Calendula zalf en gezondheid

De goudsbloem dankt zijn populariteit aan zijn geneeskrachtige werking. Zelfs gewoon naar de vrolijk zonnige en oranje bloemen kijken, zou volgens de overlevering al voldoende zijn om je gemoed op te beuren en donkere gedachten te verdrijven.

 

Calendula huidzalf

Calendula zalf wordt vooral toegepast bij huidproblemen. Deze zalf werkt verzachtend, ontsmettend en helend bij snij- en schaafwonden, kloven, ontstekingen, brandwonden, schimmel en zonnebrand. Ook geïrriteerde babybilletjes hebben baat bij Calendula; de goudsbloem is dan ook regelmatig terug te vinden in verzorgingsproducten voor baby’s.

De meest gebruikte toepassing van calendula is in de vorm van huidzalf, ideaal voor oppervlakkige wonden. Deze zalf werkt desinfecterend, herstellend, verzacht de jeuk versnelt de genezing en is volkomen veilig. Je kunt zelf eenvoudig zo’n zalf maken, op basis van je eigen bloemen.

 

Verse blaadjes of gedroogd

Je kunt voor gebruik verse bloemblaadjes plukken, maar ze zijn ook snel te drogen op een warme geventileerde plaats. Droog ze goed na om ze voor de winter te bewaren. Vers of gedroogd kunnen de bladeren verwerkt worden in oliën en zalven.

 

Calendula zalf maken

Stap 1: Maceraat maken

Je begint met het maken van een maceraat. Je weekt daarvoor de bloemen in olie.
Je plukt een handvol bloemblaadjes en laat deze eerst even oppervlakkig drogen.
Neem een glazen potje dat je voor driekwart vult met bloemblaadjes en overgiet met amandelolie.
Sluit het potje af en laat het vier weken op een warme, zonnige plaats staan.
Dagelijks even schudden zorgt ervoor dat de blaadjes goed onder de olie blijven zitten en schimmelvorming voorkomen wordt. Na vier weken zeef je de olie en bewaar je deze in een afgesloten fles op een donkere plaats.

 

Stap 2: Zalf maken

Voor de bereiding van zalf vermeng je 1 deel bijenwas met 6 delen olie. Daarvoor moet je alles verwarmen tot de was gesmolten is.
Giet het warme mengsel in een steriel potje.
Laat het mengsel afkoelen en bewaar het in de koelkast.

 


Stadstuinieren 2020-02  Tekst en fotografie: Peter Bauwens