Moestuinmoeder: Moestuineconomie

Op een koude wintermiddag stond ik in de keuken een paar feestelijke gerechten klaar te maken. Ik spoelde een paar middelgrote, rode bieten onder de kraan af tot de schil losliet. In kleine blokjes gingen ze door een maaltijdsalade met linzen, appel, dille en geitenkaas. Hier en daar sneed ik een ruwe plek weg. Daar had vast een woelmuis aan geknabbeld.

“Wil je sappige tomaten kweken in alle kleuren die er zijn, dan ontkom je niet aan een tuinkas”

Als je je bieten in de wintertuin laat staan, loop je de kans dat ze niet ongeschonden uit de strijd komen. Maar niets was minder waar. Deze bieten kwamen namelijk niet uit mijn moestuin, daar waren ze al lang op. Bieten zijn hier namelijk de favoriete groente in het gezin. Helaas, voor deze bieten had ik de hoofdprijs moeten betalen. In de supermarkt had ik voor vier bieten zo’n tweeënhalve euro neergeteld.

Levert die moestuin ook wat op?

“Levert zo’n moestuin nu nog wat op?” zo hoor ik vaak. “En wat kost zo’n moestuin nu eigenlijk? Haal je dat geld er wel uit?” En helemaal mooi is de opmerking: “Die groente van jou is eigenlijk heel duur, kijk maar eens hoeveel uur je in die tuin aan het werk bent.” Ik betaal per jaar zo’n 85 euro voor een perceel van tweehonderd vierkante meter. De sportschool is een stuk duurder. Dus als tuinieren je hobby is, schroom niet en meld je bij het hek van de plaatselijke volkstuindersvereniging. Heb je de pech dat je een complex treft met dure grond, huisjes en kassen, dan kan het volgens mij in de papieren lopen. Ik schrik er namelijk nogal van als ik hoor dat mensen honderden euro’s per jaar moeten aftikken voor hun volkstuincomplex. Oké, stiekem ben ik dan wel een beetje jaloers dat je daar ook een huisje hebt en mag barbecueën…

Winst of moestuinplezier?

Natuurlijk weten jij en ik dat je er alleen met de huur van je tuin niet bent. Ik kocht in het eerste jaar voor zevenhonderd euro aan materialen: hout voor een compostbak, gereedschap, gieters, bamboestokken en netten tegen de vraatzuchtige vogels. Want met alleen een stuk grond, een schepje en wat zaad kom je natuurlijk een heel eind, maar heb je niet de variatie die het op je bord tot een feestje maakt. Als je een volkstuin hebt, loont het de moeite dus om die ook echt goed vol te zetten, het liefst met groenten die in de winkel flink wat kosten! Ik maak aan het begin van het seizoen een zaaiplan en kom in de loop van het jaar vaak nog wat ruimte tekort doordat ik toch nog een paar leuke zaden verzamel. Wil je sappige tomaten kweken in alle kleuren die er zijn, dan ontkom je op een gegeven moment niet aan een tuinkas. Gelukkig kon ik een tweedehandsje op de kop tikken, maar ook dan geldt weer: kassa! Voor tweehonderd euro had ik een kas. Weegt dit nu op tegen de oogst en het tuinplezier dat je ervoor terugkrijgt? Voor mij wel. Alleen nu nog dit jaar genoeg bieten zaaien.

Stadstuinieren 2016-02 Tekst en fotografie: Susan Lambeck