Groene portretten: Uien

De ui (Allium cepa) heeft misschien nog wel de interessantste geschiedenis van alle groenten. Vele duizenden jaren voor het begin van onze jaartelling kweekte men al uien in Centraal-Aziatische landen als Kazachstan, Kirgizië, Oezbekistan, Tadzjikistan, Turkmenistan, Afghanistan en Tibet, maar ook in India en China. Archeologen hebben, behalve dadelpitten en restanten van vijgen, ook overblijfselen van uien gevonden uit circa 5000 voor Christus. Toen de ui op een gegeven moment in Egypte terecht kwam, werd hij daar bijna heilig verklaard. De oude Egyptenaren zagen de ui als een symbool voor het eeuwige leven en legden ze bij de doden in hun graftombes en piramides.

“Zelf oogst ik uien altijd vrij vroeg, omdat ze dan nog lekker sappig zijn”

Het kweken van uien kun je doen door ze te zaaien of door plantuitjes in je tuin te zetten. Het gemak van plantuitjes zit ‘m in het feit dat ze de eerste groeifase al achter de rug hebben en dus een voorsprong hebben op de rest. Het leuke van zelf zaaien is echter dat je uit veel meer rassen kunt kiezen.

Buiten zaaien doe je van half maart tot half april, binnen voorzaaien kan al in februari. Je plant de groene sprietjes daarna buiten uit als ze zo’n 10 centimeter groot zijn. Er zijn ook “winteruien”, deze zaai je aan het einde van de zomer om ze in de daaropvolgende lente te oogsten. Plantuitjes kun je in februari of maart een plekje geven in de tuin (of in een pot op je balkon of terras!).

Voor alle uien geldt: geef ze voldoende water en houdt vocht opslurpend onkruid op afstand. Uien wortelen namelijk niet diep en hebben snel last van droogte. Wanneer je kunt beginnen met oogsten hangt af van het soort en van je eigen smaak. Zelf oogst ik uien altijd vrij vroeg, omdat ze dan nog lekker sappig zijn en omdat je de groene stengels dan nog kunt eten. Deze stengels vallen zo rond het eind van de zomer om en drogen dan langzaam uit: een teken dat de uien volgroeid zijn. Til ze dan omhoog uit de grond en laat ze op de aarde drogen, mits het warm en droog weer is natuurlijk. Als het regent kun je ze beter op een overdekte, goed geventileerde plek leggen.


Stadstuinieren 2014-06 – Tekst en fotografie: Stella Faber