Moestuinmoeder: De knalgroene rups

Na zo’n vijf jaar moestuinieren, groenten oogsten en op tafel zetten, was het dan toch afgelopen winter raak: zoonlief vond een knalgroene rups in zijn sla. In de winter zaai ik wel eens rucola in de koude kas en dat gaat wonderwel goed. Ik schud zomaar wat zaadjes op een lege plek, zet een gieter met regenwater in de kas en geef een of twee keer per week wat water. Zo konden we iedere paar dagen wat rucola oogsten in de wintertijd.

‘Afgelopen winter was het raak: zoonlief vond een knalgroene rups in zijn sla’

Ik had de mooie heldergroene blaadjes van de rucola goed gewassen en droog geslingerd. Met wat tomaatjes uit de winkel hadden we een gezond bijgerecht. Vers vlees, zei ik nog grappen-makend tegen mijn puber. Met grote ogen zat hij te kijken naar de wild rondkruipende knalgroene rups, die exact dezelfde kleur had als de rucola op zijn bord. Vandaar dat ik ‘m op een van de kortste dagen van het jaar in het schemerlicht niet opgemerkt had.

Als je een moestuin hebt, moet je tegen beestjes kunnen. Dikke slakken kruipen in mijn tuin van de klimop stiekem naar de kolen. Als ik ze tegenkom, zwiep ik ze met een ferme zwaai richting de sloot. Ga daar maar een paar baantjes dobberen. En in de eerste jaren dat ik mijn volkstuin huurde, was het vergeven van de zwarte mieren. Vooral op een heerlijke zomerdag deden de mieren een wedstrijdje om zo snel mogelijk mijn blote benen op te rennen. En als ik een lange broek aan had, kwamen ze op een wonderbaarlijke manier toch mijn laarzen in. Geen lekker volkje dus, al zijn ze blijkbaar geweldige opruimers in de tuin. Je zou ze moeten vertroetelen, maar ik kan ze wel missen als kiespijn.

Zwarte luizen en witte vlieg

Het ergste ongedierte in mijn tuin bestaat echter uit de luizen en witte vlieg. Iedere moestuinder heeft er last van: op een dag kom je in je tuin en zitten toch al die prachtige tuinbonen vol met zwarte luis. In het begin hoop ik nog dat de allerliefste lieveheersbeestjes voor mij de strijd gaan winnen, maar als ik zie dat ze het gaan verliezen, grijp ik toch in. Door met een mengsel van zeep, spiritus en water te spuiten krijg ik het meeste wel weg, maar je moet er wel op tijd bij zijn.
O ja, en dan had ik nog die witte vlieg. De schrik van elke tuinder. Afgelopen zomer zaten mijn romanesco-planten er vol mee, zo ook de boerenkool. Zelfs de paarse boerenkool, waarvan wel eens gezegd wordt dat de witte vlieg aan deze voorbij gaat, was bevolkt door de plakkerige beestjes. Ik wist ze goed weg te krijgen met een extract van klimopbladeren. Gratis en voor niets. Al mopperde mijn gezin wel op mijn stinkende laarzen toen ik thuis kwam.

Beestjes in de moestuin zorgen voor een grote uitdaging. Ieder jaar weer. Gelukkig krijg ik ook af en toe bezoek van een aanhankelijke buurkat. Die krijgt van mij bakjes water en regelmatig een knuffel. Het leed van de rupsen, slakken, luizen en witte vlieg verdwijnt dan als sneeuw voor de zon!

Stadstuinieren 2018-01  Tekst en fotografie: Susan Lambeck