Alles gaat prima!

Op moestuinfora, websites en in tuinbladen, gaat altijd alles goed in de moestuin. Mensen proberen nieuwe dingen uit en promoten dit, al voordat ze er zelf van geoogst hebben. In de meeste moestuinen gaat er echter veel goed én er gaat ook van alles anders dan je gehoopt had. Plaatjes van afgevreten zaailingen, gestripte kool en verdroogde zaailingen ogen niet zo hoopvol. Te dicht gezaaide radijs en per ongeluk zelf uitgetrokken zaaigoed verdwijnt snel in compostbak. Niets aan de hand, alles gaat prima! Leuk hè buur, zo’n moestuin…

”Wanneer er niet van voorgeproefd is, niet geknaagd, geboord of gevreten, dan zou ik het zelf ook niet proberen”

De groenten die we verbouwen zijn erg lekker, voor ons én voor al het andere leven in je tuin. En die ‘anderen’ die ruiken de prille oogst al op afstand! Onze groenten zijn vaak heel wat minder vezelig en bitter dan wilde gewassen én de jonge zaailingen staan dicht bij elkaar, duidelijk op rij. Lekker & makkelijk dus, ook voor de (naakt-)slak in je warme zaaibedje, dat je zo netjes vochtig houdt. Heel overzichtelijk ook, voor duif en kraai, die de net opkomende peultjes netjes om de 3 centimeter oppikken. En als jouw tere plantjes déze belagers overleven, dan leggen die mooie vlinders hun eitjes op je kool, of gaat je eigen huisdier op het zaaibed liggen en verdroogt je zaaigoed omdat je in die hitte in de file stond. Ben ik nog iets vergeten? O ja: muizen zijn dol op je bietjes en wortels en larven van ui- en wortelvlieg kunnen een heuse ravage aanrichten.

Een ‘oude’ biologische collega van me zei het na 25 jaar ervaring zo: “Wanneer er niet van voorgeproefd is, niet geknaagd, geboord of gevreten, dan zou ik het zelf ook niet proberen.”

Dus dekken we onze kweekbedjes af met gaas, netten of glas, om belagers buiten en warmte binnen te houden. Hè, hè, nu moet het goed gaan. Blijken slakken het prima te doen daaronder, omdat natuurlijke belagers er nu niet meer bij kunnen. Lijsters, egels, kikkers, padden en hazelwormen eten graag slakken. Mezen eten wel 200 rupsen per dag, als ze een nest te voeden hebben, maar komen nu niet meer onder je insectengaas. Merels piepen er dan net wél weer onderdoor, juist wanneer de aardbeien rood worden..

Helden van de moestuin

Niet alle dieren zijn trouwens lastig. Mezen en lieveheersbeestjes zijn ware helden in je moestuin. Mezen eten graag alle jonge rupsen van je kooltjes en de larven van lieveheersbeestjes vreten zich helemaal vol met bladluizen.

Wu wei in de tuin (of: Zen en de kunst van het moestuinieren)

“Maar is er dan echt geen oplossing voor alles wat misgaat?” Nou, om eerlijk te zijn: nee. Realistische verwachtingen voorkomen een heleboel stress en verder zijn geduld en ervaring belangrijke gereedschappen van een moestuinier.

Een mooie houding uit het Taoïsme is die van Wu Wei: ‘Als je niets verstoort, blijft alles in orde’. Het gaat over actie zonder inspanning, mee gaan met de stroom en werken zonder verzet en zonder te forceren. Het gaat om vredig zijn, leven, genieten en gelukkig zijn. Deelnemen aan wat er is, de natuur, op je gemak zijn en (toch) zorgvuldig te werk gaan. Dat lijkt misschien ‘zweverig’, maar het past prima bij de droom van moestuinieren, vóórdat je werkelijk aan de slag gaat. Daarná moet er plots van alles ‘zoals het hoort’, zoals het op het pakje staat, strak, recht en op tijd én zoals je het graag aan je vrienden zou vertellen. Het beeld van een fris biertje na gedane arbeid (b)lijkt onhaalbaar als de tuin er zo uit moet zien als in ‘de bladen’. Hier mogen wel plaatjes en praatjes over wat goed genoeg, helemaal mis of juist onverwacht prima ging.

De natuur kiest altijd de makkelijkste weg

Je planten doen het voortdurend heel relaxed voor. Ze groeien als en zoals het kan. Als een plant niet verder kan groeien, omdat er een tak of een steen in de weg zit, dan gaat hij niet piekeren, verliest niet z’n motivatie door de teleurstelling en wacht geen dagen tot hem een alternatief plan invalt. Het plantje kiest de makkelijkste weg, de weg van de minste weerstand. Geen plan, trots of eerlijkheid zit hem in de weg. Er wordt geen tijd verloren of energie verspilt, want de plant neemt de meest vloeiende en efficiënte weg. En als een plant niet kan groeien, door licht-, water- of ruimtegebrek, of doordat iets hem opeet of er op gaat staan, dan gaat de plant dood, makkelijk zat.

Kiezen voor de makkelijke weg betekent voor de tuinier dan wellicht minder streng zijn en ‘het werk’ met wat humor en misschien zelfs speelsheid tegemoet treden. Dan kunnen die (vieze) naaktslakken zo in de compostbak, zijn de afgevreten zaailingen ‘gewoon’ mislukt en is er weer ruimte voor nieuwe plan(ne)tjes. Makkelijk zat.

Stadstuinieren 2015-05 – Tekst: Taco IJzerman