Groene geheimen: Crosnes – Japanse Andoorn

Stachys affinis

Crosne is een taaie meerjarige, winterharde plant die zichzelf graag in de breedte verspreidt. De bladeren lijken op die van de muntplant en ondergronds produceert de plant bizarre ivoorwitte knollen die eruit zien als larven. Geweldig om je tafelgasten mee te verrassen!

Als je een paar knollen van de crosne in de grond laat, zullen ze het volgende voorjaar weer beginnen met groeien. Jaar in, jaar uit word je vanzelf voorzien van een eindeloze voorraad. Als je het gewas wilt verplaatsen, graaf dan simpelweg enkele van de knollen op en plant ze ergens anders.

Zaaien en Verzorgen

Om je eigen crosne-veldje te starten, kun je het beste beginnen met een paar knollen van een online leverancier of van iemand die je kent die al crosnes heeft. Plant ze 7,5 centimeter diep en 25 centimeter uit elkaar, vanaf half oktober tot april (of jaarrond als je ze kunt verkrijgen als potplanten).

Crosnes groeien het liefst in de volle grond, maar als je ze genoeg mulch en water geeft, dan kun je ze proberen te laten groeien in grote potten of bakken (minimaal 40 cm diep).

Crosnes zijn gemakkelijke (laag groeiende) planten die het in de meeste omstandigheden goed doen, zowel in de volle zon als in halfschaduw. De grondsoort, hoeveelheid water en voeding doen er vrijwel niet toe. Breng wel jaarlijks, rond maart, wat mulch aan om het vocht vast te houden en onkruid te voorkomen. Geef water in extreem droge periodes.

Oogsten en Genieten

Crosne-knollen kunnen tegen het einde van de herfst worden geoogst (vanaf ongeveer het einde van oktober) zodra de bladeren bij de eerste vorst beginnen af te sterven.

Graaf eenvoudigweg in de grond en trek omhoog wat je nodig hebt en wanneer je het nodig hebt. Ze gaan namelijk langer mee als ze in de grond blijven dan wanneer ze in de koelkast liggen.

Ze kunnen rauw en ongeschild worden gegeten en hebben een knapperige, waterige, zoete crunch. Je kunt ze zo eten als snack, toevoegen aan een salade of inmaken als augurk (zoals ze in Azië doen).

Crosnes kunnen ook worden gekookt (zoals aardappelen). Je kunt ze dus frituren, bakken, koken en roosteren en als ze eenmaal zijn gekookt, hebben ze een milde, zetmeelrijke en nootachtige smaak, waarvan wordt gezegd dat deze vergelijkbaar is met waterkastanjes of aardperen. In Frankrijk, waar crosnes populair zijn, worden ze vaak gewoon gestoomd, waarna er wat kruiden en botersaus worden toegevoegd.

Crosnes worden gebruikt in Osechi, de Japanse traditie van het serveren van prachtige, kleurrijke gerechten (elke met een speciale betekenis), die worden gepresenteerd en geserveerd in bento-achtige doosjes tijdens het Japanse Nieuwjaar.

Stadstuinieren 2015-05 Tekst en fotografie: Natassia Doets