Mexicaanse smaken in de moestuin

Soms vraag ik me af hoe het zou zijn om in een ander klimaat te leven. Bijvoorbeeld in een land als Mexico, waar de zon (bijna) altijd schijnt, waar het elke dag warm is en waar tuinen als gevolg uitbundig en kleurrijk zijn. Ik houd bovendien erg van de pittige smaken uit de Mexicaanse keuken en gerechten als chili en burrito’s staan bij ons regelmatig op het menu. Vorig jaar besloot ik daarom een stukje Mexico naar mijn moestuin te halen.

“Onze zomers zijn relatief kort en dat betekent dat het beter is om de meeste warmteminnende planten binnen op de vensterbank voor te zaaien”

Combineren in één bed

Voor zoiets is niet veel ruimte nodig – ik toverde één van mijn verhoogde bedden van 120 x 280 cm tot een mini-tuintje met de uitstraling van vrolijke uitbundigheid die ik met Mexico associeer.
De verscheidenheid aan planten zorgt ervoor dat ziektes en schadelijke insecten minder snel een probleem worden. Maar het combineren van gewassen met verschillende groeiwijze (hoog met laag, breed met slank) betekent ook dat de beschikbare ruimte beter benut kan worden. Mijn Mexicaanse polycultuur combineert groente met kruiden en bloemen, ziet er mooi uit en geeft maandenlang oogst. Aan het einde van het groeiseizoen kun je de meeste gewassen zelfs nog drogen of inmaken om er ook in de winter van te kunnen genieten.

Op tijd beginnen met zaaien

Ons klimaat brengt natuurlijk wat beperkingen met zich mee die invloed hebben op de keuze van gewassen en de manier waarop ik ze teel. Onze zomers zijn relatief kort en dat betekent dat het beter is om de meeste warmteminnende planten binnen op de vensterbank voor te zaaien. Dat begon al eind februari/begin maart met het voorzaaien van hete pepers. In de tweede helft van maart zaaide ik de tomatillo ’s en in april de rest van de planten. Na half mei, toen de grond mooi opgewarmd was, kon alles naar buiten. Om te voorkomen dat de hoge gewassen (maïs en zonnebloemen) schaduw zouden werpen op de rest, plantte ik ze aan de noordkant van het bed. Ten zuiden ervan plantte ik de tomatillo’s en helemaal aan de voorkant van het bed de hete pepers en kruiden met de zinnia’s ertussen.

De planten voor een Mexicaanse polycultuur

Maïs (Zea mays)

Wat voor ons tarwe is, is voor de Mexicanen maïs – een basisgraan. Er wordt zelfs zo veel maïs gegeten dat de autochtone bevolking zich zelf ‘walking corn’ (lopende maïs) noemde. Maar in plaats van de zoete kolven in hun geheel te eten, vermalen de Mexicanen het grootste deel van hun maïs tot meel dat voor de bereiding van de traditionele gerechten zoals tortilla’s wordt gebruikt. Er bestaan dan ook vele variëteiten maïs die voor specifieke doeleinden geschikt zijn – om vers te eten, om te poffen of om tot meel te vermalen. Voor mijn polycultuur koos ik de mooi gekleurde ‘Painted Mountain’ maïs die heel jong als zoete maïs gegeten kan worden, of gedroogd voor later gebruik. Om te drogen hang ik de hele kolven op een warme en droge plek op en als ze droog zijn, haal ik de korrels eraf en bewaar ze in gesloten potjes. Voor het malen is een echte graanmolen het beste geschikt maar kleine hoeveelheden meel kunnen ook in een koffiemolen of een hoge snelheids-blender gemalen worden.

Pronkboon (Phaseolus coccineus)

Mexico is de bakermat van vele bonenvariëteiten en bonen zijn er nog steeds een van de belangrijkste voedingsmiddelen. In mijn polycultuur zaaide ik bonen naast maïs, om ze op een eenvoudige manier van een klimsteun te voorzien. Hiervoor wacht ik totdat de maïsplanten zo’n 15-20 cm hoog zijn en zaai daarna 2 bonen naast elke plant. Op deze manier geteeld geven de bonen geen grote oogst maar omdat je er geen extra ruimte voor nodig hebt, is het toch mooi meegenomen. Er bestaan ontzettend veel soorten bonen maar ik teel graag de pronkboon omdat deze in verschillende stadia gebruikt kan worden – als verse boon, snijboon, verse dopboon of gedroogd voor de winter.

Tomatillo (Physalis ixocarpa)  

Tomatillo behoort tot dezelfde plantenfamilie als tomaat en de twee vruchtgewassen kunnen op dezelfde manier worden geteeld: in maart binnen voorzaaien en in mei naar buiten. Maar omdat tomatillo veel minder last heeft van schimmels, is hij in tegenstelling tot tomaat in ons klimaat veel makkelijker buiten te telen. De planten zijn ontzettend productief en voor ons gezin hebben we aan een stuk of twee of drie genoeg. De vruchten zijn bedekt met een papierachtige omhulsel waar ze bij rijpheid beginnen uit te breken. We maken er de bekende ‘salsa verde’ van en aan het eind van het seizoen maak ik van overgebleven vruchten een pittige chutney.

Hete peper (Capsicum annuum)

Pepertjes worden in de Mexicaanse keuken gebruikt om een kick te geven aan bijna elk gerecht. Mexicanen zijn dan ook echte kenners. Zij weten die gradaties in pittigheid en de subtiele verschillen in aroma tussen variëteiten te waarderen. Helaas hebben vele van de in Mexico geliefde types van hete pepers (zoals habanero, serrano of poblano) meer warmte nodig om te rijpen dan we ze in ons klimaat kunnen bieden en zijn ze enkel geschikt voor teelt onder glas. Voor teelt buiten gebruik ik al jaren de betrouwbare ‘Westlandse Lange Rode’ peper. Ook in mindere zomers geeft deze peper een prima oogst. Weliswaar niet helemaal authentiek maar nog steeds een goede smaakmaker voor de meeste gerechten. Voor het gaat vriezen, oogst ik alle overgebleven pepertjes, rijg ze aan een draad en hang ze in onze woonkamer om te drogen. Tijdens de winter knip ik naar behoefte een pepertje af om aan een gerecht toe te voegen. 

Dragonafrikaantje (Tagetes lucida)

In zijn warme heimat is dragonafrikaantje een vaste plant, maar hij is niet winterhard. Wij telen hem dus liever als eenjarige. In tegenstelling tot de afrikaantjes die als perkgoed worden gebruikt heeft het dragonafrikaantje vrij subtiele gele bloemen die pas laat in het seizoen verschijnen. Het gaat bij deze plant dan ook niet om de bloemen maar vooral om het aromatische blad. Dit blad is een geliefd kruid in de Mexicaanse keuken. Zoals de naam suggereert, lijkt hij qua smaak op dragon en er zijn duidelijke noten van anijs te proeven. In Mexico wordt hij gebruikt bij maïs of vlees en ook in zoete gerechten. Onze favoriete bereiding is een simpele kruidenthee die goed past bij cake of gebak. Het blad kan ook prima gedroogd worden voor gebruik in de winter.  

Dropplant (Agastache foeniculum en Agastache mexicana)

Dropplant, ook anijshyssop genoemd, behoort tot de munt-familie en heeft een aangename anijssmaak. Zowel het blad als bloemen kunnen gebruikt worden. Je kunt ze toepassen in een verfrissende thee maar ook bijvoorbeeld in fruitsalades. Daarnaast heeft de plant ook een geneeskrachtige werking, vooral tegen hoest en koorts. Maar er is nog een reden dat ik hem in mijn polycultuur heb geplant: het is een uitstekende bijenplant.

Zonnebloem (Helianthus annuus)

Voor de Azteken symboliseerden deze vrolijke bloemen hun zonnegod en ook wij associëren zonnebloem met de zon. Naast dat het leuke snijbloemen zijn, zijn zonnebloemen ook eetbaar: zowel  de bloemblaadjes als de zaden en zelfs het jonge blad. Wat je zelf niet plukt, kun je voor de vogels laten staan. De vogels zullen je dankbaar zijn voor de voedzame zaden. Het is een goed idee om zonnebloemen een beetje steun te geven door ze bijvoorbeeld aan een bamboestok op te binden. Als je dit niet doet, worden de planten op den duur topzwaar en vallen meestal om.

Zinnia (Zinnia)

Ook deze geliefde snijbloem heeft zijn oorsprong in Centraal Amerika. De bloemen zijn eetbaar maar niet bijzonder smakelijk. De voornaamste reden om hem aan mijn polycultuur toe te voegen was om het geheel een beetje op te vrolijken. Omdat ik de zinnia’s graag voor de vaas pluk, kies ik meestal hogere cultivars met stevige stengels, zoals de ‘Benary’s Giant’ serie. Door regelmatig te plukken zorg ik ervoor dat de planten nieuwe bloemen blijven vormen.

Bestel hier:

Boek Vera Greutink: Tuin smakelijk!
Tuin smakelijk! bevat ontelbare tuintips, technieken, concrete voorbeelden en ervaringen. Vera Greutink laat zien hoe je makkelijk en op een natuurlijke manier allerlei eetbare planten kunt telen. Of je nu een tuin in je potten kweekt, eenjarige groente teelt, of een mooie permanente bostuin aanlegt. 

 

Stadstuinieren 2018  Tekst: Vera Greutink | Fotografie: Remco Greutink