Moestuinmoeder: Over de grens

“Van zo’n naam alleen al krijg je zin om tomaten te kweken”

Sinds ik mijn eigen groente en fruit kweek, kijk ik met andere ogen naar de wereld om mij heen. Fiets ik door de stad, dan zie ik eetbaar onkruid. Of ik denk: op dit braakliggende terrein zou je voor de hele buurt courgettes en pompoenen kunnen laten groeien. Een tijdje geleden spotte ik in de wijk zelfs een raamtuin. Echt zo eentje die je op Pinterest vindt: compleet met beschilderde petflessen. Stoer idee. En ook als ik op vakantie ga, bepaalt mijn passie voor de moestuin wel eens waar we heen gaan.

Vorige zomervakantie bezochten we een Frans kasteel met een geweldige ‘potager’. Zo’n moestuin waar iedereen van droomt: schitterende bieten en aubergines werden afgewisseld door de meest kleurrijke bloemen. Kasteel Cheverny is zelfs nog bewoond door een adellijke familie. Mijn fantasie draaide meteen overuren: zou die kasteelvrouw zelf in het weekend staan te schoffelen? En wat zou ze koken met die mooie pompoenen? Of heeft ze gewoon een tuinman in dienst en werkt ze zelf buitenshuis om dat mooie kasteel te kunnen onderhouden? En is ze dus eigenlijk net als ik: een werkende moeder met een moestuin?

 

Als ik in het buitenland ben, kijk ik altijd of ik bijzondere zaden kan kopen om mee naar huis te nemen. Officieel mag het niet, maar een zakje zaad tussen je leesboeken zal de douane niet zo snel opmerken. In Venetië ontdekte ik afgelopen jaar bij toeval een tuinwinkeltje, waar behalve handige schepjes, gieters en laarzen – het wil daar nog wel eens overstromen – ook zakjes zaad in het rek hingen. Plotsklaps was ik mijn gezin vergeten en begon ik koortsachtig de rijen langs te gaan. Ik koos voor Italiaanse Pomodoro San Marzano nano. Van zo’n naam alleen al krijg je toch zin om je eigen tomaten te kweken? Ze doen het dit jaar uitstekend in mijn tuinkas! De eerste tomaten gingen in de saus, daarna in de soep en in potten, zodat ik de rest van het jaar nog wat Italiaanse warmte op mijn bord heb.

 

Afgelopen zomer maakte ik een rondreis door China. Terwijl ik duizenden kilometers aflegde per trein, bus en boot, miste ik mijn eigen volkstuin wel een beetje. Hoe zou het met mijn tomaten en boontjes gaan? Zal er nog wat over zijn na de vakantie? Maar ik genoot natuurlijk vooral van alles wat ik daar zag: van botanische tuinen in Hong Kong tot eenvoudige groentetuintjes. Er is vast geen Chinees woord voor stadstuinieren, want voor veel Chinezen is het verbouwen van mais en aubergines bittere noodzaak. Zelfs naast een huisje met een lekkend dak zie je prachtige kolen en tomaten groeien. Een groot verschil met de Franse potager die ik in mijn vorige vakantie zag! Ik proefde exotische vruchten en Kantonese gerechten. Door de kookworkshop die ik volgde, kan ik met mijn eigen oogst nu nog meer kanten op in de keuken. Een kijkje over de landsgrenzen vergroot de wereld in je tuin en op je bord!

Stadstuinieren 2015-05 –  Tekst en fotografie: Susan Lambeck