Doe het zelf: Zaadbommen

“Bombardeer saaie braakliggende terreinen”

Een zaadbom is te vergelijken met een mini ecosysteem. De klei vormt een beschermende schulp voor de zaadjes en de compost levert de voeding. De chilipoeder houdt vogels op afstand terwijl de zaadbal langzaam uit elkaar valt en de zaadjes beginnen te kiemen.
Zelf zaadbommen maken is eenvoudig en leuk om te doen! Samen met familie, vrienden en buren kun je er gelijk een gezellig feest van maken. Ga op oorlogspad en bombardeer saaie braakliggende terreinen tot bij-vriendelijk bloemenparadijzen.

 

Benodigdheden:
• Kleipoeder (bentoniet)
• Compost
• Wildbloemen mengsel
• Een snufje chilipoeder
• Tafelkleed en schort
• Plastic kom

Stappenplan:

1. Maak je werkplek gereed. Trek je schort aan, dek de tafel met het tafelkleed, en bereid je voor op lekker knoeien.

2. Meet 5 delen kleipoeder, 1 deel compost en 1 deel bloemenzaadjes, en een snufje chilipoeder uit en strooi dit in de kom.

3. Voeg langzaam aan het water al roerend toe. Kneed het met je handen samen tot dat je eindigt met een plakkerige deegachtige substantie (Maak het niet te waterig, anders klontert het niet).

4. Neem kleine hoeveelheden van de massa en rol dit tot balletjes van ongeveer 1-4 cm in diameter. Je kunt ook aan de creatieve haal gaan en er (simpele) figuurtjes van maken.

5. Laat ze een aantal dagen drogen.

6. Ga op zoek naar een leeg, brak stuk terrein bij jou in de buurt en gooi jouw zaadbommen er in. Tijdens een regenbui zal de gedroogde klei uit elkaar vallen, de zaadjes zich verspreiden et voilà! Je hebt direct een weide met wilde bloemen om de hoek die zich vanzelf ieder jaar opnieuw uitzaaien.

 

Zaadbommen schijnen al in het oude Egypte gebruikt te zijn. De variant die wij vandaag de dag kennen is (her)uitgevonden door de Japanse bioloog en natuurlijke landbouw pionier Masanobu Fukuoka (1913-2008).

Zie: https://inhabitat.com/first-seedbomb-vending-machine-lands-in-san-francisco/ voor een gaaf artikel over zaadbom-automaten in San Francisco!

cashew Stadstuinieren 2014-01 – Tekst en fotografie: Natassia Doets