Moestuinmoeder: Doping

Twee paar schuldbewuste ogen kijken mij aan op een vroege vrijdagochtend in de volkstuin. Net op het moment dat ik met twee lege gieters naar de waterkraan kuier, loop ik twee buren tegen het lijf. Geen volkstuinburen, maar laanburen: een overbuurvrouw en een buurman die verderop bij mij in de straat woont.

“Stadstuinieren hoeft hier niet meer te worden uitgevonden”

Achter hun ruggen proberen ze twee grote pompoenplanten te verbergen. Grinnikend willen ze mij op het smalle pad passeren, ware het niet dat ik snel twee gieters voor hun voeten zet. Mijn buren dachten ongezien twee volwassen pompoenplanten over te brengen naar hun stadstuin.

De groene laan waar ik woon, is een begrip in de wijk. Als ik uit mijn raam kijk, zie ik eeuwenoude bomen, aangevuld met hier en daar een modieuze Catalpa. Groener kan het bijna niet. Stadstuinieren hoeft hier niet meer te worden uitgevonden. Ondanks dat we in de stad wonen, kakelen er bij verschillende huisnummers kippen en kweken mensen tomaatjes en courgettes in hun achtertuin. Een enkeling heeft hieraan niet genoeg en huurt een volkstuin. Daarnaast zijn er altijd groepjes mensen die iets leuks organiseren, dus ook met die sociale verbondenheid zit het wel snor. Er is een Laandiner, een Laanfeest en een Laanpicknick. Buren passen spontaan op elkaars kinderen of lenen een auto of fiets. Foodsharing heeft hier geen website nodig. Er gaan gewoon een paar trossen druiven over de schutting. Delen en helpen zoals het natuurlijk van oudsher bedoeld is.

Er werden dus pompoenen gekweekt in de laan. Veel te laat in het seizoen ontvingen we deur aan deur de zaadjes. Mooi envelopje, strikje en uitleg erbij. Wie kweekt de grootste pompoen? Het is nooit een wedstrijd om de lekkerste pompoen of mooiste kleur. Pompoenen horen groot te zijn. Als een speer zaaide ik de pompoenen in mijn kas en een week of wat later plantte ik de frisgroene plantjes in mijn volkstuin. Als moestuinmoeder moet het toch lukken om een fraai en vooral groot exemplaar te kweken? Ik nam de proef op de som en zette er een op de composthoop. Pompoenen houden van warmte en compost. De andere plant kreeg een plekje in de moestuin van mijn zoon. Eens kijken wie de winnaar wordt! Blijkbaar zit het in de natuur van de mens om altijd de beste te willen zijn. De tuinbonen van de buurman worden altijd als eerste geoogst, de tomaten van de buurvrouw zijn altijd roder. Het gras is altijd groener.

Begin september had ik een paar grote pompoenen. Ik liet per plant één pompoentje zitten. Door alle uitlopers steevast af te knippen, ging alle groeikracht naar de vrucht. En ik deed er nog een schepje (of scheutje) bovenop: de pompoen kreeg af en toe wat doping. Door een aftreksel te maken van brandnetel, komkommerkruid en ander ongewis hoopte ik mijn pompoenen een groeispurt te geven. De strijd was losgebarsten! Wie er ook wint, een ding is zeker: deze herfst eet iedereen in de laan pompoensoep.

Stadstuinieren 2014-05 Tekst en fotografie: Susan Lambeck