grote en kleine steden Transition Towns opgezet. In Zaanstad bijvoorbeeld is Jacob Spaander begin vorig jaar enthousiast begonnen, vooral om bestaande initiatieven samen te brengen. “Er gebeurt heel veel in Zaanstad, maar in het ene dorp weet men niet wat in het andere gebeurt, dat is heel bijzonder in Zaanstad.” Er zijn al groepen bezig met duurzame energie, er worden regelmatig repair café’s gehouden waar mensen hun kapotte spullen kunnen laten repareren, er zijn moestuinprojecten. “Ons grootste succes tot nu toe is het alternatieve ruilsysteem voor diensten en goederen. Daar sluiten zich steeds meer mensen bij aan.”

In het Noord-Brabantse Boxtel is David Andreae een van de aanjagers van de Transition Town aldaar. “Ook bij ons waren mensen al actief met biodiversiteit, moestuinen en zonnepanelen en dergelijke, maar het prettige van Transition Town is dat dat een mooi positief verbindend verhaal is.“ En Andreae ziet dat de lokale politiek daar niet ongevoelig voor is. “We hebben het vorig jaar voor elkaar gekregen dat Boxtel de ambitie heeft om de eerste ‘fossielvrije gemeente’ van Nederland te worden. Dat is een mooie stap in de goede richting.”

www.transitiontowns.nl

Olie is overal

Enkele alledaagse dingen die gemaakt zijn van olie: aspirines, plakband, sportschoenen, verven, CD´s, pluggen, vruchtensapverpakkingen, fietspompen, kaarsen, contactlenzen, printers, meubelwas, dakisolatie, lipstick (bron: Het Transitie Handboek)

Transitie Towns 2Handleiding voor verandering Het Transitie Handboek. Van olie-afhankelijkheid naar lokale veerkracht is het magnus opus van de transitiebeweging en geschreven door Rob Hopkins, de grondlegger van de beweging. Hopkins brengt in zijn werk naar voren hoe de westerse economie gericht is op groei en hoe die groei afhankelijk is van eindige fossiele brandstoffen, en vooral olie. En daar komt de aanslag op het milieu nog eens bij. Die twee grote problemen van deze tijd worden niet alleen uitgelegd in Het Transitie Handboek, Hopkins komt ook met een alternatief dat samengevat neerkomt op lokaal en duurzaam produceren van voedsel en het opwekken van eigen energie. Het boek biedt (groepen) mensen die een Transition Town willen opzetten ook de nodige tips.

Het Transitie Handboek
Rob Hopkins
Uitgeverij Jan van Arkel
ISBN 978 90 6224 485 0
paperback, geïllustreerd
274 pagina’s / € 17,50 / 2009

Stadstuinieren 2014-04 – Tekst: Joost Zonneveld