Physalis kweken

Physalis of lampionbessen

Tomaten, pepers, aubergines en aardappelen komen allemaal uit de grote familie van de Solanacea of Nachtschadigen. Maar diezelfde familie omvat ook minder gekende gewassen die zeer de moeite zijn. Lampionbessen bijvoorbeeld.

Het geslacht ‘Physalus’ omvat een omvangrijke groep van meer dan 90 verschillende bloeiende en vruchtdragende soorten, die in hoofdzaak afkomstig zijn van het Amerikaanse continent. Hier bij ons zijn de planten vrij onbekend. Enkel Physalis alkekengi, of de Chinese lampionnetjesplant, komt hier als sierplant regelmatig in de tuin voor. De opvallende oranjerode lantaarntjes worden vooral voor hun decoratieve eigenschappen gekweekt. Ze zijn als droogbloem perfect houdbaar. De kleine oranjerode bessen binnenin zijn te zuur om zo te eten.

Voor teelt in de moestuin zijn er twee geschikte soorten: de grootvruchtige tomatillo en de kleinvruchtige lampionbes, grondkers of ananaskers. Net als de tomaat behoren ze tot de vruchtgroenten. Puur botanisch worden ze net als de tomaat tot fruit gerekend. Voor culinaire toepassingen wordt de tomatillo meestal onrijp verwerkt als groente, de zoetere lampionbesjes of ananaskers gebruikt men als volwaardig fruit.

“Met een vleugje verwaarlozing en een wat sobere behandeling groeien ze meestal mooier, compacter en zijn ze vaak erg productief”

Tomatillo’s kweken

Tomatillo’s (Physalis philadelphia, Physalis ioxcarpa) zijn eenjarige planten die je net als de tomaat best tussen begin en eind april binnen warm kunt voorzaaien. De jonge planten groeien vrij snel en makkelijk en vragen niet meer aandacht dan andere zaailingen. Voldoende licht, 15 tot 20°C en een of twee keer verspenen maakt dat je rond eind mei stevige 20 cm hoge planten hebt om uit te planten in de tuin. In tegenstelling tot de tomaat zijn ze prima bestand tegen onze regenachtige en koele zomers en gewoon een open plek in de tuin of op balkon is prima. Ze stellen weinig eisen aan de grond en zijn ook tevreden in een pot van 30 cm diameter gevuld met standaard potgrond.
Tomatillo’s zijn zelfbestuivend maar de bevruchting en de opbrengst is hoger wanneer je meerdere planten hebt. Heb je daarvoor geen plaats, stop dan gewoon twee jonge planten in hetzelfde plantgat. Ze groeien gezellig en zonder veel problemen door elkaar.

Veel omkijken heb je niet naar die tomatillo’s. Toppen of snoeien en leiden komt er niet aan te pas, ze groeien spontaan uit tot brede struiken van ongeveer een meter hoog en breed, allemaal een beetje afhankelijk van de grondsoort of de potmaat waarin ze terechtkomen. In pot is regelmatig water geven uiteraard wel belangrijk. Ingrijpen in de groei is overbodig, maar het mag en kan wel. Zo kun je kunt met wat snoeien en opbinden de planten langs een klimrek of in haagvorm leiden zodat ze op een balkon of in een kleine tuin wat minder breed uitgroeien.
Ziekten en plagen komen niet voor. Vanaf juni kun je de eerste gele bloei verwachten die snel gevolgd wordt door grappige diepgroene lampionnen. Binnenin die lampionachtige omhulsels groeien de bessen. Die groei gaat zo sterk dat ze dat omhulsel openduwen waarbij de groene of paarse bessen zichtbaar worden.

Oogst en gebruik van tomatillo’s

Je kunt tomatillo’s in twee verschillende fases oogsten. Voor een hartige oogst gebruik je de ‘onrijpe’ maar wel volgroeide groene of paarse vruchten. Ideaal om te verwerken in soepen en sausen, rauw of gekookt. Wanneer je de vruchten wat langer laat hangen tot de groene omhulsels strogeel verdrogen en de vruchten geelachtig verkleuren, wordt ook de smaak een stuk zoeter. Ze zijn dan ideaal om in dunne schijfjes versneden rauw te gebruiken in salades.

Recept tomatillo’s

De voornaamste toepassing van tomatillo’s is de verwerking tot groene saus of salsa verde. Deze saus is een van de basis ingrediënten in de Mexicaanse keuken, en kent een brede waaier van toepassingen vergelijkbaar met de Amerikaanse ketchup. Warm, koud, in combinatie met maïs, bonen, tortilla’s en chili’s. Onmisbaar dus.

Salsa verde

ingrediënten:

  • 500 gr tomatillo’s
  • 1 zoete ui
  • 3 Serrano chili’s
  • 3 teentjes knoflook,
  • een flinke bos koriander en een theelepel zout

Bereiding

Tomatillo’s, ui, chili’s en look 10 minuten zachtjes koken in wat water. Voeg de koriander toe en maak alles fijn in de keukenrobot. Verhit een eetlepel olie en laat hierin de saus nog 20 min zachtjes koken. Zout toevoegen en klaar.

Bewaren

Je kunt de saus meteen warm of lauw serveren of in de koelkast een week bewaren. Wil je een winterse voorraad, stop dan de nog hete saus in een goed uitgewassen potje met twist-off deksel. Sluit meteen goed af en laat de potjes een tiental minuten omgekeerd afkoelen. Omdraaien en een jaar houdbaar.

 


Lampionbes of ananaskers kweken

De lampionbes of ananaskers, (Physalis grisea, Physalis pubescens, Physalis pruinosa… al die botanici zijn het vaak erg oneens) is net zo makkelijk. Ook deze planten kun je best in april binnen warm voorzaaien.
Het valt bij de opkweek meteen op dat de jonge planten een stuk kleiner, breder en meer compact opgroeien in vergelijking met de tomatillo’s. Je kunt ze net als de andere Nachtschadigen midden tot eind mei, na de laatste nachtvorst, buiten uitplanten. Een open lichte plaats is belangrijk en meer nog dan de tomatillo’s groeien deze planten opvallend goed in pot. Een 20 cm diameter pot volstaat al.
Opnieuw in tegenstelling tot de tomatillo groeien de planten ook tijdens het verdere seizoen vrij laag, breed en compact, mooi vertakt met sierlijke bladeren. Vrij snel vormen zich aan de toppen van de takken kleine groengele bloemetjes gevolgd door 1 tot 2 cm grote zachtgroene lampionnetjes.
De planten zijn zelfbestuivend en één plant volstaat voor volop vruchten. De planten vormen in de loop van de zomer brede struiken van 30 tot 50 cm hoog en ruim een meter breed.

Oogst ananaskers

De ananaskers behoort tot de aller-makkelijkste planten en ze zijn ideaal voor potteelt en de kindertuin. Wanneer de lampionnetjes van zachtgroen over gaan naar strogeel en de bessen binnenin van groen naar diepgeel verkleuren zijn de vruchten klaar om te oogsten. Je hoeft ze zelfs niet te plukken, ze vallen bij volledige rijpheid af. Je moet ze zelfs niet meteen oprapen want beschut in die strolampionnetjes liggen ze mooi verpakt onderaan de planten te wachten.
Wat je oogst moet je ook niet meteen allemaal opeten, de gele besjes blijven verpakt in dat omhulsel makkelijk enkele weken tot soms maanden houdbaar.

 

Ananaskers eten en verwerken

De ongeveer 1 cm grote bessen zijn het lekkerst zo rauw uit de omhulsels gesnoept. Ze smaken lekker zoet met een fruitig ananas-aroma. Ze zijn ideaal om toetjes, taarten en desserts te versieren en vragen verder geen bewerking.

Bij een overvloedige oogst kun je de bessen verwerken met de staafmixer. De zaden en schillen zeven en je hebt een heerlijk zoet sap. Zeer geschikt als basis voor een vruchtendrank, aangevuld met gebroken ijs of om te combineren met vers appelsap. Een beetje creatief combineren met kaneel, gember, steranijs, citroen en vruchtensap zorgt voor een heerlijk exotisch resultaat. Je kunt de vruchtjes prima verwerken tot jam, opnieuw het lekkerst in combinatie met appel, en wat extra’s kruiden of specerijen.
Met wat meer geduld kun je de vruchten op een donkere plaats in hun omhulsel maanden laten liggen tot ze helemaal verdrogen. Ze zijn dan nog langer houdbaar en bruikbaar als rozijntjes.

 

Minder is meer

Alle lampionbessen groeien beter wanneer je ze niet teveel aandacht, water of voeding geeft. Met volop water en te rijke voeding of (pot)grond groeien de planten hoger, breder en groter, maar met veel bladeren en minder vruchten tot gevolg. Met een vleugje verwaarlozing en een wat sobere behandeling groeien ze meestal mooier, compacter en zijn ze vaak erg productief.

 

Stadstuinieren 2018-01 – Tekst en fotografie: Peter Bauwens