Groene Portretten: Courgette

Courgette (Cucurbita pepo) is een makkelijke en gulle gast in de moestuin, zelfs als je haar in een pot kweekt. De natuurlijke oorsprong van deze groente ligt in Zuid-Amerika, waarvandaan ontdekkingsreizigers het gewas hebben meegenomen naar Europa. Vooral in Italië werd de groente al snel erg populair en in dat land is zij dan ook veredeld tot de courgette zoals wij die nu kennen. Niet verwonderlijk dus dat de Italiaanse keuken zoveel courgetterecepten kent!

“Hoe vaker je ze plukt. hoe meer nieuwe vruchten de plant produceert”

Voor het kweken van courgette heb je wel een beetje ruimte nodig, de planten nemen namelijk al gauw een vierkante meter per stuk in beslag. Maar… van die ene plant kun je dan wel de hele zomer oogsten! Het telen van deze groente is daarom absoluut de moeite waard, zelfs op een klein balkon of terras. Er zijn courgettes in verschillende kleuren en vormen, waarvan de lange, donkergroene de meest bekende is. Gele, witte, gestreepte of ronde courgettes zijn er echter ook. Zaai de groente vanaf half april binnen voor in potten met een diameter van ongeveer 10 centimeter. Vanaf half mei kunnen de plantjes naar buiten en geef je ze een zonnige plek in goed bemeste grond. Courgetteplanten hebben namelijk altijd honger en houden van voedzame aarde. Verwen ze daarom af en toe met wat extra compost, plantengier of wormenthee en geef ze ook altijd voldoende water!

De oogstperiode van een courgetteplant is een waar feest: de courgettes ontwikkelen zich razendsnel en hoe vaker je ze “plukt” (met een mes of snoeischaar), hoe meer nieuwe vruchten de plant produceert. Groter betekent echter niet altijd smaakvoller, integendeel. Oogst de courgettes daarom als ze zo’n 15 tot 20 centimeter lang zijn. Kleiner oogsten kan natuurlijk ook. En vergeet vooral de mooie gele bloemen niet, die zijn namelijk ook eetbaar. Kleine baby courgettes waar de bloem nog aan vast zit worden in Frankrijk beschouwd als een delicatesse en “courgette fleurs” genoemd.

Stadstuinieren 2015-05 – Tekst en fotografie: Stella Faber