Moestuinmoeder: Moestuintjes

“In een beschimmeld moestuinpotje staan zo’n acht andijvieplantjes op elkaar gepropt”

“Kijk, hier heb ik de tomatenplanten al staan. En de selderij van vorig jaar is gewoon weer gaan groeien.” Ik sta op het dakterras van mijn neefje Loek. In zijn vierkante-meter-tuin heeft hij begin mei volop plantjes staan. De aardbeienplantjes hebben al bloemen, de andijvie groeit goed. Allemaal gezaaid uit tientallen moestuinpotjes van de supermarkt. Ik zie al snel dat hij echt groene vingers heeft: nergens een bruin blaadje of een slap plantje te bekennen. Potverdorie, zo goed staat het er bij mij niet bij.

Vorig jaar begon de moestuintjes-hype en ook dit jaar wordt er weer heel wat gezaaid en gezorgd. Vol trots plaatsen nieuwe moestuinders babyfoto’s van hun eerste zaailingen op twitter. Moest je bij de vorige editie nog zelf uitvogelen hoe je voor je kleine plantjes moet zorgen, dit jaar kun je terecht op de vele blogs, websites en hulplijnen die je uit de brand helpen. Er is zelfs een heus Moestuintje Journaal te vinden, waar je leert hoe je je plantjes verpot. Compleet met een handzame factsheet. Moestuintjes zijn big business geworden.

Zelf had ik slechts zes moestuintjes in mijn bezit gekregen. Omdat mijn kinderen het hele moestuingebeuren tegenwoordig links laten liggen, lagen ze wekenlang op de vensterbank – niet die kinderen hoor, maar die doosjes met turfpotjes… Uiteindelijk kon ik mezelf natuurlijk geen moestuinmoeder noemen zonder mijn kleine moestuintjes tot leven te wekken. Daar ging ik dan: water op de aarde, zaaimatje erin en het boeltje ondergestopt. Wat een gefriemel! Ik ben meer van het grote werk, een halve zak bietenzaad in de volkstuin en lekker gieten, dat is meer mijn ding. Van één sperzieboonplantje kan ik geen vier monden voeden. Maar je snapt wel, ik kon niet achterblijven bij Loek.

“Proef hier maar van de rucola.” Mijn neefje en ik staan inmiddels bij de kraamkamer beneden. Op een lage tafel voor de openslaande tuindeuren pronken nog eens potten vol kruiden en groenten. De courgetteplant is bijna zijn bakje uitgegroeid. “En in de keuken staan nog een paar plantjes onder het kasje. Die doen het nog niet zo goed en hebben wat meer zorg nodig.” Vol ongeloof kijk ik rond. Bij mij zijn slechts drie van de zes bakjes uitgegroeid tot een paar groene sprietjes. Uitgerekend de plantjes die ik al in groot formaat in de moestuin heb staan. Lange slungelige peterselie en kleine basilicum, veel verder kom ik nog niet. In een beschimmeld moestuinpotje staan zo’n acht andijvieplantjes op elkaar gepropt. Hoe ga ik die heelhuids overzetten in de grotere potjes, met die dikke vingers van mij? En die watermeloen, waar ik zo naar uitkijk? Ik heb al een plekje in mijn kas gereserveerd, maar er verschijnt nog steeds niets!

Tja, ze zeggen wel eens dat de jeugd de toekomst heeft en in dit geval geloof ik er heilig in. Misschien wordt mijn neefje een veel betere, zorgvuldige en succesvolle tuinder dan ik. Zou hij al een vakantiebaantje hebben deze zomer?

Stadstuinieren 2016-04 –  Tekst en fotografie: Susan Lambeck