De stadsmoestuin volgens Wim Lybaert

“Alles is makkelijk. Je moet gewoon kijken naar wat elk gewas vraagt”

Vanuit zijn tuin in Brugge verovert moestuin-goeroe Wim Lybaert de wereld. Hij presenteerde een televisieserie en bracht een inspirerend boek uit.

wim lybaert 209Wie is Wim Lybaert?
Wim Lybaert (Brugge 1968), werd als twaalfjarige door zijn vader besmet met ‘ie op het Vlaamse televisiestation ‘Vier’, als presentator van het programma ‘De moestuin volgens Wim’. Er waren twintig afleveringen, en de serie krijgt een vervolg.
Bekendheid kreeg Lybaert pas het afgelopen jaar, toch werkt hij al twintig jaar bij televisie, maar dan achter de camera. Hij maakte onder andere Man Bijt Hond. Naast het televisiewerk publiceerde Lybaert afgelopen jaar het boek ‘Mijn Moestuin’, dat hij samen met tuinjournaliste Laurence Machiels schreef. Wim woont samen met Katrien en hun drie kinderen, Theo (9), Rik (6) en Anna (3).

De natuur past zich aan

“Het klinkt misschien raar, maar in de stad doen gewassen het soms beter dan op het platteland. Het is verbazingwekkend hoe planten zich kunnen aanpassen. De natuur is zo sterk dat je niet bang hoeft te zijn voor de grote hitte in de stad. Vuile grond? Dan is het toch heel tof om in bakken of potten te kweken! Doe er mooie propere aarde in, en het probleem van vuile grond is verdwenen. Praktisch alles kan. Ik heb mais op het dak gekweekt. Bloemkolen, tomaten. Allemaal in potten. Alles is makkelijk. Je moet gewoon kijken naar wat elk gewas vraagt. Sla heeft maar tien centimeter aarde nodig, dus dat is heel makkelijk in een bak. Maar het is me zelfs ook gelukt om pompoenen en courgettes in potten te kweken. Die zijn heel gulzig, dus je moet echt een grote bak hebben. Met veel grond. En je moet wat mesten. Ik gebruik zelf biologische vloeibare mest. Vloeibaar gaat direct naar de wortels. Vind ik beter dan korrels.

3 -verschillende rode bieten (1)Sommige groentjes zijn natuurlijk wel lastiger dan anderen. Omdat ze meer onderhoud vragen, en meer meststoffen. Maar echt hoor. Het is niet ingewikkeld. Van oorsprong mediterrane groenten, zoals tomaten, willen in steden zelfs nog beter groeien. Omdat de warmte in de stad meer blijft hangen. Ik heb gezien dat in Brussel, waar onze redactie zit, de tomaten het beter doen dan in Brugge. Omdat het drie, vier graden warmer is. Vooral ’s nachts koelt het in steden minder af dan op het platteland. Over het land kan soms een flinke noordenwind waaien. In de stad wordt die gebroken. Je ziet ook vijgenbomen in de stad. Prachtig toch.”

“Een tuin bij felle zon en vakanties”

“Felle zon kan soms wel een probleem zijn. Zeker op een dak of balkon op het zuiden. Wat bij mij nog wel eens mislukt zijn bladgroenten. Sla en dergelijke schieten door als het in de zomer wekenlang vijfentwintig graden of meer is. Dan zijn ze niet meer lekker om te eten. Daar kan je eigenlijk niets aan doen. De enige oplossing is: ze niet kweken in de zon. Kweek sla in het voorjaar en het najaar. In de zomer kweek je vooral planten die veel warmte nodig hebben, zoals aubergines en pepers. Die pepers lukten in mijn tuin in Brugge trouwens niet, en in Brussel wel.

Het handige van in potten kweken is dat je er schaaltjes onder kunt zetten. Geef dan water via de schaaltjes. Niet via de plant. Als het echt warm weer wordt, moet je planten in potten echt wel dagelijks water geven. Ik gebruik zelf geen technische gadgets. Wij hadden een keer iets gekocht dat werkte volgens het principe van communicerende vaten. Na drie dagen was het kapot. Eerlijk gezegd hadden we het niet goed geïnstalleerd. Er bestaan heel hightech spullen. Minicomputers die je tussen je kraan moet zetten, met druppelsystemen. Misschien kan zoiets voor sommigen heel handig zijn, maar het is niets voor mij. Ik raad aan om, als je op vakantie gaat, gewoon je buren lief aan te kijken en ze te vragen je tuin water te geven. Anders zijn al je groentes bij thuiskomst echt wel kapot.”

3 -rode biet“Opkweken of plantjes poten”

“Zelf kweek ik alles vanaf zaad op. Maar als je in een stad woont en nog niet heel veel ervaring hebt zou ik echt plantjes kopen van een paar weken oud. Tomatenplantjes die al twintig centimeter hoog zijn. Dan heb je de moeilijkste periode al overbrugd en je kan sneller oogsten. Dan kan het eigenlijk niet mislukken, en het geeft enorme voldoening.
Als je je planten maar verzorgt. Huisdieren moet je ook verzorgen. En je kinderen natuurlijk. Mijn eigen kinderen verzorg ik vanzelfsprekend. Maar helaas lusten ze nog niet graag groenten. Dat is een groot drama op het moment. Ik probeer wel groenten te camoufleren. Maak stoemp/stamppot van broccoli of spruitjes. Dan gaat er nog wel wat in. Mijn kinderen helpen ook nog vrijwel niet in de tuin. Oogsten vinden ze wel al een beetje leuk. Zeker Anna, die wandelt dan met een vergiet rond en plukt kerstomaatjes. Water geven vindt ze ook tof. Ik wil graag jonge mensen inspireren en zeker mijn eigen kinderen. Maar als ze niet willen, forceer ik niets.
Mijn vrouw heeft wel altijd veel in de tuin gedaan, zeker voordat we kinderen hadden.. Zij doet dan vooral het werk waar ik zelf een hekel aan heb. Wortelen zijn bijvoorbeeld zeer trage groeiers in het begin. Het onkruid groeit sneller dan de wortels. Je moet dus geduld hebben en heel precies wieden. Ik heb dat geduld niet, en Katrien wel. Bij het koken gaat het zoals bij veel gezinnen. Zij kookt dagelijks en ik doe meer het ‘show-cooking’.”

“Je deelt de oogst, je helpt elkaar. Dat is mooi”

“Het moes-tuinieren, is echt fenomenaal in ontwikkeling, en zeker ook in steden. Je merkt dat een mainstreamdeel van de bevolking zich er mee bezighoudt. Dat is geweldig. Ik heb er diep over nagedacht wat de reden is. Ik denk dat het met de bankcrisis van 2007 te maken heeft. Mensen zijn hun hoop verloren in geldzaken. Dat knaagt onderhuids. Men is het vertrouwen in de maatschappij kwijt. Dan moet je het zelf doen. Kippen houden voor je eigen eitjes. Zelf kleren maken. Zelf je eten verbouwen. Zoals onze grootouders dat deden. Zelfvoorzienend worden. Dat past in het plaatje van deze tijd. Toch doen de moestuinders in Nederland en Vlaanderen het over het algemeen gelukkig niet uit noodzaak. We komen hier niet om van de honger. Maar ik ben twee jaar geleden, ook voor een t.v.-programma, van Brussel naar Santiago de Compostela gewandeld. Op het platteland ben ik heel wat mensen tegengekomen die uit noodzaak moestuinen hebben. Wij zijn moestuinders omdat we ons onzeker voelen over de toekomst en voor ons plezier. En ik zie een groot belang in het samenbrengen van mensen. Zeker in grote steden kan tuinieren dat effect hebben. Je deelt de oogst. Je helpt elkaar. Dat is mooi.”

 

Stadstuinieren 2014-01 – Tekst: Edith Andriesse