Groene portretten: Zuring

Er is een tijd geweest dat groenten, fruit en kruiden niet bestonden. De oermens was – net zoals de meeste dieren – dagelijks bezig om voedsel te verzamelen en ontdekte al proevend of planten eetbaar waren of niet. Een aantal daarvan zijn wij door de eeuwen heen zo gaan waarderen dat we ze een naam hebben gegeven en zijn gaan kweken, kruisen en verfraaien. En categoriseren: “dit is een groente”, “dat is fruit”. De oorsprong is echter altijd een wilde plant en een woord als “onkruid” vind ik om die reden een beetje misplaatst. Onkruid bestaat namelijk niet. Of alles is onkruid!

“de weilanden, bermen en slootkanten staan er vol mee”

Een gewas dat op Internet en in boeken lijkt te schipperen tussen de categorieën “wilde plant”, “onkruid”, “kruid” en “groente” (of “vergeten groente”) is zuring (Rumex). Sommige mensen halen hun neus op voor deze plant, anderen zetten hem graag in hun tuin voor gebruik in de keuken, iets dat zelfs de oude Grieken en Romeinen al deden.

In de Middeleeuwen geloofde men bovendien dat zuring koortsverlagende kwaliteiten heeft en dat het met de bladeren over de huid wrijven helpt tegen brandnetelsteken. Ook vind je de plant regelmatig terug in oude Nederlandse kookboeken, bijvoorbeeld in recepten voor soep. Een onbekende plant is het dus zeker niet!

Zuring is een bladgewas dat van nature voorkomt in milde klimaten en dat – zoals de naam al doet vermoeden – graag op zure grond groeit. Nederlandse weilanden, bermen en slootkanten staan er vol mee. Er zijn veel verschillende soorten zuring, waaronder bermzuring, veldzuring, moeraszuring en schapenzuring. Sommigen zijn eetbaar, anderen niet. Wil je verzekerd zijn van een flinke niet-door-honden-en-katten-besproeide oogst, dan kun je de plant ook heel makkelijk in potten kweken. In principe is zuring een vaste plant, maar hoe ouder hij wordt, hoe taaier de bladeren zijn. Ik beschouw hem daarom als een eenjarige en zaai hem elk jaar opnieuw, iets dat je vanaf maart buiten doet en binnen vanaf februari. De plant wordt verder niet bijzonder groot (ongeveer 40 centimeter hoog) en houdt van voldoende water en een plek in de halfschaduw.


Stadstuinieren 2015-03 – Tekst en fotografie: Stella Faber