Biet in de moestuin

Meer dan driekwart van de planten in onze moestuintjes, hebben een lange reis afgelegd om hierheen te komen. Ze komen uit verre landen en streken, uit andere continenten of klimaatzones. Dat maakt de teelt vaak lastig. De planten zijn in onze omstandigheden erg gevoelig, wat niet altijd ideaal is. Door dus te kiezen voor planten die van nature bij ons passen, wordt het telen van heerlijke groenten een stuk makkelijker. Bijvoorbeeld bieten.

“Volwassen bieten zijn behoorlijk winterhard. Met wat extra maatregelen kun je ze in de tuin gewoon laten overwinteren”

Bieten zaaien

Bieten groeien op vrijwel alle soorten grond, zolang die maar redelijk goed gedraineerd is. Net als de meeste wortelgewassen vragen ze geen extra bemesting. Een goede grondstructuur is uiteraard altijd een voordeel.

Je kunt ter plaatse in de tuin de bieten zaaien. Dit doe je vanaf midden april, wanneer de vorst uit de grond is. Ze hebben net als de meeste wortelgewassen een hekel aan verplanten, verspenen of voorkweken. Zaai de bieten zo’n 2 tot 3 centimeter diep en 2 tot 3 centimeter uit elkaar. Vaak heb je een cluster van meerdere zaadjes bij elkaar, dat is prima. De zaden kiemen, sterk afhankelijk van het weer, na twee tot drie weken.

Zorg verder voor regelmatig wieden, schoffelen, een keertje extra water geven bij een droog voorjaar en er kan niets fout gaan. Om kleine jonge, of later volgroeide grote planten te kunnen oogsten, dun je de zaailingen regelmatig uit, zodat er 5 tot 10 centimeter ruimte tussen zit. Deze kleine plantjes hoef je echt niet weg te gooien: elk onderdeel van de biet, dus ook de jonge zaailingen, bladeren en stengels, is namelijk eetbaar. Gewoon gebruiken in de keuken dus: jonge zaailingen in de sla, grotere exemplaren met blad en stengel om te roerbakken.

Winter

Volwassen bieten zijn behoorlijk winterhard. Met wat extra maatregelen kun je ze in de tuin gewoon laten overwinteren. Zorg dat ze op een stuk droge grond staan en aard ze aan, vlak voor de eerste echte vorst. Bij strenge vorst gebruik je bladeren of stro voor extra bescherming, bij dooi en regen maak je ze opnieuw een beetje vrij. Zo kun je ze tot in het voorjaar blijven oogsten. Alle bieten vormen na de winter volop nieuw blad voordat ze als tweejarige planten in bloei gaan. Dat jonge blad is vaak het eerste ’nieuwe’ groen dat je kunt oogsten in het vroege voorjaar.

 

Kleurrijke rassen

De eerste gecultiveerde bieten waren wit en geel, tinten die je nu nog bij de steeds minder populaire voederbieten terugvindt. De rode kleur kreeg al snel de meeste culinaire belangstelling en de grote populariteit van de biet in de moestuin hoort bij die opvallende tint. Ook bij de strandbiet, die alleen blad en geen ondergrondse knol vormt, zien we regelmatig kleurverschil in de bladeren en stengels.

Rode bieten zijn er in opvallende, platronde vormen zoals ’Egyptische platronde’, mooi kogelrond bij de vroege kleine vormen zoals ’Pronto’, langwerpig en glad bij ’Cylindra’ tot ruw en langwerpige oude selecties zoals ’Mc Gregor’ en ’Crapaudine’. De bladeren gaan van vrolijk groen met rode nerven tot dieprood in stelen en blad bij ’Bull’s Blood’. De fijnste en sterkste smaken zitten bij de langwerpige oude rassen, maar voor rauwe verwerking zijn de jonge ronde bieten ideaal.

 

 

Witte ’Albino’ bieten zijn minder populair, hoewel ze net zo makkelijk groeien. De knollen hebben een fijne structuur en een zachte, iets minder typische smaak (of laten we ons gewoon door de kleur misleiden?) De diepgele tot oranje ’Burpee’s Golden’ scoort qua smaak én kleur. Maar laat je gewoon verleiden om alle drie de kleurtjes uit te testen en zoek zelf je smaakvoorkeur uit. De meest verleidelijke van alle bietjes is de ondertussen erg populaire ’Ghioggia’ biet die binnenin duidelijk gescheiden rood-witte ringen heeft.


De wilde strandbiet

Van alle wilde groenten vormt de Beta vulgaris subsp. maritima of strandbiet een van de lekkerste en meest bruikbare planten. Strandbietblad heeft een licht zilte smaak en iets meer structuur dan de gewone biet. De meerjarige planten hebben een halfkruipende, onregelmatige groeiwijze en je kunt ze herhaaldelijk terugsnijden om de jonge groei te stimuleren. Met wat extra kalk en zeewier als voeding voelen ze zich perfect thuis in de tuin.

 

 

Deze wilde vorm van de biet wordt algemeen beschouwd als de voorvader van al onze bieten. De planten komen in het wild voor langs de kust. Je kunt ze ook bij ons nog vinden, bijvoorbeeld in de Zwinstreek en de Waddeneilanden, langs de Engelse kust. in Bretagne en Normandië. Maar ook in Spanje, Portugal, Duitsland en Zweden, tot in Egypte en Turkije vinden de planten een geschikte plaats om te groeien, telkens langs de kust. Bij ons zijn de wilde planten jammer genoeg vrij zeldzaam geworden, dus laat de planten in hun eigen biotoop met rust en kweek ze in je tuin.

Conclusie …

Bieten zijn makkelijk en sterk, geven een mooie opbrengst en zijn veelzijdig in het gebruik. Ze verdienen dus een opvallende plaats in de moestuin (en misschien ook een keertje in de voortuin) en al onze aandacht in de keuken. Met knollen, stengels, bladeren en zaailingen kun je smoothies, sap, soepen, sausen, stoofschotels en hartige taarten maken. Hoog tijd dus voor meer aandacht en waardering voor deze eenvoudige groenten uit eigen tuin.

 

Stadstuinieren 2016-01 – Tekst en fotografie: Peter Bauwens