Herfstradijzen

Als we het over radijsjes hebben dan denken we meteen aan de kleine pittige voorjaarsknolletjes, vaak de eerste lenteoogst uit eigen tuin. Die opvallende smaak in combinatie met een knapperige structuur maakt radijsjes zo bijzonder. Zoiets zou je eigenlijk het hele seizoen uit de tuin willen oogsten, en dat kan.
Want met een beetje geluk kun je radijsjes heel de zomer zaaien, maar voor een lekker en vlot resultaat, heb je wel een goede, vochthoudende bodem en niet al te hoge temperaturen nodig. Want droogte en warmte zijn funest voor radijsjes; met gescheurde knolletjes, holle vruchten, een scherpe smaak en vroegtijdig doorschieten als gevolg. Je hoort het al, radijsjes horen gewoon bij het voorjaar.

“Je merkt meteen aan de eerste echte bladeren dat het forse planten worden”

Zaaien in augustus

Wil je meer dan enkel in het voorjaar radijs, dan kun je het beste kiezen voor de teelt van de grote broertjes van de radijs in de vorm van herfstradijzen.
Herfstradijzen zijn veel minder bekend en worden veel te weinig geteeld en dit terwijl ze eigenlijk net zo makkelijk zijn. Die ‘herfst’ betekent dat we mikken op de herfst voor de oogst, dus moet je ook weer niet al te laat zaaien. Je kunt starten in augustus en doorgaan tot eind september om deze radijzen te zaaien. Vergeet even het geduldig uitzaaien op één of twee centimeter van de voorjaarsradijsjes en start bij het zaaien met een afstand van drie tot vijf centimeter in de rij. Ook die rijen onderling moeten flink wat meer uit elkaar en dertig centimeter lijkt me een mooi gemiddelde. Herfstradijzen kiemen even snel, of door de vaak hogere temperaturen van de nazomer, nog sneller dan gewone radijsjes. Na een dag of drie, eventueel met een extra watergift, zit er al groei in. Je merkt meteen aan de eerste echte bladeren dat het forse planten worden en na een week of twee kun je uitdunnen op tien tot vijftien centimeter uit elkaar. Door om en om te oogsten met wat jongere exemplaren als eerste eetbaar resultaat, komen de volwassen planten op een ruime afstand, voldoende om stevig en sterk te ontwikkelen en zo in de herfst en tot een stuk diep in de winter klaar te staan voor een pittige oogst. Lichte nachtvorst is geen probleem, een beetje stro rond de planten maakt dat je ze nog wat langer, ook bij ernstige vorst, kunt blijven oogsten. Tot een paar flinke periodes met stevige vorst meestal een einde maken aan de winterse radijzenpret.

Drie kleuren in één knol

Tot zover het praktische gedeelte. Nu nog de diversiteit. Want precies daarin scoren deze grote radijzen bijzonder hoog. De meest gekende uit deze reeks is de Oosterse daikon. De lange witte wortels groeien verbazend snel en vaak met net zoveel lengte boven als onder de grond. Daikons kunnen zo makkelijk tot dertig tot vijftig centimeter lang uitgroeien.
Wie een beetje variatie zoekt bij het saaie wit, kan bij ‘Green Meat’ terecht. Het is een ‘kleine’ herfstradijs, goed voor zo’n 15 tot 20 cm lengte en 3 tot 5 cm dik, onderaan wit, bovengronds in een prachtige groene tint. Die groene kleur loopt door tot diep in het binnenste van de radijs. ‘China roze’ heeft ongeveer diezelfde omvang, maar dan in een prachtige roze-rode tint, binnenin zijn de radijzen wit.
Wil je nog meer kleur dan kun je ‘Beauty Heart’ of ‘Red Meat’ radijzen kweken. Deze bijzondere selecties zijn aan de buitenzijde wit en binnenin fluoroze. Bovengronds is die buitenkant groen, ondergronds dan weer wit. Zo krijg je soms drie kleuren in één zo’n knol.
Hild’s Blauwe toont paars aan de buitenzijde en binnenin gewoon wit. Een aantal zeldzame oosterse varianten zoals ‘Bora King’ geven diezelfde tint ook binnenin.
De reeks eindigt bij de zwarte en vrij ruwe schil van de rammenas, meteen ook de meest winterharde uit de rij.

Een winter lang radijzen

De smaak van al deze herfstradijzen is pittig en vergelijkbaar met de jonge lenteversies. Ook hier zorgt een vlotte groei, veel vocht en niet al te hoge temperaturen voor een zachte en vollere smaak. Perfect dus om in de nazomer te starten en om de regen en de wat koelere temperaturen van de najaar en de herfst te gebruiken voor deze prachtige najaarsteelt.
Oogst herfstradijzen vlak voor gebruik. Door hun grotere omvang zijn ze beter houdbaar dan de kleine lenteradijsjes, maar laat ze gewoon in de grond zitten om hun structuur en smaak optimaal te behouden. Wil je ze toch uit de grond halen, bijvoorbeeld bij dreigende zware vorst, bewaar ze dan met een stuk loof, dicht bij elkaar in wat vochtige grond of turf, op een koele donkere plaats. Ze blijven dan heel de winter beschikbaar.
Zo kun je in oktober, november en december, met wat geluk zelfs nog een maand of twee langer, van deze radijzen met hun vertrouwde smaak, maar in een veelkleurig voorkomen, de mooiste wintersalades samenstellen. Snijd voor gebruik geduldig de radijzen, naar Oosterse traditie in flinterdunne schijfjes. Het is pas perfect wanneer ze bijna transparant zijn. Serveer zo’n schaaltje pit en kleur bij de broodmaaltijd, als kleurrijke winterwortelsalade op zich of als bonte aanvulling van een klassieke groene sla. Gegarandeerd dat je succes oogst met deze bijzondere kleurtjes, en dat je iedereen overtuigt met een uitstekende radijzen-smaak.

Stadstuinieren 2015-04 – Tekst en fotografie: Peter Bauwens