Groene portretten: Postelein

Achterop het pakje posteleinzaad in mijn koelkast staat “een oer-Hollands gezond en lekker product”. Gezond en lekker is het zeker, maar Hollands?

“Zaai zomerpostelein vooral niet te vroeg”

Zomerpostelein (Portulaca oleracea), met z’n langgerekte blaadjes, wordt sinds de 13e eeuw bij ons gekweekt. Winterpostelein (Claytonia perfoliata), met hartvormige blaadjes, kwam pas later onze kant op. Sommige bronnen beweren dat postelein oorspronkelijk uit Perzië komt, andere dat het een algemeen voorkomende plant in bepaalde streken van India is.
Hoe het ook zij, postelein heeft zich in ieder geval al vroeg over de aardbol verspreidt. Soms tot vreugde van de bevolking, soms tot ergernis. In Amerika schijnt men het namelijk als onkruid te beschouwen.

In het oude Griekenland was postelein een populair medicijn. Men gebruikte het bij verstopping en ontstekingen van de urinewegen, om koorts te verlagen en tegen brandend maagzuur. In de 4e eeuw voor Christus beschreef de Griekse filosoof Theophrastus (die de vader van de plantkunde wordt genoemd) postelein als een zomerkruid dat geschikt is om in potten te kweken.

Postelein in potten

Hij had gelijk; postelein doet het prima in potten. Zowel de zomer- als de winterpostelein. Maar je moet wel weten hoe! Bij mij is zomerpostelein de eerste keer in ieder geval mislukt. Waarschijnlijk omdat dit een teer en warmte minnend gewas is dat een beetje begeleiding nodig heeft. Zaai zomerpostelein vooral niet te vroeg (mei is prima) en liefst in een kas of koude bak. Dit laatste geldt eigenlijk ook voor de winterpostelein die je in augustus zaait. Winterpostelein kan in principe goed tegen kou, maar onder glas is de productie beter. Voor beide geldt: een lichte, luchtige en vochtige grond. Maar niet te nat!

Zomer- en winterpostelein

Onder gunstige omstandigheden kun je zomerpostelein al binnen enkele weken oogsten. Zaai daarom regelmatig, net als sla. Dan kun je er de hele zomer van genieten. Winterpostelein kun je tot vroeg in het voorjaar oogsten. Vanaf april schiet hij echter door.

Recept: Posteleinsoep

Er zijn ontzettend veel recepten voor postelein te vinden. Ik besloot de soep te proberen uit “Betje de goedkoope keukenmeid” uit 1850:
“Men neemt een soepbord posteleinblaadjes, wassche ze zorgvuldig, en doet ze met notemuskaat in kokende bouillon, waarin vooraf twee eieren en een eetlepel aardappelmeel dooreengeroerd zijn; als men nu het geheel nog wat laat koken is de soep gereed.”

Toen ik tijdens het wassen echter wat blaadjes snoepte, ontdekte ik dat rauwe postelein erg lekker is! Dat vonden ze in de 17e eeuw kennelijk ook al. Want de Engelse John Evelyn schrijft in 1699 in “A Discourse of Sallets” (het eerste boek uit de geschiedenis over salades):
“Purslain, being eminently moist and cooling, quickens Appetite, asswages Thirst, and is very profitable for hot and Bilious Tempers, as well as Sanguine, and generally entertain’d in all our Sallets, mingled with Oyl and Vinegar”.

Volgende keer een salade dus!

Eet smakelijk!


Stadstuinieren 2014-01 – Tekst: Stella Faber