Groene Portretten: Rodekool

Gelukkig is het nog niet helemaal stil in de tuin en is er nog genoeg te doen en te oogsten. Rodekool bijvoorbeeld. Deze groente (“Brassica oleracea” genaamd) is een van de oudste soorten kool en wordt al duizenden jaren geteeld. De Romeinen waren er dol op en gebruikten haar voor verschillende doeleinden. Zo kregen Julius Caesar’s soldaten de kool niet alleen regelmatig te eten, maar legden ze de bladeren ook op wonden om infectiegevaar te verminderen. Ontdekkingsreizigers uit de 17e en 18e eeuw namen de kolen daarnaast mee op hun lange scheepsreizen, omdat ze lang houdbaar zijn en omdat het hoge vitamine C gehalte hielp om de dodelijke ziekte scheurbuik te voorkomen.

“De vroeg oogstbare hebben zachtere bladeren en zijn rauw erg lekker in salades”

Het kweken van rodekool is niet bijzonder moeilijk, maar vraagt wel tijd en ruimte. Elke plant heeft namelijk zo’n 75 bij 75 centimeter nodig en staat daar vervolgens enkele maanden. Als je een grote tuin hebt is dat waarschijnlijk geen probleem, maar als je het met minder moet doen is het verstandig om jezelf eerst af te vragen of je die ruimte wel zolang kunt missen en niet liever wilt gebruiken om snel groeiende gewassen te telen of groenten waar je vaker van kunt oogsten. Bezint eer ge begint dus!

Er zijn vroege en late soorten rodekool en mocht je de beschikking hebben over een flinke lap grond, dan is het erg leuk om beide te kweken. De vroeg oogstbare hebben zachtere bladeren en zijn rauw erg lekker in salades. Ze zijn alleen minder lang te bewaren dan de late varianten, die stevig van structuur zijn en pas vanaf september geoogst kunnen worden. Beide soorten zaai je van eind februari tot eind maart binnen voor in potjes met een diameter van circa 10 centimeter en plant je in april uit op de plek van bestemming. Het spannen van een net is de eerste weken geen overbodige luxe, want duiven zijn dol op het jonge groen!

Stadstuinieren 2015-05 – Tekst en fotografie: Stella Faber