Fruitbomen midden in de stad

“van snoei komt groei en het midden moet open”

Fruitbomen midden in de stad: niet alleen voor de sociale cohesie

In de hoofdstad, op het voormalig Gemeente Waterleidingterrein (GWL), tussen Cultuurpark Westergasfabriek en De Staatsliedenbuurt ligt een ecologisch gebouwde autovrije wijk met zeshonderd woningen. Afgezien van privétuinen, dakterrassen, balkons en nutstuinen is er ook voor iedereen toegankelijk groen waarop fruitbomen staan.

Het zijn echte stadskinderen. Toch denken deze geboren en getogen Amsterdammertjes niet dat fruit in een fabriek wordt gemaakt. Want ze leven in een woonwijk waar ze in het voorjaar bloesem kunnen zien en in het najaar vruchten kunnen plukken. De gemeente Amsterdam heeft de fruitbomen zestien jaar geleden geplant. Ze worden onderhouden door een enthousiaste groep vrijwilligers, verenigd in de ‘hoogstamfruitbomenwerkgroep’. Voorzitter van de club met de lange naam is Michel Floris, bewoner van het eerste uur. Floris vertelt dat er bij de stadsdeelraad lang is getwijfeld of fruitbomen in een stad wel beheersbaar zouden zijn. Men vreesde voor vandalisme. Sierappels leken haalbaarder. De teleurstelling van de pioniers die verwachtten dat fruitbomen een grote meerwaarde voor het terrein zouden hebben was zo groot dat de bestuurders overstag gingen. Floris: “Om de beheerskosten op een aanvaardbaar niveau te houden is het van meet af aan een vereiste van de gemeente geweest dat bewoners bij het beheer werden betrokken.” Na zestien jaar kan wel worden gezegd dat het project is geslaagd. Ook fi nancieel. Van de 454 euro die de gemeente jaarlijks bijdraagt voor onderhoud, gereedschap, cursussen en ‘inboet’ (het vervangen van weggevallen bomen) blijft zelfs budget over, waardoor er armslag is om binnenkort wat extra bomen aan te schaffen.

Gelukkige Plukkers

Er is veel belangstelling vanuit binnenen buitenland voor deze wijk, in ecologisch en architectonisch opzicht. Maar ook qua sociale cohesie heeft het GWL een voorbeeldfunctie. In de statistieken van de Gemeente Amsterdam staat deze oase elk jaar weer bovenaan de lijst als H een van de wijken in de stad waar de bewonerstevredenheid en de geluks-beleving van de bewoners het hoogst zijn. De fruitbomen dragen daar ongetwijfeld aan bij. De snoeigroep, bestaande uit een twintigtal buurtbewoners, gaat jaarlijks in april de zeventig bomen langs. In juni volgt waar nodig een tweede snoei. Een deskundige van POMologische vereniging Noord-Holland begeleidt de groep. Floris: “We doen eerst altijd samen met Gerrit een paar ‘voorbeeld bomen’, daarna gaan we in groepjes zelf snoeien. Gerrit zorgt voor het benodigde opbouwende commentaar. Enkele gevleugelde opmerkingen: ‘het is je moeder niet’, ‘van snoei komt groei’, ‘het midden moet open’ en natuurlijk het geruststellende ‘jullie doen het best goed’. Mede dankzij het snoeien door de vrijwilligers en de begeleiding van Gerrit staan onze bomen er mooi bij.”

Appeltaart met stoofperen

Vlak voordat de vruchten van de bomen vallen komen de kinderen in actie tijdens de pluk-dag. Als aapjes klimmen ze op ladders, die stevig worden vastgehouden door de volwassenen. Vervolgens verdwijnen ze naar binnen om het fruit te schillen en deeg te kneden. Enkele uren later komen ze met dampende eigen baksels naar buiten om er samen met de buren van te smullen. En passant steken de jonge plukkers nog even op dat appelboom een ‘Malus pumila’ in het Latijn is, en perenboom’ Pyrus communis’. Joris Müller (10) verheugt zich nu al op de pluk van komend najaar en hoopt dat het niet verpest wordt door vandalen. “Soms kijk ik uit mijn raam en zie kinderen aan een boom schudden. Die gooien de appels gewoon op de grond en eten ze niet. Ik vind dat heel asociaal.” Het unieke aan deze boomgaard is dat de vrijwilligers hun eigen keukens binnen handbereik hebben. En ieder heeft natuurlijk zijn eigen lekkerste appeltaartrecept. Joris: “Buurvrouw Ineke doet er altijd stoofpeertjes doorheen.” Het onderscheid in smaak zit hem ook in de grote verscheidenheid van soorten. Er is bij de aanplant zo veel mogelijk gekozen voor ziekteresistente oude rassen. Zo zijn er soorten die wat vroeger, en anderen die wat later rijpen. Ook is gekozen voor soorten die elkaar kunnen bestuiven.

Samen genieten

Het feit dat de fruitbomen op het GWL-terrein aan de openbare weg liggen, en in de nabijheid van veel uitgaansgelegenheden, heeft tot gevolg dat er nog wel eens takken worden afgebroken door lieden die ‘leuk’ willen doen. Floris: “Vooral als de eerste appels verschijnen is het blijkbaar nogal verleidelijk in de bomen te klimmen. Omdat het fruit nog niet rijp is, wordt het weggegooid of gebruikt om mee te gooien. Het is echt jammer als er daardoor een tak afbreekt, want die groeit niet meer aan.” Wel merkt hij dat er bij de kinderen in de buurt meer begrip is gekomen dankzij het uitdelen van de appeltaarten. “Door deze positieve insteek kunnen we samen blijven genieten van onze mooie fruitbomen.”

Vruchten uit Rotterdam

Amsterdam heeft inmiddels meerdere projecten waar eetbare fruitbomen- en heesters zijn geplaatst. Vorig jaar werden bijvoorbeeld peren, appels, hazelnoten en blauwe bessen geplant rond de sportvelden Middenmeer in het kader van Fruit4Sport. Bij elkaar zijn daar 216 fruitbomen en 510 heesters neergezet. Gebruikers van het sportpark kunnen oogsten en het kan worden aangeboden in de sportkantines.

Ondanks de positieve ervaringen met fruitbomen in Amsterdam lijkt er nog weinig navolging bij andere grote steden. In Rotterdam zijn fruitbomen volgens een woordvoerder van gemeentewerken nog met een zaklantaarntje te zoeken. Een heel klein lichtpuntje is er wel: Onder de 350 bomen die de gemeente Rotterdam dit jaar tijdens nationale boomplant-dag (20 maart) aanplantte zijn er twee Malus pumila. Dit zijn beiden Elstars. Ze staan in een plantsoen in de wijk Saarloos. Aan verzorging door buurtbewoners is niet gedacht. “De appels zullen dus wel door buurtkinderen of passanten worden geplukt, of eraf vallen en blijven liggen in het gras.” We zouden Rotterdam tekort doen als we hier niet ‘de Pluktuin’ aan de Essenburgsingel zouden noemen. Met behulp van vrijwilligers en sponsoren is op een plek waar twee jaar geleden alleen nog maar kaal asfalt was een boomgaard met honderd fruitbomen aangelegd. Deze is echter alleen op zaterdag vrij toegankelijk. Wie meehelpt klussen mag gratis vruchten plukken.

Oude pruimen, en nieuwe

Van Douwe Dokter, die in de Beemster een fruitbomenkwekerij heeft vernemen we dat de gemeentes Leeuwarden en Dordrecht onlangs al volwassen exemplaren bij hen hebben aangeschaft. Ook merkt Dokter dat in privétuinen en op dakterrassen de populariteit van fruitbomen toeneemt. “Afgezien van het feit dat je er vruchten van kunt plukken is de sierwaarde ook groot.” Verscheidene bedrijven bieden al tot wasdom gekomen bomen aan. Soms hangt daar een leuk prijskaartje aan. Wat te denken van een vijftigjarige Prunus domestica ‘Reine Victoria’ van tweeënhalve meter hoog en een stamomtrek van 50 centimeter? Daarvoor kan, afgezien van plaatsing en vervoer bij ‘De Oude Boomgaard’ 1250 euro worden neergeteld.

Guerilla Grafters

Een goedkopere manier om vruchtenbomen te ‘maken’ is door bestaande bomen te enten. Dit naar voorbeeld van de Guerilla Grafters in San Francisco, die takken van wel eetbare fruitbomen hebben geënt op niet-eetbare siervruchtbomen. In San Fransisco staan veel peren-, pruimen-, en appelbomen langs de openbare weg. Deze zijn steriel omdat men vreesde dat er ongedierte op af zou komen. Sommige van de vorig jaar door deze dappere Amerikaanse stadstuinders geënte bomen dragen dit jaar al vruchten.

Enten is sowieso de beste manier om goed eetbare fruitbomen te verkrijgen. Als je de pitten van pruim in de grond stopt kan je wel een pruimelaar krijgen, (geslachtelijke of generatieve vermenigvuldiging), maar die zal vruchten geven die niet zo mooi en lekker zijn als de oorspronkelijke pruim. Door een takje van een boom met goede vruchten te enten op een andere heb je opeens twee goede bomen. Wat je nodig hebt om te enten? Een goed gegroeide één-jarige tak, een onderstam die precies even dik is, een scherp mes, entwas en een plastic band. Door ze schuin af te snijden wordt het contactoppervlak vergroot. En door ent en onderstam ook nog een tegensnede te geven grijpen ze niet alleen goed in elkaar, maar is er ook meer plek waar de groeilagen elkaar zouden kunnen raken. Als dan alles goed op elkaar past, moet de wond worden afgebonden. De natuur doet verder zijn werk. Misschien een idee voor Nederlandse stedelingen zonder-, of met een te kleine tuin voor fruitbomen om eens in de straat te kijken wat de gemeente heeft neergezet. Wellicht zit er een entbare siervruchtenboom bij. Tussen ent en onderstam moet wel een zekere verwantschap bestaan, anders lukt de enting niet. Bepaalde onderstammen zijn weliswaar geschikt om zowel appels als peren op te enten. Appels samen met kersen op één stam lukt echter niet. De een is immers prunus, de ander malus. Een heel andere soort dus.

Stadstuinieren 2013-01 – Tekst: Edith Andriesse