Wildplukken: Winterse soepgroenten

“bij een zachte winter kun je tot in het voorjaar voldoende wilde groenten voor in de soep plukken

Op mijn stuk land lopen een 15-tal loslopende vrije, blije kippen. Ze mogen naar alle vrijheid lawaai en nieuwe kippetjes maken. Maar twee keer per jaar moeten ze op hun hoede zijn, want dan wordt er geslacht. Zo ook nu in de winter. Natuurlijk gaan alleen de ouwe beestjes de pan in. Thuis staat al een 20-liter soeppan te wachten voor de ouwe kippen. Samen met wat zout, peper, uien en kruiden laat ik de kippen ruim 24 uur in het water trekken. De bouillon die dan ontstaat, is helder en diep geel van kleur. Wat ik niet direct gebruik gaat in porties de vriezer in voor andere soepmomenten.

 

Als de bouillon getrokken is, stap ik op mijn fiets, de mand gaat voorop de drager. Het eerste doe ik mijn moestuin aan voor de aardperen, die geduldig in de klei op mij wachten. Twee steken met de schop en ik heb voldoende voor de soep die ik ga maken. Bij het verlaten van de moestuin pluk ik nog een handje half bevroren selderijblaadjes. Ik vervolg mijn tocht naar een braakliggend terrein waar ik de hele zomer en herfst kruiden en bloemen heb geoogst. Bij een zachte winter kan je tot diep in de winter of zelfs tot in het voorjaar voldoende wilde groenten voor in de soep plukken. Ik weet precies welke planten waar staan en ik pluk een klein pondje brandneteltopjes voor in de soep. Op de grond speur ik verder naar afgestorven blad van smeerwortel en paardenbloem. Het afgestorven blad verhult de plek waar jonge bladrozetten wachten op het voorjaar. Ik snijd enkele rozetten af en leg ze in mijn mand.

De combinatie van de brandnetel – die enigszins naar wilde spinazie smaakt -, het bittere van de smeerwortel en de paardenbloem geven samen met de aardperen een mooie hartige combinatie in de soep. Maar vergeet niet een paar handjes vogelmuur erbij te plukken. Dat spul groeit het hele jaar door. Daarnaast zitten deze wilde groenten nog vol met vitaminen en mineralen. Van brandnetels is bekend dat ze bloedzuiverend zijn. In combinatie met de kippenbouillon krijg je een supergezonde soep. Met een halfvolle mand loop ik over het braakliggende terrein; en passant loop ik langs een dame die een ochtendwandeling aan het maken is. Ze vraagt nieuwsgierig: “Konijnenvoer..?”

Bij thuiskomst stop ik de brandnetels enkele seconden in mijn stoompan, ze prikken dan direct niet meer en ik kan dan zonder problemen de groenten wassen. Een uur later is mijn eerste wilde soep getrokken. Smullen!

Waar te vinden?
Heb je geen moestuin, aardperen zijn bij elke groentespeciaalzaak te koop. Mocht je geen brandnetel kunnen vinden of herken je ze niet in het veld, neem dan wat wilde spinazie als alternatief. Op elk braakliggend terrein vind je wel brandnetels.

Waar is het goed voor?
Kippensoep wordt al generaties lang als een antigriepmiddel verstrekt. Kippenvlees bevat namelijk een eiwit aminozuur dat cysteïne heet. Dit aminozuur verwijdert giftige stoffen uit het lichaam en versterkt het immuunsysteem van de mens. Het aminozuur zorgt er ook voor dat slijm wordt verdund en zo makkelijker het lichaam kan verlaten.

Voeg daarbij de verse groente en brandnetel met zijn bloedzuiverende eigenschappen en je hebt het beste medicijn tegen de griep (naast een dosis bedrust).

Seizoen
Brandnetels kun je het hele jaar door oogsten, net als vogelmuur. Paardenbloemen idem dito. Pluk de jonge, sappige blaadjes.

Welke knollen, paddenstoelen en groenten zijn er in de winter te plukken?
De lijst is heel lang, dus ik beperk me even tot de lekkerste tien:

  • Fluweelpootje (paddenstoel)
  • Kliswortel
  • Wilde pastinaak
  • Brandnetels
  • Vogelmuur
  • Oesterzwammen (paddenstoel)
  • Daslookscheuten (vanaf februari)
  • Lisdoddescheuten
  • Speenkruid (vanaf februari)
  • Blaaswier (ook lekker voor in de soep)

Stadstuinieren 2014-06 Tekst: Edwin Florès