Pronkbonen – Kleurige klimmers

Toen de Spaanse conquistadores de Nieuwe Wereld ontdekten, vormde goud de voornaamste motivatie voor hun onderneming. Maar hun veroveringen leverden ook een ongekende schat aan nieuwe planten. Aardappelen, bonen, maïs, tomaten en pepers zijn enkele van de meest gekende en ze zouden in de daaropvolgende eeuwen voor een ware omwenteling zorgen in de voeding van een groot deel van de wereldbevolking.

“Wie echt vroeg wil starten kan gewoon binnen voorzaaien”

Een van de meest opvallende nieuwe gewassen was de boon (Phaseolus vulgaris), die met zijn ongewone windende en klimmende groeiwijze en zijn opvallende grote en voedzame oogst een compleet nieuw concept vormde voor dat deel van de wereld die enkel tuinbonen (Vicia faba) en erwten kenden. Van alle nieuwe bonen viel de Phaseolus multiflorus (letterlijk ‘de boon met veel bloemen’) nog het meest op. Deze sterke klimmende bonen uit het Zuid-Amerikaanse hooggebergte hebben grote kleurrijke bloemen, wat hun meteen als sierplant erg populair maakte. Net zoals de tomaat met zijn opvallend rode en ‘gouden’ vruchten werden de planten eerst populair in botanische tuinen en duurde het nog een hele tijd voor ook hun eetbaarheid en hoge voedingswaarde alle aandacht kreeg.

Phaseolus multiflorus werd later Phaseolus cocchinius maar de meeste mensen kennen de planten als Spaanse boon of pronkboon. Vreemd genoeg zijn de bonen in hun land van introductie wat minder populair. Door hun oorsprong in het hooggebergte geven de bonen de voorkeur aan wat koelere temperaturen wat maakt de ze vooral meer naar het noorden belangrijk werden. Het is dan ook in Engeland dat pronkbonen veelvuldig gekweekt werden en dat er in de loop der eeuwen werk gemaakt werd van de ontwikkeling van nieuwe rassen en selecties met diversiteit in teelt en gebruik.

Binnen voorzaaien of direct in de grond

In de tuin vragen pronkbonen dezelfde behandeling als alle andere bonen. Je wacht geduldig tot mei om te zaaien en stopt de opvallend grote dikke bonen pas in de grond wanneer die door de eerste zomerwarmte een aangename temperatuur heeft. In de praktijk wordt dat midden tot eind mei, maar je kan ook in juni en begin juli nog zaaien. Wie echt vroeg wil starten of onafhankelijk van weer en temperatuur wil werken kan gewoon begin mei binnen voorzaaien (2 bonen in een 10 cm pot) en enkele weken later, wanneer de jonge planten 10 of 20 cm hoog staan, buiten uitplanten. Net als alle bonen hebben ook pronkbonen een hekel aan teveel vocht, dus bij een natte en koude periode kun je het zaaien in vollegrond best even uitstellen.

Je kunt kiezen voor struikvormen waarbij de bonen per twee gezaaid worden met telkens 20 cm afstand in de rij en de rijen 50 cm uit elkaar, of je kiest voor de metershoge klimmers waarbij je 2 bonen per staak plant. Die staken mogen iets ruimer staan dan bij ‘gewone’ bonen want de groeikracht van de pronkboon is een flink stuk sterker en de bladeren en bonen zijn heel wat forser dan bij de gewone boon. Stokken van minstens drie meter hoog en 40 x 40 cm uit elkaar is een mooi gemiddelde. Zorg voor een stevige constructie want zo’n volgroeide hoge rij met planten kan flink wat wind vangen. Maar het zijn ook ideale klimmers voor pergola’s, tuinschuttingen of zelfs een vogelnet of tuingaas is bruikbaar om de planten hogerop te helpen in hun enthousiaste groei. Soms groeien ze gewoon ongevraagd de haag in.

Wie volop van de sierwaarde van de planten wil genieten moet even kiezen tussen klassiek roodbloeiende, opvallende witte, bonte rood-witte variëteiten of eentje met verfijnde zachtroze bloei. Maar allemaal zijn ze even enthousiast in de ontwikkeling van de grote brede ruwe peulen die later in het seizoen gevuld worden met dikke plompe witte, grijze, paarse, roze of zwarte bonen. De peulen kunnen uitgroeien tot 45 cm lengte en de grootste bonen tot 4,5 cm groot.

Bloemen en bonen op je bord

Je zou in dit verhaal vol kleur en groeikracht bijna het belangrijkste, het culinaire, vergeten. Maar ook daarin scoren pronkbonen bijzonder hoog.

De opvallende bloemen zijn eetbaar. Maar hou er rekening mee dat ‘bloemen eten’ je oogst aan bonen uiteraard zal verminderen. De bloemen hebben een zachte bonensmaak en ze zijn ideaal voor bescheiden toepassingen in salades. De jonge groene peulen zijn zo’n 15 tot 20 cm lang en bruikbaar als prinsessenbonen. Laat je ze nog wat langer uitgroeien dan worden ze erg ruw en stevig maar zijn ze ideaal om te gebruiken als snijboon. Wanneer de dikke bonen binnenin zich eenmaal ontwikkeld hebben zijn die groene peulen niet langer bruikbaar en is het wachten tot de bonen hun volle omvang bereikt hebben. Wanneer je de dikke bonen duidelijk kunt voelen in de stilaan naar geel verkleurende peulen, is het tijd om de bonen te doppen. De verse dopbonen vormen een van de lekkerste en meest voedzame groenten die je kunt oogsten. Je kookt ze 10 minuten en ze smaken heerlijk zacht en romig. Is je oogstaanbod groter dan wat je op dat moment nodig hebt, dan laat je de bonen gewoon hangen en drogen aan de planten. Hoog en droog en volop in de wind kunnen ze rustig tot diep in de winter blijven hangen. Net voor de strengste vorst haal je de ‘natuurgedroogde’ bonenoogst binnen, dopt ze en je kan ze als een perfecte wintervoorraad bewaren. Wanneer je ze opnieuw wil gebruiken moeten ze eerst een nacht weken in water en vervolgens ruim driekwartier op een zacht vuur koken om hun oorspronkelijke zachte structuur en smaak terug te krijgen. Je kunt ze zo als groente op zich eten of verwerken in voedzame winterse soepen en stoofschotels.

Eenjarig of meerjarig?

Deze ‘buitengewone’ bonen vormen tijdens hun groei dikke wortelknollen. Bij een zachte winter of wanneer je de planten tijdens de wintermaanden flink afdekt met stro of luchtig tuinafval, zullen ze vanuit die wortelknollen in mei opnieuw uitlopen en een nieuwe oogst vormen.

Meer oogst bij een koele zomer

Pronkbonen zijn opvallende planten in de tuin die een paar maanden lang volop voor kleur zorgen. Het zijn sterke makkelijke groeiers en ze zorgen voor een erg verscheiden en langdurige oogst. Hou er rekening mee dat ze een voorkeur hebben voor wat koelere groeiomstandigheden. Bij hoge temperaturen of een extreem warme zomer kan de vruchtzetting erg matig zijn. Een koele zomer, op een frisse standplaats als windvang of wat later zaaien voor een oogst met de nadruk op het najaar zorgt vaak voor een rijke oogst. Maar hoe dan ook zijn het boeiende planten die eigenlijk in geen enkele tuin mogen ontbreken en die veel vaker op tafel terecht horen te komen. De vaak enorme grote en lange peulen en de indrukwekkende grote dikke dopbonen maken dat je snel een rijke, stevige en voedzame maaltijd bij elkaar kunt plukken. Ideale planten dus voor wie lang, vlug en veel wil oogsten.

Rassenkeuze:

Struikvormen, zaaien van mei tot half augustus
• Hestia, wit-rode bloei, dikke rood/paarse bonen
• Princess, zuiver wit, witte bonen
• Pickwick, rode bloei, rood-paarse bonen

Halfhoog 1,5 tot 2 meter, zaaien van mei tot begin augustus
• Aardappelboon, witte bloei, plompe witte bonen

Hoog 3 tot 4,5m hoog, zaaien van mei tot midden juli
• Boerentenen; witte bloei, de grootste dikke witte bonen, verse bonen tot 4,5 cm groot
• Painted lady; wit-rode bloei, paarse gevlekte bonen
• Sunset; zachtroze bloei, paarse gevlekte bonen
• Black Knight; rode bloei, zwarte bonen
• Scarlet emperor; rode bloei, paars gevlekte bonen
• Golden Sunshine, rood-witte bloei in combinatie met opvallende geel-groene bladeren

Boerentenentaart

Van alle pronkbonen vormen ‘Boerentenen’ de allergrootste witte dopbonen die vaak tot meer dan 4 cm lang kunnen worden. Vier tot vijf van zulke groene peulen met binnenin telkens een vijftal witte reuze dopbonen zijn meestal ruim voldoende per persoon. Je hebt dus zo een maaltje bij elkaar geplukt en gedopt.

Ingrediënten
100 g tarwe- of speltmeel
100 g roggemeel
100 g plantaardige margarine
een eetlepel zonnebloemolie
een snuifje zout
40 verse dopbonen, voorgekookt in water met een takje bonenkruid
1 prei, heel dun gesneden
1 grote tomaat
mozzarellakaas

Maak een deeg van 100 gram tarwemeel en 100 gram roggemeel, 100 gram plantaardige margarine, een lepel zonnebloemolie en zout. Laat het deeg een halfuurtje rusten en druk het uit in een springvorm die je vooraf met olie of margarine hebt ingesmeerd.
Bak de bodem 10 minuten voor op 150°C.
Vul dan de voorgebakken bodem met de voorgekookte dopbonen, een heel fijn gesneden prei, een in stukken gesneden tomaat en strooi er wat mozzarellakaas bovenop. Sluit alles af met aluminiumfolie en bak 20 minuten op 180°C, haal de folie eraf en laat nog 10 minuten verder bakken.

Boerentenentaart is een stevig en misschien wat boers gerecht, maar zeer voedzaam en een flinke maaltijd op zich.

Stadstuinieren 2015-05 – Tekst en Fotografie: Peter Bauwens