Azteken Tuin – De drie zusters

“Hoe mais, de pronkboon en de pompoen elkaar ondersteunen”

De Drie Zusters is een geweldige landbouwtechniek die toont hoe drie verschillende gewassen met elkaar kunnen samenwerken. Ze floreren vanwege een hecht samenwerkingsverband en omdat ze elkaar wederzijds ondersteunen.

De Azteken waren visionairs en echte pioniers in tuinieren. Een groot deel van wat wij tegenwoordig en masse verbouwen, zoals aardappelen, maïs, en courgettes, werden door ontdekkingsreizigers en koopvaardijlui overgebracht uit Zuid-Amerika en gedomesticeerd. Niet alleen de gewassen, maar ook hun revolutionaire tuiniermethodes, principes en manieren zijn al generaties lang een bron van inspiratie. Ze worden nog steeds gebruikt en doorontwikkeld voor de moderne (stads)landbouw. Een van hun meest toegepaste methoden is de zogenaamde Polycultuur of combinatieteelt, en dan met name de ‘Drie Zusters’.

Maïs is de eerste ‘zuster’. Deze groeit uit de aarde omhoog en brengt structuur en stevigheid in de familie door als klimpaal te functioneren voor de tweede zuster, de pronkboon.
Deze klimmende pronkboon wikkelt zich om haar grote zus heen en groeit richting zon. Ze bekleedt een bijzondere functie in het geheel. Zo haalt ze stikstof uit de lucht en transporteert deze naar de bacteriën in haar wortels, die het vervolgens in de aarde verwerken, zodat allen er gebruik van kunnen maken.
De eveneens belangrijke jongste zus, de (merg)pompoen, kruipt dicht bij de grond en zorgt met haar grote dikke bladeren voor schaduw. Dit creëert een microklimaat dat zowel voor een aangename grondtemperatuur zorgt als voorkomt dat de aarde uitdroogt. Tevens zorgt het ervoor dat onkruid geen kans krijgt.

Je eigen Azteken tuin

Stap één is het beslissen waar en hoeveel er geplant moet worden. De tuin/grond moet vol en knus zijn, dus plant dichter bij elkaar dan gebruikelijk. Neem als leidraad 9-16 maisplanten (met evenveel bonen) en 2-4 pompoenen per m2.
Je kunt al rond april beginnen door de mais binnen te zaaien (Tip: week de zaadjes ’s nachts eerst in wat lauw water).
Mais bestuift via de wind. De kolven hebben dus het meeste kans van slagen door ze dicht bij elkaar te planten. Hou het ook bij één soort om kruisbestuiving uit te sluiten.
Omdat de mais als klimstok gaat dienen is het belangrijk dat deze eerst goed gegrond is voordat de pronkbonen worden gezaaid. Houd de maïsplantjes dus lekker warm en trakteer ze op veel extra voeding. Traditioneel werd daar rotte vis voor gebruikt, maar je kunt natuurlijk ook voor een frisser alternatief kiezen in de vorm van een goede compost, mest of vloeibaar zeewier.
Na een paar weken kun je de mais afharden door de zaailingen overdag buiten te zetten en daarna uit te planten.

Wanneer de mais ongeveer 20cm hoog en stevig is, kun je dicht bij de stam een aantal pronkbonen zaaien. Deze schieten meestal in een rap tempo de grond uit. Wanneer ze ongeveer 10 cm lang zijn kun je ze uitdunnen tot 1 à 2 per maisplant. Tegelijkertijd kun je binnen met de pompoenzaadjes beginnen. Wanneer deze goed groeit kun je haar langzaam afharden en daarna naast haar zusters uitplanten.
’s Zomers kun je geleidelijk aan de bonen beginnen te plukken. Bedenk daarbij dat hoe meer je plukt, des te meer er terug groeit. In de late zomer of vroege herfst zijn de mais en pompoenen te oogsten, afhankelijk van het weer en de soort.

Tip:
– Houd alles warm en knus, want al de deze gewassen zijn zonaanbidders en zullen de extra warmte erg waarderen. Gebruik hier bijvoorbeeld een microklimaat doek voor.
– Vogels zijn gek op maïskolven! Bescherm ze bijvoorbeeld met sinaasappelnetjes uit de supermarkt.
– Het is handig te variëren met pompoensoorten die een verschillende oogsttijd hebben, bijvoorbeeld UFO Pattisons, Butternut Squash en kleine Winter Pompoenen.

Stadstuinieren 2014-01 – Tekst en fotografie: Natassia Doets