Roodlof en groenlof

Roodlof en groenlof

Kweken in de volle grond

Roodlof en groenlof zijn verwant aan witlof. Maar er is een belangrijk verschil: witlof moet in het donker worden gebleekt en rood- en groenlof oogst je vanuit de volle grond. Tenminste – was het maar zo eenvoudig, want om het eens lekker ingewikkeld te maken bestaat er ook roodlof dat je als witlof kunt bleken: ‘Rosso di Treviso’.

De naam geeft al aan dat de groente uit Italië komt. De zaden kun je daar op markten en in gereedschapswinkels kopen en een zakje zaad is een leuk en makkelijk mee te nemen cadeautje. Een Parmezaanse kaas of een fles chianti stop je minder snel in je koffer. Tegenwoordig zijn Italiaanse zaden soms ook in Hollandse tuincentra te krijgen.

Variegata di Castelfranco, Rosso di Chioggia en Rosso di Verona

Alleen al op de namen van roodlof zou je verliefd worden: ‘Variegata di Castelfranco’, Rosso di Chioggia en Rosso di Verona – al je tuinvrienden zullen onder de indruk zijn als je die vlot van je tong kunt laten rollen. Er zijn verschillen: de roodlof uit Castelfranco heeft vrij grote, rood-met-groen gespikkelde kroppen; die uit Verona heeft een langwerpige, tamelijk losse krop en de variant uit Chioggia – een havenstadje niet ver van Venetië – heeft een compact, kogelrond kropje. Deze laatste variëteit wordt ook wel ‘Palla Rossa’ genoemd.

“In een zachte winter loopt de wortel weer opnieuw uit, waarna je nog een keer wat blad kunt oogsten’

Roodlof en groenlof zaaien

Op een zakje groentenzaden staan altijd de zaaitijden. Bij Italiaanse zaden leidt dat nogal eens tot teleurstellingen. In Italië hebben ze een ander klimaat en daar kun je roodlof, dat daar radicchio wordt genoemd, ook in het voor- en najaar zaaien. Bij ons is juli de aangewezen maand. Zaai je vroeger, dan schiet de plant in bloei en zaai je later dan bevriest hij in de winter, voordat de krop is volgroeid. Maak dus voor 1 juli een aantekening in je agenda: rood- en groenlof zaaien.

Roodlof houdt niet van verplanten. Zaai dus direct in de volle grond, of in een bloempot die wel diep moet zijn want roodlof maakt een penwortel. Zaai vooral dun, want als regel zal ieder zaadje kiemen. En je wilt de planten niet dichter bij elkaar dan 30 cm. Alle zaailingen zijn vlak na het ontkiemen groen, maar al na een dag of tien beginnen ze rood te kleuren. En naarmate de nachten in het najaar koeler worden, wordt de kleur intenser. ‘Palla Rossa’ kleurt diep bordeauxrood.

Roodlof is niet winterhard. Je kunt de kroppen wel tegen vorst beschermen met vliesdoek of noppenfolie, maar als ze eenmaal goed bevroren zijn zullen ze snel gaan rotten. Die rot begint bij het buitenste blad en als je dat weghaalt vind je binnenin vaak nog een gave krop. Trek roodlof nooit uit als je het oogst, maar snijd de krop boven de grond af. In een zachte winter loopt de wortel dan weer uit, waarna je nog een keer wat blad kunt oogsten. Want roodlof is een vaste plant.

De teelt van groenlof verloopt langs hetzelfde pad: zaai nooit voor de langste dag, in verband met doorschieten, en oogst in het najaar. Hier zijn de namen wat minder romantisch: ‘Vroege Zelfsluitende’, ‘Zuckerhut’ en ‘Virtus’ zijn de belangrijkste rassen. Groenlof maakt veel grotere kroppen dan roodlof en met een krop ‘Virtus’ van bijna een halve meter hoog kun je een heel gezin voeden. Reken op drie maanden, van zaaien tot oogsten.

Rood- en groenlof verdragen gemakkelijk vijf of meer graden vorst, dus als er nachtvorst wordt voorspeld hoef je niet onmiddellijk in paniek te raken. Over het algemeen blijven de kroppen tot Kerstmis wel goed. Je verwerkt rood- en groenlof in salades en vooral de bittere roodlof is heerlijk als je de kroppen kort stoomt en daarna gratineert met een korstje van Parmezaanse kaas in de oven.

 

Stadstuinieren 2017-02  Tekst: Romke van de Kaa