Zo maak je een wormenbak

Geert Groffen

Zelf een wormenbak maken

Als je niet over een tuin beschikt. maar toch graag je eigen keukenafval wilt composteren is een wormenbak iets voor jou. Een wormenbak is een bak met compostwormen die compost maken van groente-, fruit-, tuin- en keukenafval. Zo’n wormenbak kun je heel makkelijk zelf maken. We leggen je graag uit hoe je dit doet.

Wat heb je nodig?

– 3 plastic bakken die in elkaar kunnen schuiven; kies geen lichtgekleurde of doorzichtige bakken want wormen zijn lichtschuw;
– een bijbehorende deksel;
– handvol compostwormen + compost;
– boormachine met een boor van 6 mm.

Aan de slag

In twee van de drie bakken moeten gaatjes geboord worden. Dit worden de compostbakken. Het boren gaat het gemakkelijkst als je eerst een soort van raster aftekent op de achterkant van de bodem. De beste afstand tussen de lijnen is ongeveer 2 cm. De diameter van de gaatjes moet 6 mm zijn. Zo hebben de compostwormen een goede doorgang van de ene bak naar de andere.
Ook in het deksel moeten gaten komen. Een afstand van 5 cm tussen de luchtgaatjes is voldoende. Ga voorzichtig te werk om te voorkomen dat het deksel barst.

De opbouw van de wormenbak

De onderste bak (die zonder gaatjes) doet dienst als opvangreservoir voor het percolaat (zie onder). Dit wordt de vergaarbak.
Plaats de eerste, geperforeerde bak in deze vergaarbak. Deze bak vul je met een handvol, half verteerde compost met daarin de compostwormen. Eventueel kun je eerst nog een laag houterig materiaal op de bodem van de bak leggen zoals fijne twijgjes of houtsnippers. Boven op de compost met daarin de wormen kun je al een klein laagje groente- en fruitresten leggen.
Het deksel kan er op en de wormenbak is klaar.

Na enkele weken of maanden zal de onderste geperforeerd compostbak vol zijn. Nu kan de tweede geperforeerde bak er op worden gezet. Hij zal verder naar beneden schuiven naarmate het materiaal daarin verteert en zakt.
Iedere bak rust dus op het materiaal in de onderliggende bak. Het gewicht van de bakken en de druk die ze op het materiaal uitoefenen, is verwaarloosbaar.
Wormen vallen niet zomaar uit de compost! Ze kruipen er alleen maar uit als ze daar een goede reden toe hebben!.

Onderhoud van de wormenbak

Bak 3 is de bak zonder gaatjes, deze dient als opvangreservoir voor het percolaat. Deze bak staat altijd onderop.
Bak 2 is de onderste bak met gaatjes. Hierin start je met de wormen en een klein laagje halfverteerde compost.
Bak 1 is de bak met gaatjes die bovenop bak 2 wordt geplaatst. Hierin gaat het afval dat gecomposteerd moet worden.
Bak 1 en bak 2 wisselen steeds zodra bak 2 voldoende is verteerd.

Hou goed in de gaten of de wormen de hoeveelheden voedsel kunnen verwerken. Geef zeker in het begin liever te weinig dan te veel.
Opgelet! Bak 2 met verteerde compost mag je niet te snel verwijderen. De wormen verhuizen immers nog een hele tijd tussen bak 1 en bak 2. Wacht zeker tot de hoogste bak vol is en er reeds duidelijk verteerd materiaal aanwezig is. Als dan bijna alle wormen naar de bovenste bak (bak 1) zijn verhuisd, wissel je bak 2 en bak 1 van plaats. Zo komt de bak met de verteerde compost bovenop de stapel, met het deksel erop. De bak kan nu wat droger worden en hierna kun je de compost gemakkelijk oogsten. Voeg regelmatig wat kleine takjes of droge bladeren toe. Dit helpt om zuurstof in het materiaal te houden en geeft een betere compost.
Giet regelmatig uit de onderste bak het percolaat* weg.

Wat is percolaat?

*Percolaat is een zo goed als reukloze vloeistof die tijdens het composteringsproces ontstaat. Het is rijk aan voedingstoffen en prima plantenvoedsel. De aangewezen verdunning is één deel percolaat op tien delen water.

De wormenbak in gebruik

Welke wormen geschikt zijn en wat er wel of niet in de wormenbak mag, lees je hier: Zet wormen aan het werk

Stadstuinieren 2013-03 – Illustraties: The Cartoon Factory