Rammenas Kweken

Rammenas (Raphanus sativus) is familie van de radijs, wat niet zal verbazen als je de groente hebt geproefd. Over z’n achtergrond is niet bijzonder veel bekend, er zijn in ieder geval een stuk minder archeologische bewijzen van gevonden dan van knoflook of aubergine!

“Een witte wortel met een ietwat scherpe smaak die in de winter wordt geoogst”

Wat men wel weet is dat er wilde varianten voorkomen in sommige delen van Europa en het westen van Azië. En in de “Capitulare de Villis”, een tekst uit ongeveer 771 na Christus, spreekt men over het kweken van radijs. Deze tekst was een soort handleiding voor koninklijke landgoederen in de tijd van Karel de Grote. Verder heeft Albertus Magnus (een in het huidige Duitsland geboren theoloog) in de 13e eeuw geschreven over het kweken van “radix” en het gewas omschreven als “een grote, lange, witte wortel met een ietwat scherpe smaak die in de winter wordt geoogst”. Het is dus mogelijk dat de rammenas, die goed past in deze omschrijving, de voorvader van onze kleine rode radijs is!

Rammenas kweken

Er bestaan zomerrammenassen en winterrammenassen en beide zijn vrij makkelijk te kweken (om de een of andere reden heb ik met rammenas meer geluk dan met radijs). Ze hebben allebei wit vruchtvlees, maar waar de schil van zomerrammenas wit, roze, rood of bruin is, heeft de winterrammenas een zwarte buitenkant.
Welke variant je ook kiest: rammenas houdt van losse, vochtvasthoudende grond. In kleigrond hebben ze moeite om een mooie, rechte pen te vormen.
Zomerrammenas zaai je (buiten) vanaf begin maart en kun je al na ongeveer 6 weken oogsten.
Winterrammenas zaai je vanaf half juni en oogst je aan het begin van de herfst. Deze wordt dan ook groter dan zomerrammenas. Voor beide geldt: een zonnige standplaats en voldoende water zijn zeer welkom.

In ons land wordt er (nog) niet bijzonder veel met rammenas gekookt, maar in Duitsland is de groente erg populair (ze noemen hem daar “Rettich”).

Stadstuinieren 2015-06 – Tekst en fotografie: Stella Faber